Het diafragma regelt hoeveel licht er op de sensor valt, de sluitertijd hoe lang het licht op de sensor valt en de ISO hoe gevoelig de camera is voor deze hoeveelheid licht.
Om het samen te vatten, het diafragma bepaald hoeveel licht er door het objectief komt, de sluitertijd bepaalt hoe lang het licht op de sensor komt, en de ISO is de versterking van het signaal van de sensor, wat enigszins het synoniem is met de gevoeligheid van de sensor.
Bij macrofotografie kan het diafragma enorm verschillen. Wil je een bloem met een wazige achtergrond, dan kies je al snel voor een laag getal. Maar wil je een insect helemaal scherp op de foto, dan zal je voor een groot getal (klein diafragma) moeten kiezen om alles van de insect scherp op de foto te krijgen.
Neem je systeemcamera in de hand en zet hem aan. Om alleen het diafragma aan te passen, zet je de camera op de Av- (Canon) of A-stand (Nikon/Sony). In deze stand past de camera de andere instellingen automatisch aan het diafragma aan dat jij kiest.
Simpel gezegd, het diafragma bepaalt hoeveel licht er door de lens op je sensor valt als je een foto of video maakt. Het diafragma, samen met de sluitertijd en de ISO-waarde, vormt de belichtingsdriehoek.
Het middenrif (diafragma) is een gespierde wand die de buikholte van de borstholte scheidt. Het middenrif kan op en neer bewegen en speelt daarmee een belangrijke rol bij het ademhalingsproces. Bij samentrekking gaat het middenrif omlaag, waardoor er in de borstholte een negatieve druk wordt opgebouwd.
De sluitertijd bepaalt hoe lang er licht op de sensor van je camera valt. Zo lang de sluiter van je camera open staat, komt er licht op de sensor. Hoe lang de sluiter open staat, heeft invloed op hoe een beweging in beeld komt: bewogen of 'bevroren'.
Draai de draaiknop bovenop uw camera naar de handmatige modus (M). Houd de +/- knop bovenop uw camera ingedrukt. Terwijl u die knop ingedrukt houdt, draait u de command dial naar rechts om een hogere f-stop/kleiner gat te krijgen, en naar links om een lagere f-stop/groter gat te krijgen.
Op veel systeemcamera's vind je bovenop het toestel een draaiwieltje. Door dit wiel naar rechts te draaien verkort je de sluitertijd. Als je het wieltje naar links draait, maak je de sluitertijd langer. Vaak stel je de sluitertijd ook in via het scherm of via de bedieningsknoppen van je camera.
Ons middenrif raakt gespannen en dit kan zorgen voor klachten in de ribben, pijn op de borst en klachten in de nek-schouders tot zelfs hoofdpijn. Ook zal een gespannen middenrif de bewegingen in de organen beperken wat een goede darmfunctie of de bloedcirculatie kan verstoren.
U kunt een aantal testopnames maken om dit te bepalen, maar als vuistregel geldt dat het optimale diafragma doorgaans 2 stops of zo smaller is dan het maximale diafragma van de lens . Met een f/2-lens zou bijvoorbeeld een diafragma rond f/4 de scherpste resultaten over het hele frame moeten opleveren. Voor een f/2.8-lens probeert u rond f/5.6.
Diafragma. Wanneer je bij nachtfotografie alles scherp wilt hebben, gebruik je zoveel mogelijk een diafragma van f/11 voor maximale scherpte. Wil je stervorming rond de verlichting creëren, dan lukt dat meestal ook met f/11.
De Sunny 16-regel is heel eenvoudig en makkelijk te onthouden. Hij bestaat uit drie basisstappen: Stel je diafragma in op f/16 — zo kreeg de regel zijn naam. Stel je ISO in op een geschikte lage instelling.
Het hangt af van het type foto dat u wilt maken. Als u bijvoorbeeld een bewegend onderwerp wilt fotograferen, is de belangrijkste prioriteit het instellen van de sluitertijd, dus u moet deze eerst instellen. Als u wilt dat het onderwerp een geringe scherptediepte (voor een onscherpe achtergrond) of een grote scherptediepte heeft, moet u eerst het diafragma instellen .
Welke sluitertijd moet je kiezen bij beweging? Voor een portretfotografie kun je je camera het beste instellen op 1/250 seconde. Personen bewegen nu eenmaal. Wil je een foto maken van een spelend kind, een sporter of een beweeglijk hier, dan kun je je sluitertijd het beste instellen op 1/1000 tot 1/1250 seconde.
Bij goed licht kunnen onderwerpen die niet veel bewegen over het algemeen worden vastgelegd met een sluitertijd van ongeveer 1/50 sec. Voor bewegende onderwerpen moet deze iets korter zijn, ongeveer 1/250 sec, en bij snellere actie kun je een sluitertijd van 1/1000 sec of hoger gebruiken.
1/60 seconde is voor een foto uit de hand dan ook prima. Wanneer je een statief gebruikt, kun je nog veel lagere sluitertijden gebruiken. Gebruik bijvoorbeeld juist een hele lange sluitertijd zodat de lucht wel beweegt, maar het landschap niet. Op de foto is dit duidelijk te zien.
In het objectief van je camera vind je een verstelbare opening. Deze opening wordt het diafragma genoemd. Door de opening groter of kleiner te maken, bepaal je hoeveel licht er op de sensor van de camera valt. Als je een foto maakt, kun je aan de f-waarde zien hoe groot of klein het diafragma op dat moment is.
Druk herhaaldelijk op de FUNC.-knop om de sluitertijdweergave te markeren, selecteer de gewenste waarde en druk vervolgens op SET .
Hoe groter het F-getal, hoe verder het diafragma sluit en er dus minder licht door de lens komt.Hoe kleiner het F-getal, hoe verder het diafragma opent en er dus meer licht door de lens komt. Als het diafragma bijvoorbeeld wordt gewijzigd van F8 naar F5.
Als je een handmatige lens hebt, kun je het diafragma niet aanpassen met je camera . Je moet dat fysiek aanpassen op de lens zelf. Een van de draaiknoppen op je lens zal dingen zeggen als f/2.8, f/5.6 of f/8, etc.
Vergelijkbaar met de pupil in het menselijk oog, opent en sluit het diafragma (in het geval van de camera, een set bladen) om de hoeveelheid licht die door de lens gaat te regelen . Hoe groter de diafragmaopening (f-getal: kleinere diafragmawaarde), hoe groter de hoeveelheid licht die erdoorheen gaat.
Sluitertijd wordt aangegeven in seconden. Op veel camera's kun je de sluitertijd instellen van zo'n 1/4000 tot 30 seconden. Het verschilt soms wat per camera. Een sluitertijd sneller dan een seconde wordt aangegeven met een breuk.
Een sluitertijd van 1/250 sec zou snel genoeg moeten zijn om lopende mensen te bevriezen. Als je onderwerp sneller beweegt, is een sluitertijd van 1/500 sec geschikter. Voor snellere onderwerpen zoals auto's en vliegende vogels hebben sluitertijden van 1/2000 sec, 1/4000 sec of korter de voorkeur.
Het middenrif of diafragma is in de anatomie een grote platte koepelvormige spier met een centraal peesblad die de scheiding vormt tussen borst- en buikholte. Boven het middenrif liggen de longen en het hart, eronder de lever, de maag, de milt en darmen.