Formule. Om de druk te berekenen gebruiken we de formule: Druk = Kracht / Oppervlakte. Deze formule geeft aan dat de druk recht evenredig is met de uitgeoefende kracht en omgekeerd evenredig met de oppervlakte waarover die kracht wordt verdeeld.
Druk is gelijk aan kracht gedeeld door oppervlakte (P = FA) . De vergelijking laat zien dat druk recht evenredig is met kracht, maar omgekeerd evenredig met oppervlakte. Bij een constante oppervlakte neemt de druk toe naarmate de grootte van de toegepaste kracht ook toeneemt.
kracht = massa × versnelling. In formulevorm: F = ma.
De F-waarde wordt gebruikt in variantieanalyse (ANOVA). Deze wordt berekend door twee gemiddelde kwadraten te delen . Deze berekening bepaalt de verhouding van verklaarde variantie tot onverklaarde variantie.
We hebben dus de formule kracht F = massa m keer versnelling a.
Om de luchtdruk te meten, gebruiken we een barometer. oor veranderingen in de luchtdruk te meten, kun je het weer voorspellen. De luchtdruk wordt vaak uitgedrukt in de eenheid millibar. Dit schrijf je als: mbar.
psi kan handmatig worden omgezet in bar-drukeenheden met behulp van de volgende berekening: 1 bar = 100000 pascal (Pa) 1 psi = 6894,76 pascal (Pa) barwaarde x 100000 Pa = psi-waarde x 6894,76 Pa .
1 vierkante centimeter is de oppervlakte van een vierkantje met een lengte van 1 cm en een breedte van 1 cm. De oppervlakte van de rechthoek uit het voorbeeld is 12 hokjes, dus 12 vierkante centimeter.
Druk = kracht ÷ oppervlakte . Druk wordt gemeten in newton per vierkante meter of per vierkante centimeter.
De standaard atmosferische druk is 76 cm Hg (760 mm Hg) = 1013 hPa = 1,013 bar = 1 atmosfeer. Dit wordt ook wel de normdruk genoemd.
De eenheid van druk (in het SI-stelsel) is de pascal. 1 Pa = 1 N/m2. Deze eenheid is dus samengesteld uit de eenheden van kracht en van oppervlakte (newton gedeeld door vierkante meter). Een druk van 0 Pa (absoluut) is vacuüm; de luchtdruk op zeeniveau is ongeveer 100.000 Pa.
Wanneer vloeistoffen in rust zijn, d.w.z. wanneer er geen stroming is, werkt alleen de statische druk (p stat) op hen in, en wel gelijkmatig in alle richtingen. Er is geen extra kracht die haaks op de stroming werkt. Alleen de statische druk werkt hier. De som van beide drukken wordt de totale druk (pges) genoemd.
Om een formule correct om te vormen, moet je er zeker van zijn dat de linker- en rechterkant van de formule gelijk blijven aan elkaar. Dat doe je door tijdens het omvormen links en rechts steeds dezelfde bewerking te doen.
Loek. Voor zwaartekracht moet je de newton berekenen door deze formule te gebruiken: F (newton) = massa in kg x zwaartekracht (N/kg) De zwaartekracht op aarde is gelijk aan 9,8 N/kg (eigenlijk 9,81 maar zo precies hoef je niet te zijn).
Bruto Aanvangsrendement (BAR)
Je kunt de BAR berekenen door de jaarhuur te delen door de koopprijs.
Eén BAR is gelijk aan 14,5038 PSI. Om PSI om te zetten naar BAR, moet u de PSI-waarde delen door 14,5038 . Hoeveel PSI zitten er in 1 BAR? Er zitten ongeveer 14,5038 PSI in één BAR.
1 bar komt ongeveer overeen met de druk die wordt uitgeoefend door een massa van 1 kg op een oppervlakte van 1 cm2 of 10 t op 1 m2. *Opmerking: De exacte waarde van de versnelling van de zwaartekracht = 9.81 m/s² is hier afgerond op 10 m/s².
Druk wordt doorgaans gemeten in eenheden van kracht per oppervlakte-eenheid ( P = F / A ). In de natuurkunde is het symbool voor druk p en de SI-eenheid voor het meten van druk is pascal (symbool: Pa). Eén pascal is de kracht van één Newton per vierkante meter die loodrecht op een oppervlak werkt.
Formule. Om de druk te berekenen gebruiken we de formule: Druk = Kracht / Oppervlakte. Deze formule geeft aan dat de druk recht evenredig is met de uitgeoefende kracht en omgekeerd evenredig met de oppervlakte waarover die kracht wordt verdeeld.
De eenheden van drukmetingen
Eén Pascal is gedefinieerd als één newton per vierkante meter (N/m²). Let op: Eén kilopascal (kPa) is gelijk aan 1.000 Pascal. Newton per vierkante meter (N/m²): 1 N/m² is gelijk aan 1 Pascal. Bar (bar): Een metrische eenheid van druk, waarbij 1 bar gelijk is aan 100.000 Pascal .
De krachtvergelijking is F = ma waarbij F de kracht is, m de massa en a de versnelling. Met andere woorden, kracht is gelijk aan massa maal versnelling.
Fz = m · g
Hierin is m de massa van het object dat wordt aangetrokken in kilogram, g is de valversnelling op aarde en heeft een waarde van 9.81m/s2.
De kracht (F) die nodig is om het lichaam te versnellen is dus: F = 32 kg × 12 m/s² = 384 N. De kracht die nodig is om een lichaam met een massa van 32 kg te versnellen met een snelheid van 12 m/s² is dus 384 N.