De natuurlijke gastheer (het reservoir) van het ebolavirus zijn waarschijnlijk vruchtvleermuizen (met name soorten uit de familie Pteropodidae). KNVM +1
Dit draadvormige virus (of filovirus) is een klassiek voorbeeld van een aan de mens slecht aangepaste infectieziekte die accidenteel overgedragen wordt van dier tot mens, ook wel zoönose genoemd. Er zijn aanwijzingen dat vruchtenetende vleermuizen (o.a. vliegende honden) de natuurlijke gastheer zijn.
Men vermoedt dat fruitvleermuizen uit de familie Pteropodidae het natuurlijke reservoir vormen voor orthoebolavirussen. Het is bekend dat niet-menselijke primaten in het verleden een bron van menselijke infectie zijn geweest bij een aantal EBOD-uitbraken. Zij worden echter beschouwd als incidentele gastheren in plaats van reservoirgastheren.
De natuurlijke gastheer van het ebolavirus is nog steeds onbekend . Op basis van bewijsmateriaal en de aard van vergelijkbare virussen, gaan onderzoekers er echter van uit dat het virus via dieren wordt overgedragen en dat vleermuizen de meest waarschijnlijke gastheer zijn. Vier van de vijf virusstammen komen voor in een dierlijke gastheer die inheems is in Afrika.
Belangrijkste punten. Ebola wordt veroorzaakt door een infectie met een orthoebolavirus . Orthoebolavirussen komen voornamelijk voor in Afrika ten zuiden van de Sahara. Orthoebolavirussen kunnen een ernstige en vaak dodelijke ziekte veroorzaken, met een sterftecijfer van 80 tot 90 procent.
Onderzoekers geloven dat het ebolavirus een door dieren overgedragen (zoönotische) ziekteverwekker is en dat vleermuizen waarschijnlijk het natuurlijke reservoir vormen .
De oorzaak van ebola is een virus, het ebolavirus. Dit virus komt ook voor bij Afrikaanse vleermuizen. De vleermuis kan andere dieren besmetten door ze te bijten (speeksel). Maar ook de poep, urine en het bloed van de vleermuizen zijn besmettelijk.
Vruchtvleermuizen in Afrika worden beschouwd als de natuurlijke gastheer van het ebolavirus. Dieren zoals apen, makaken en antilopen raken besmet via vleermuizen. Wanneer mensen besmet raken door het aanraken of eten van besmette dieren, kan het virus van persoon tot persoon worden overgedragen en een uitbraak veroorzaken.
En epidemieën ontstaan alleen in gemeenschappen waar grote groepen mensen onbeschermd direct in contact komen met lichaamsvocht van patiënten. Dat kunnen wij in Nederland voor 100 procent uitsluiten.
Onderzoek wijst uit dat fruitvleermuizen waarschijnlijk de oorspronkelijke gastheren van het ebolavirus zijn. Andere dieren die besmet zijn geraakt, zijn onder andere chimpansees, gorilla's, apen, bosantilopen en stekelvarkens. Er is geen bewijs dat muggen of andere insecten het ebolavirus overdragen.
Wetenschappers denken dat Afrikaanse fruitvleermuizen een rol spelen bij de verspreiding van orthoebolavirussen . Deze fruitvleermuizen zouden de bron van het virus kunnen zijn. Besmette dieren kunnen het virus overdragen op andere dieren door contact met besmette lichaamsvloeistoffen of voorwerpen die met deze vloeistoffen besmet zijn.
Update 3 november 2025: uitbraak ebolavirus in Democratische republiek Congo. Sinds 4 september is er in de Bulape-regio (Kasai) een uitbraak van ebola. Tot nu toe zijn er 64 mensen ziek geweest: bij 53 werd met zekerheid ebola vastgesteld, en bij 11 is het waarschijnlijk.
Als door de EPA goedgekeurde ontsmettingsmiddelen niet beschikbaar zijn, kan een 10% oplossing van gewoon huishoudelijk bleekmiddel in water (bijvoorbeeld 1 kopje bleekmiddel op 9 kopjes water) een effectief alternatief zijn.
Het natuurlijke reservoir van het ebolavirus is nog niet geïdentificeerd . Men vermoedt echter dat de eerste patiënt besmet raakte door contact met een besmet dier, zoals een fruitvleermuis of een primaat.
De gevaarlijkste ziekte is malaria. Naast de 600.000 mensen die jaarlijks sterven aan malaria is het voor degene die het overleven ook vaak een heftige reiservaring.
Malaria wordt veroorzaakt door een parasiet (Plasmodium). Die infecteert de rode bloedcellen van het lichaam, waardoor ze stukgaan. De parasiet wordt overgedragen op de mens via de steek van een bepaalde muggensoort: de Anopheles-mug of malariamug.
Emile Ouamouno was pas twee jaar oud en woonde in het afgelegen Guineese dorp Meliandou toen hij last kreeg van koorts, hoofdpijn en bloederige diarree. Hij overleed in december 2013, enkele dagen later gevolgd door zijn driejarige zusje Philomene en hun zwangere moeder Sia.
Is ebola te genezen? Ebola is te genezen, er is effectieve medicatie beschikbaar. Maar, voor een hoge overlevingskans is het wel noodzakelijk om direct na een besmetting te beginnen met de behandeling. Indien je binnen drie dagen na besmetting begint met de behandeling is ebola te genezen.
De ziekte veroorzaakt een sterftecijfer van 25 tot 90%, met een gemiddelde van ongeveer 50% . De betrokken virussoort en het tijdstip van behandeling spelen een cruciale rol in de prognose. De dood is vaak het gevolg van shock door vochtverlies en treedt doorgaans op tussen 6 en 16 dagen na het verschijnen van de eerste symptomen.
Men vermoedt dat bushmeat de oorsprong is van de huidige ebola-uitbraak. De familie van het eerste slachtoffer jaagde op vleermuizen, die het virus dragen. Zou de wijdverbreide praktijk van het eten van bushmeat in Afrika verantwoordelijk kunnen zijn voor de huidige crisis?
In totaal zijn er 11.301 mensen overleden aan ebola, onder meer in Guinee (2536), Sierra Leone (3956) en Liberia (4809) en nog 15 mensen in andere landen (CDC, 17 feb 2016).
In tegenstelling tot mensen zijn knaagdieren beschermd tegen ziekte bij infectie met ebolavirussen , hoewel aangepaste varianten van sommige virussen dodelijk zijn voor muizen, hamsters en cavia's.
Sinds 2015 is er een vaccin tegen sommige vormen van ebola. Dit vaccin helpt om ziekte te voorkomen bij mensen die contact hebben gehad met lichaamsvloeistoffen van patiënten. Dan moet het wel zo snel mogelijk na dat contact worden gegeven. In Nederland kunt u dit vaccin niet krijgen.
De huidige uitbraak is de zestiende ebola-epidemie in de Democratische Republiek Congo sinds 1976. De laatste uitbraak werd in 2022 gemeld in Noord-Kivu. Deze uitbraak vond plaats in moeilijk bereikbare gebieden met beperkte infrastructuur.
Het ITG is al sinds de eerste Ebola-uitbraak nauw betrokken.
Het werd in 1976 tijdens de eerste vastgestelde uitbraak in Yambuku (Zaïre, Democratische Republiek Congo) ontdekt, mede dankzij onderzoekers Guido van der Groen en Peter Piot van het ITG.