Voor brand zijn er drie factoren nodig. Als deze alle drie aanwezig zijn en in de juiste verhouding, dan ontstaat er brand. Dit noemen we de branddriehoek. De drie factoren van de branddriehoek zijn: warmte, zuurstof en brandstof (brandbaar materiaal).
Voordat een brand kan ontstaan, moet er voldaan worden aan drie eisen: Er moet een brandstof zijn. Er moet zuurstof aanwezig zijn. Er moet een ontbrandingstemperatuur bereikt worden.
Het vlammenstadium duurt gemiddeld tussen de 10 en 15 minuten. Als de vlammen weg zijn, gaat dit materiaal over in het gloeien (alleen bij vaste stoffen).
Op de brandblusser staat wat voor branden je er mee kan blussen. Een beginnende brand kun je zelf blussen met een klein blusmiddel. Dat moet je wel veilig kunnen doen. De vlammen mogen niet groter zijn dan ongeveer een armlengte, en je moet nog goed kunnen zien waar de brand is in de ruimte.
Onder een "beginnende brand" verstaan wij een brand die zich nog bevindt op de plaats waar deze is ontstaan. Stel eerst vast wat er brandt en of de brand nog klein genoeg is om zelf een bluspoging te doen.
Bij elke bluspoging geldt: eerst kijken, dan denken en dan pas doen. Handel bij een begin van brand altijd als volgt: • Benader een brand bij voorkeur met twee BHV'ers.Neem een blusmiddel mee; bij voorkeur een brandslanghaspel.Beoordeel of er sprake is van een beginnende brand.
Beginnende brandjes zijn zelf te bestrijden met water, een blusser of een blusdeken. Is de brand groter dan een voetbal? Breng jezelf en je huisgenoten dan zo snel mogelijk in veiligheid. Als je buiten staat, bel je 112.
De meeste branden in huis of op kantoor kunnen geblust worden met een schuimblusser, maar dit blusmiddel is niet altijd geschikt bij vetbranden of vorst. Een poederblusser is voor vrijwel iedere brand geschikt, maar richt meer nevenschade aan. Tot slot is een vetblusser speciaal ontworpen voor keuken- en vetbranden.
Stadium 3: gloeien Het derde en laatste stadium van brand is gloeien. De vlammen zijn (bijna) gedoofd en de brand of het materiaal gloeit nog na.
De vlammen en hitte zijn levensgevaarlijk en kunnen in korte tijd een enorme schade aanrichten, niet in de laatste plaats aan de gezondheid. Maar brand leidt ook tot andere risico's. Zoals rookvorming, koolstofmonoxide, het gevaar op elektrische schokken en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen.
Bij een brand is er een stroming van de brandhaard af (afvoer van brandgassen) en een stroming naar de brandhaard toe (aanvoer van zuurstof). De brand kan zich zowel ontwikkelen in de richting waarin het zuurstof aanzuigt, als in de richting waarin het de brandgassen afvoert (als deze later tot ontbranding komen).
Brandslanghaspels moeten voldoen aan bepaalde eisen: Ze moeten zijn aangesloten op de drinkwatervoorziening van een gebouw. Ze liggen niet in een vluchttrappenhuis. Ze hebben een slang van maximaal 30 meter.
Via deze kenmerkende spuitmond bevriest het gas dat bij het blussen lijkt op een "sneeuw bluswolk" met verfijnde sneeuwvlokken dat door de druk zorgt voor de worplengte (bij een blusafstand van ca. 1,5 meter). Co2 als blusmiddel is een gas dat vriestemperaturen tot -80°C aanneemt.
Wat is een klasse c brand? Een klasse c brand is een brand van gassen, u kunt hierbij denken aan aardgas, propaan, of lpg (autogas). Voor een klasse c brand kunnen eigenlijk alleen poederblussers gebruikt worden. Deze poederblusser is ook bruikbaar voor een brand van klasse a en b.
Voor brand zijn er drie factoren nodig. Als deze alle drie aanwezig zijn en in de juiste verhouding, dan ontstaat er brand. Dit noemen we de branddriehoek. De drie factoren van de branddriehoek zijn: warmte, zuurstof en brandstof (brandbaar materiaal).
Zuurstof kan verwijderd worden door de brand te smoren met een waterachtige filmlaag, of met een inert gas. Bijvoorbeeld van een AFFF-blusser, koolzuurblusser of halon-installatie.
Een beginnende brand is een brand die zich nog bevindt op de plek waar hij ontstaan is. De brand is dus nog niet overgeslagen naar gordijnen, papieren, een kapstok of het plafond om maar wat te noemen.
Wanneer je een beginnende brand ontdekt gaat je eigen veiligheid boven alles. Wanneer er een onveilige situatie is voor jezelf, ga dan niet blussen maar bel de brandweer. Bij elke brand ontstaat rookontwikkeling. Deze rook zal zich sneller verspreiden dan dat het vuur zich zal uitbreiden.
Ga niet in de rook staan.Rook is altijd gevaarlijk! Bel 112. Vertel zo goed mogelijk wat er aan de hand is.
Als je bemerkt dat de deur/klink warm is, ga je eerst alarmeren en hulp halen. Laat de deur dicht, waarschuw de omgeving, alarmeer meldkamer of hoofd BHV en pak een blustoestel. Ga terug naar de deur met een collega en ga verder met de deurprocedure en wees bedacht op steekvlammen (flashover).
Branden doorlopen vier hoofdfasen: begin, groei, volledig ontwikkeld en verval . Elke fase heeft verschillende kenmerken en gevaren.