Mediaan dit is het middelste getal van een groep getallen; De helft van de getallen heeft waarden die groter zijn dan de mediaan en de helft van de getallen heeft waarden die kleiner zijn dan de mediaan. De mediaan van bijvoorbeeld 2, 3, 3, 5, 7 en 10 is 4.
De mediaan is het middelste getal van alle getallen die je hebt in een reeks. Je kunt de mediaan vinden door alle getallen op een rijtje te zetten van laag naar hoog.Vervolgens kijk je welk getal in het midden staat. Dit getal is je mediaan.
Voorbeeld. Om de mediaan te vinden van dezelfde 9 getallen: 10, 12, 11, 15, 13, 35, 41, 23, 20, plaats ze eerst in stijgende volgorde, d.w.z. 10, 11, 12, 13, 15, 20, 23, 35, 41 - het middelste getal is 15: de mediaan is 15, omdat 4 getallen onder 15 liggen en 4 getallen boven 15 liggen.
Heb je een oneven aantal getallen, dan is de mediaan het middelste getal. Voorbeeld: Voor de getallen 3, 5, 7, 9, 11 is 7 de mediaan, omdat het precies in het midden staat.
De mediaan van bijvoorbeeld de getallenreeks 11, 12, 13, 13, 16, 18, 19, 20, 22 is het getal 16.
De mediaan van 7 6 4 8 2 5 11 is 6 .
De modus is het meest voorkomende getal, namelijk 8. De mediaan is de middelste waarde wanneer de gegevens worden gesorteerd, wat ook 8 is . Het gemiddelde is het gemiddelde van alle getallen, wat 6,8888 is.
De mediaan van 4, 2, 7, 3, 10, 9, 13 is dus 7,9 . De cijfers die een student in verschillende vakken haalt, zijn 45, 91, 62, 71, 55. Vind de mediaan van de gegeven gegevens met behulp van de mediaanformule.
Zowel de modus als de mediaan van de gegevens: 13, 16, 12, 14, 19, 12, 14, 13, 14 is gelijk aan 14 .
Rangschik de getallen in oplopende volgorde: 1, 3, 8. Omdat er drie getallen zijn (wat oneven is), is de mediaan het middelste getal, wat 3 is.
Mediaan dit is het middelste getal van een groep getallen; De helft van de getallen heeft waarden die groter zijn dan de mediaan en de helft van de getallen heeft waarden die kleiner zijn dan de mediaan. De mediaan van bijvoorbeeld 2, 3, 3, 5, 7 en 10 is 4. Modus is het meestvoorkomende getal van een groep getallen.
De drie meest voorkomende centrummaten zijn de modus (mode), mediaan (median) en het gemiddelde (mean). Modus: de waarde die het vaakst voorkomt. Mediaan: de middelste waarde als je de dataset van kleinste naar grootste waarde rangschikt. Gemiddelde: de som van alle waarden, gedeeld door het totale aantal waarden.
Je kunt de mediaan vinden door het gemiddelde te berekenen. Dit doe je door de twee middelste waarden bij elkaar op te tellen en dit getal door twee te delen. De mediaan voor deze dataset is 425 euro.
Als je met klassen te maken hebt, bereken je eerst het klassenmidden van elke klasse. Deze gebruik je dan als waarde. Je vermenigvuldigt alle klassenmidden met de absolute frequentie en dit alles ga je dan optellen en delen door het aantal. De mediaan is gelijk aan het middelste cijfer.
De mediaan wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt als centrummaat voor de variabele “inkomen”, die over het algemeen niet normaal verdeeld is. Aangezien je voor de mediaan slechts één of twee waarden in het midden gebruikt, wordt deze maat niet beïnvloed door extreme uitbijters of niet-symmetrische verdelingen.
Als het aantal getallen in de reeks even is, dan is de mediaan het gemiddelde van de twee middelste getallen. Bijvoorbeeld, als we de volgende reeks getallen hebben: 2, 4, 5, 7, 8, dan is de mediaan 5. Als we de volgende reeks getallen hebben: 2, 4, 5, 7, 8, 9, dan is de mediaan (5 + 7) / 2 = 6.
De mediaan berekenen met de Statistics Library
Een eenvoudige manier om de mediaan te herleiden is door gebruik te maken van de Statistics library. In deze library kun je gebruikmaken van de median functie. Door de dataset in de parameter mee te geven kun je de mediaan herleiden.
De eerste helft (50%) van de waarnemingen ligt voor de mediaan. Ook de eerste helft van de waarnemingen heeft weer een mediaan. Deze mediaan wordt het 1e kwartiel genoemd. De tweede helft (50%) van de waarnemingen ligt na de mediaan, de mediaan van deze tweede helft wordt het 3e kwartiel genoemd.
Het eerste kwartiel, of Q1, is de mediaan van de eerste helft waarnemingsgetallen. Het derde kwartiel, bekend als Q3, is de mediaan van de tweede helft waarnemingsgetallen. En het tweede kwartiel, Q2, is eigenlijk de algemene mediaan die we kennen.
Wil je de oppervlakte van iets berekenen, vermenigvuldig de lengte met de breedte van het oppervlak. Voorbeeld: je muur is 2,40 m hoog en 6 m breed. De oppervlakte van je muur is dan 2,40 x 6 = 14,40 vierkante meter (oftewel m2).