De celkern (nucleus) ligt in het cytoplasma van de cel en is het informatie- en besturingscentrum van de cel. De celkern is het organel in de cel, waarin de erfelijke informatie (DNA) is opgeslagen. Het kernmembraan (kernenvelop) om de celkern is verbonden met het membraan van het ruw endoplasmatisch reticulum (ER).
Celkern. In de kern van de cel ligt DNA, het erfelijk materiaal, opgeslagen. In het DNA staat hoe alles in de cel gemaakt moet worden. Kopieën van het DNA, RNA genoemd, worden via openingen in de celmembraan naar de celvloeistof gestuurd.
De celkern zit in je cel.De celkern stuurt heel je cel aan.Het is een bolvormig gedeelte centraal in de cel en bevat het erfelijk materiaal (DNA). In de celkern ligt het DNA opgeslagen dat het bouwplan voor de aanmaak van alle eiwitten bevat.
In een plantaardige cel zit een stroperige vloeistof: het cytoplasma. In het cytoplasma ligt de celkern. De kern regelt wat er in de cel gebeurt. Alle eigenschappen van organismen, of je een koe bent, gras, of een mens, ligt opgeslagen in het DNA in de celkern.
Ribosomen zorgen voor de aanmaak van eiwitten in cellen. Ze zijn opgebouwd uit meer dan dertig verschillende eiwitten en rRNA. Ribosomen zitten op het ruw endoplasmatisch reticulum (ER) of komen zelfstandig voor in het cytoplasma. Ze maken eiwitten op basis van de erfelijke informatie uit het DNA en RNA.
Naast het huisvesten van organellen en het faciliteren van beweging, biedt het cytoplasma ook een beschermende omgeving voor de celkern. In de celkern ligt onder andere de genetische informatie opgeslagen. Het cytoplasma omringt de celkern, waardoor deze veilig blijft terwijl de cel zijn dagelijkse taken uitvoert.
Peroxisomen staan in voor de synthese van bepaalde fosfolipiden die betrokken zijn bij de efficiënte geleiding van impulsen in zenuwcellen. Peroxisomen in de lever zijn bijvoorbeeld in staat giftige stoffen zoals alcohol te detoxificeren.
Elke menselijke cel bevat in de celkern 23 paar chromosomen, tijdens de S fase zal de cel uiteindelijk 46 chromosoom paren hebben.
De kern kan dit doen omdat het DNA bevat . DNA is de genetische blauwdruk voor de cel die alle benodigde informatie bevat voor cellen om te leven, groeien, reproduceren en sterven. Het wordt geërfd van de ouder van de cel en wordt doorgegeven aan de dochtercel wanneer deze zich reproduceert.
De functie van de celwand is in de eerste plaats mechanisch: om fysische krachten op te vangen, waaronder ook bescherming tegen indringers. De celwand speelt een rol bij het tot stand komen van de turgordruk; ze zorgt voor tegendruk als de cel door osmotische wateropname opzwelt.
Prokaryoten zijn alle organismen zonder celkern, dus de bacteriën en de archaea. Eukaryoten zijn alle organismen met een celkern, dus alle dieren, planten, schimmels en protisten.
RBC en bloedplaatjes die in eukaryoten voorkomen, hebben ook geen kern. Het zijn RBC (rode bloedlichaampjes) en bloedplaatjes.
De celkern is een bolvormig organel dat omgeven wordt door een dubbel membraan. In de membranen zitten kernporiën waardoor eiwitten, RNA en andere moleculen de celkern in en uit kunnen. De celkern bestaat uit kernplasma, een kernlichaam (waar rRNA wordt gemaakt) en chromatine (dat DNA en speciale eiwitten bevat).
De celkern controleert en reguleert de activiteiten van de cel (bijvoorbeeld groei en metabolisme) en draagt de genen, structuren die de erfelijke informatie bevatten.
Het glad endoplasmatisch reticulum (ER) heeft een glad membraan en dient (vooral) om stoffen vanuit het ruw ER te vervoeren naar het golgi-apparaat. Het glad ER is belangrijk voor de stofwisselingsprocessen en bij de opslag van calcium in de cel.
De celkern (nucleus) ligt in het cytoplasma van de cel en is het informatie- en besturingscentrum van de cel. De celkern is het organel in de cel, waarin de erfelijke informatie (DNA) is opgeslagen. Het kernmembraan (kernenvelop) om de celkern is verbonden met het membraan van het ruw endoplasmatisch reticulum (ER).
Omdat de kern bekend staat als "het brein van de cel", zou de cel, als deze verwijderd zou worden, vrijwel direct sterven . De kern bestuurt alle celorganellen, of het nu de mitochondriën, het endoplasmatisch reticulum, ribosomen, cytoplasma's of zelfs de nucleolus zijn.
Dit omvat het verzekeren dat cellen voldoende voedingsstoffen krijgen, beschermd zijn tegen externe stressoren en optimaal functioneren . Celmembranen zijn erg belangrijk omdat ze helpen de cel te beschermen. Een functionerend celmembraan is van vitaal belang voor de normale ontwikkeling, functie, overleving en voortplanting van alle cellen.
Vrouwen erven een X-chromosoom van de moeder en een X -chromosoom van de vader. Mannen krijgen een X-chromosoom van hun moeder en een Y-chromosoom van hun vader. Je moeder en vader geven ieder de helft van hun DNA door. Die halvering zet niet automatisch door naar de generaties daarvoor.
Bloedcellen hebben een beperkte levensduur. Rode bloedcellen leven 120 dagen, witte bloedcellen twee en bloedplaatjes tien dagen. Het lichaam breekt de cellen zelf af en vervangt ze door nieuwe. Per dag maakt ons lichaam wel 200 miljard cellen aan.
Stamcellen zijn cellen die nieuwe cellen voortbrengen en zitten in de beenmergholtes van onze botten. Bloedstamcellen maken de cellen die je in je bloed kunt vinden: Er zijn 3 soorten bloedcellen: rode bloedcellen.
De cel bestaat uit het celmembraan met daarin een waterige, stroperige, gelachtige substantie: het cytoplasma (protoplasma). Het cytoplasma bestaat uit cytosol. Cytosol is een vloeistof, die voornamelijk bestaat uit moleculen als water, eiwitten, koolhydraten, mineralen, vetten, suikers en elektrolyten.
Peroxisomen zijn kleine, door membranen omgeven organellen (Figuur 10.24) die enzymen bevatten die betrokken zijn bij verschillende metabolische reacties, waaronder verschillende aspecten van het energiemetabolisme.
De cel als bouwsteen. Cellen zijn de kleinst levende éénheden van het lichaam en van de meeste organismen. Cellen leven dus vertonen ze levensverschijnselen als ademen, uitscheiden, eten, voortplanten en sterven. Cellen zijn opgebouwd uit organellen.