Passiva zijn de schulden en het eigen vermogen aan de creditzijde (rechts) van een balans, waarmee bezittingen (activa) worden gefinancierd. Belangrijke voorbeelden zijn crediteuren (openstaande facturen), bankleningen, hypotheken, nog te betalen belastingen (btw/loonheffing), voorzieningen en het eigen vermogen. Ze worden verdeeld in langlopende schulden (>1 jaar) en kortlopende schulden (<1 jaar). Rompslomp +5
Wat valt er allemaal onder mijn passiva? Passiva voorbeelden. Op de passivazijde vind je je eigen vermogen, kortlopende schulden, crediteuren, maar ook je langlopende schulden. Eigen vermogen: Het eigen vermogen is het verschil tussen je bezittingen en je schulden, ofwel tussen je activa en je passiva.
Vaste passiva zijn langlopende schulden die je onderneming pas na meer dan één jaar hoeft terug te betalen. Ze vormen een stabiele bron van financiering en hebben vaak betrekking op investeringen in bedrijfsmiddelen of vastgoed.
Activa en passiva vormen de twee zijden van een balans. Activa zijn de bezittingen van een bedrijf: alles wat waarde heeft en in de toekomst voordeel kan opleveren, zoals geld, voorraden en machines. Passiva daarentegen geven aan hoe die activa gefinancierd zijn, via eigen vermogen of schulden.
Activa zijn de bezittingen van je onderneming, zoals gebouwen, machines, voertuigen, voorraad en geld op de bank. Passiva zijn de schulden van je onderneming, zoals leningen, openstaande rekeningen of andere bedragen die je nog moet terugbetalen.
Soorten activa
Activa worden op de balans van een bedrijf vermeld en kunnen grofweg worden onderverdeeld in vlottende of kortlopende activa, vaste activa, financiële activa of immateriële activa .
Het eigen vermogen is, samen met de schulden, onderdeel van de zogenaamde 'passiva' op de balans. Dit is omdat het eigen vermogen wordt gezien als schuld aan de eigenaars van het bedrijf. Het eigen vermogen is het kapitaal dat meteen beschikbaar is en bij het bedrijf zelf hoort.
Voorbeelden van activa zijn contant geld, voorraden, vorderingen, onroerend goed, apparatuur, investeringen, patenten, handelsmerken en goodwill . Passiva omvatten leningen, hypotheken, crediteuren, opgelopen kosten, uitgestelde opbrengsten, obligaties en leaseverplichtingen.
Afschrijven gebeurt bij materiële vaste activa. Het gaat hierbij om productiemiddelen die langer meegaan. De uitzondering is grond, dat hoef je niet af te schrijven.
Die jaarrekening bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting, en vormt een geheel. De jaarrekening moet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering.
Is een huis activa of passiva? Deze vraag horen we regelmatig bij Fortus. Het antwoord is helder: een huis staat aan de activazijde van de balans. Het is een bezitting, een actief dat waarde vertegenwoordigt.
Vaste activa zijn de zaken die een bedrijf aanschaft voor gebruik gedurende een periode die langer is dan het boekjaar. Deze lijst omvat meubels, apparatuur, onroerend goed, motorvoertuigen, inventaris, bureaus, stoelen, archiefkasten , enzovoort.
Enkele voorbeelden van kortlopende verplichtingen die op de balans voorkomen, zijn crediteuren, te betalen salarissen, loonbelasting, opgelopen kosten, kortlopende leningen, inkomstenbelasting, te betalen rente, opgelopen rente, nutsvoorzieningen, huurkosten en andere kortlopende schulden.
De passivazijde van de balans heet ook wel de creditzijde. Passiva is het boekhoudkundig eigendom (rijkdom) of volgens de boekhouding aanwezig vermogen.
In de financiële boekhouding is een schuld een waarde die een financiële entiteit verschuldigd is . Meer specifiek is het de waarde die een entiteit naar verwachting in de toekomst zal leveren om een huidige verplichting, voortvloeiend uit gebeurtenissen uit het verleden, te voldoen.
Een ander woord voor passiva is schulden. Passiva zijn alle bronnen waarmee een onderneming gefinancierd is. De passiva staat aan de creditzijde (rechts) van de balans en worden gebruikt om de activa (links) te financieren.
Er zijn vier methoden om afschrijvingen te berekenen : de lineaire methode, de degressieve methode, de methode op basis van productie-eenheden en de som der jaarcijfers (SYD) . Welke afschrijvingsmethode het meest geschikt is voor een bedrijf, hangt af van de boekhoudkundige behoeften, het type activa, de omvang van het bedrijf en de branche waarin het actief is.
U mag per jaar maximaal 20% van de aanschafprijs afschrijven. Voor uw laptop is dat 20 ÷ 100 × € 2.100 = € 420. Maar er geldt in dit geval een maximum van € 420, dus dat wordt het jaarlijkse bedrag van afschrijven.
Is uw aankoop € 450 of duurder en gebruikt u hem langer dan 1 jaar? Bijvoorbeeld de aankoop van machines, auto's en inventaris. Dan trekt u de kosten gespreid af over die jaren. Dat heet afschrijven.
Werkkapitaal is het het geld dat je beschikbaar hebt voor lopende kosten en groei. Het is het verschil tussen de vlottende activa (voorraad, debiteuren en liquide middelen) en de vlottende passiva (crediteuren en andere kortlopende schulden) op de balans.
Passiva zijn alle bronnen waarmee een onderneming gefinancierd is, zowel schulden als eigen vermogen. In feite zijn passiva alle investeringen in het bedrijf bij elkaar. Tegenover passiva staan activa, dit zijn juist de bezittingen van een persoon of bedrijf.