Sproeischuimblussers zijn gevuld met water en een schuimvormend middel. Het blussen gebeurt door het afdekken van de brandhaard met het schuim. Hierdoor kan er geen zuurstof meer bij de brandhaard komen en dooft het vuur. In mindere mate zorgt het schuim ook voor afkoeling van het brandende materiaal.
Met een (sproei)schuimblusser zijn branden te blussen in de categorieën: brandklasse A, brandklasse B en brandklasse F. In het geval van brandklasse C, is het raadzaam om het gas eerst uit draaien. Daarna is het nog steeds mogelijk om de overige stoffen die brand hebben gevat te blussen met een schuimblusser.
Doordat het zo licht is van gewicht is schuim zeer geschikt om vloeistofbranden te blussen omdat het erop blijft liggen, en bij vaste stoffen blijft schuim eraan plakken om op die manier ook de verbrandingsreactie weg te nemen door afsluiting van zuurstof.
Dit zijn vaste stoffen en vloeistoffen, de meest voorkomende branden in huis. Het schuim heeft als voordeel dat het niet geleidend is, zodat u ook apparaten in het stopcontact kunt blussen. Is er sprake van een gasbrand, een brand van metalen of een frituurvetbrand, dan kan een sproeischuimblusser niet worden gebruikt.
Het nadeel van een schuimblusser is dat het een duurder blusmiddel is en dat het niet vriesbestendig is. Het grote voordeel van het blussen met een CO2-blusser is dat het weinig tot geen nevenschade veroorzaakt.
(Sproei)schuimblussers zijn zowel thuis als op vakantie prima geschikt voor het blussen van kleine branden door vaste en vloeibare stoffen. Zij veroorzaken bij het blussen weinig nevenschade, zijn eenvoudig te bedienen en hebben een langere blusduur dan poederblussers.
Vaste brandbare stoffen – u moet het mondstuk gebruiken om het schuim dat wordt afgevoerd naar de basis van het vuur te richten, en er vanaf een veilige afstand overheen vegen . Brandbare vloeistoffen – u moet het schuim op een verticaal oppervlak dicht bij het vuur richten om een deken van schuim te creëren die de zuurstoftoevoer naar het vuur afsnijdt.
Een sproeischuimblusser heeft een sproeinozzle welke het in staat maakt om elektra braden te blussen tot 1000 volt op een afstand van 1m. Een normale schuimblusser heeft een niet geleidende sproeinozzle en is de kans op terugslag aanwezig.
Het schuim bedekt het brandstofoppervlak en dooft het vuur . De schuimdeken scheidt de vlammen/ontstekingsbron van het brandstofoppervlak. Het schuim koelt de brandstof en alle aangrenzende metalen oppervlakken. De schuimdeken onderdrukt de vrijgave van ontvlambare dampen die zich met lucht kunnen vermengen.
Vorstbestendige sproeischuimblussers
Sproeischuimblussers kunnen een spuitnozzle hebben waardoor de vloeistof wordt verneveld en niet elektrisch geleidend is. Een sproeischuimblusser veroorzaakt weinig nevenschade en is daardoor geschikt voor nagenoeg alle ruimten.
De nabijgelegen baai van San Francisco lijkt een logische keuze. Maar is dat wel een goed idee, landbouw- en (dure) wijngrond blussen met zout water? ' 'Blussen met zeewater is niet zo verstandig', vertelt hydroloog Huub Savenije van de TUDelft. 'Het zout brengt schade toe aan gewassen en aan het bos.
Schuimen met hoge expansie worden gebruikt wanneer een afgesloten ruimte, zoals een kelder of hangar, snel moet worden gevuld . Schuimen met lage expansie worden gebruikt bij brandende lekkages. AFFF is het beste voor lekkages van straalbrandstoffen, FFFP is beter voor gevallen waarin de brandende brandstof diepere plassen kan vormen en AR-AFFF is geschikt voor brandende alcoholen.
Houdbaarheid brandblusser
De algemene regel is: Brandblussers met intern patroon in gebouwen 20 jaar na productiedatum vervangen. Brandblussers met permanente druk in gebouwen 10 jaar na productiedatum vervangen.
Sproeischuimblussers zijn gevuld met water en een schuimvormend middel. Het blussen gebeurt door het afdekken van de brandhaard met het schuim. Hierdoor kan er geen zuurstof meer bij de brandhaard komen en dooft het vuur. In mindere mate zorgt het schuim ook voor afkoeling van het brandende materiaal.
Etiketkleur: Crème – Schuimblussers
Schuimblussers met hun crèmekleurige etiketten zijn het meest voorkomende type brandblusser voor klasse B-branden. Ze werken ook bij klasse A-branden, omdat ze op waterbasis zijn.
Via deze kenmerkende spuitmond bevriest het gas dat bij het blussen lijkt op een "sneeuw bluswolk" met verfijnde sneeuwvlokken dat door de druk zorgt voor de worplengte (bij een blusafstand van ca. 1,5 meter). Co2 als blusmiddel is een gas dat vriestemperaturen tot -80°C aanneemt.
Schuimblussers bouwen schuim op het oppervlak van de brandende vloeistof op, waardoor de zuurstoftoevoer naar het vuur wordt afgesloten en de hete vloeistof afkoelt. Elektrische branden: Als uw schuimblusser is getest op 35000 Volt (35kV), kunt u de blussers gebruiken bij elektrische branden onder spanning .
Het lekken van een dichting of een minuscuul gaatje in een leiding kan lucht meezuigen in de olie. Wanneer de toevoeging van lucht bovenmaats is kan de olie de luchtbelvorming niet genoeg onderdrukken en ontstaat er schuimvorming in de olie voorraadbak.
Vlam-in-de-pan is het verschijnsel waarbij hete (kokende) olie in een pan in brand vliegt. De ontsteking gebeurt doorgaans door het overkoken, waarbij de olie in contact komt met de warmtebron onder de pan. De olie kan echter ook de zelfontbrandingstemperatuur bereiken (ongeveer 320 °C) en spontaan ontbranden.
Een blusdeken is niet geschikt voor het blussen van alle soorten branden. Voor het blussen van een frituurbrand, bijvoorbeeld, is een blusdeken ongeschikt. Ook zal de deken alleen effect hebben wanneer de brandhaard goed omsloten en afgesloten kan worden.
Schuim blijft ook plakken. Door deze eigenschap zal bij vaste stof branden het blusstof minder snel wegstromen waardoor men een effectiever gebruik van de blusstof krijgt. Tevens heeft het mengen van lucht een langere blusduur als gevolg.
Benader de brand altijd achter een sproeistraal, zodat u door een scherm van water wordt beschermd tegen de warmte. Blijf laag, zo zorgt u dat u tijdens het blussen geen rook binnenkrijgt.
Schuimblusser
Deze kunnen worden gebruikt voor hout-, papier- en textielbranden. Schuimblussers zijn ook veilig voor gebruik bij branden van ontvlambare vloeistoffen. Ze KUNNEN NIET worden gebruikt bij elektrische branden of branden van ontvlambaar metaal, omdat deze blusser de brand juist kan verergeren.
Het grootste nadeel van dit type blusser is dat het gevaarlijk is bij gebruik op gasbranden of kookbranden en dat het schade kan veroorzaken aan elektrische apparaten .
Schuimbrandblussers zijn ontworpen voor gebruik bij klasse A- en klasse B-branden . Klasse A-branden zijn branden die ontstaan op vaste stoffen, zoals papier, hout en meubilair. Klasse B-branden zijn branden die ontstaan op ontvlambare vloeistoffen, waaronder brandstoffen, oplosmiddelen en verf. Het enige nadeel van dit type blusser is dat het rommelig kan zijn.