2/5 deel is 40% en is ook 0,40. (De nullen achteraan een kommagetal mag je weglaten. Je kunt de 0,10 en 0,40 dus ook veranderen in 0,1 en 0,4.
Allereerst zijn breuken met dezelfde verhouding gelijk: 3/7 = 6/14 = 9/21 = ... Hiermee kun je breuken gelijknamig maken: 3/7 = 15/35 en 2/5 = 14/35.
De breuk 2⁄5 is dus gelijk aan 40%, het percentage dat bij de strook uit het voorbeeld hoort.
In dit geval zet je 1//5 om naar een kommagetal. Dit doe je door de teller te delen door de noemer (1 : 5 = 0,2). Nu kun je de getallen met elkaar vergelijken en zie je dat 1//5 minder is. Laat nu zien hoe je dezelfde som kunt aanpakken door het kommagetal naar een breuk om te zetten.
Als je de teller van 3⁄4 deelt met de noemer ( 3 : 4 = ) dan is deze breuk gelijk aan het kommagetal 0,75. In dit geval is de breuk 3⁄4 dus gelijk aan het kommagetal 0,75.
2/5 deel is 40% en is ook 0,40. (De nullen achteraan een kommagetal mag je weglaten. Je kunt de 0,10 en 0,40 dus ook veranderen in 0,1 en 0,4.
Het percentage dat bij het kommagetal 0,375 hoort is dus 37,5%. . Je kunt deze breuk eenvoudiger opschrijven. Je kunt de teller en de noemer namelijk allebei delen door 4.
We veranderen niet de waarde van de breuk omdat we zowel de teller als de noemer door hetzelfde delen. 8 gedeeld door 2 is 4, 10 gedeeld door 2 is 5. En we zijn klaar. 0.8 is hetzelfde als 8 tienden, welke hetzelfde is als 4 vijfden.
Maak de koppeling: 1/5 van 25 is dus 5.
De noemer van een breuk is het onderste getal van een breuk. De noemer benoemt hoeveel delen nodig zijn om tot 1 geheel te komen. Tussen de teller en noemer staat een streep, de breukstreep.
Dit maakt 20. Je kind heeft dan uitgerekend hoeveel procent 1/5 deel van 100 is. Omdat het hier om 4/5 deel gaat, moet je kind de uitkomst met de teller (4) vermenigvuldigen. De breuk 4/5 staat dus gelijk aan 80%.
Eindantwoord:
Om de breuk te vinden die gelijk is aan 2/5 waarbij de teller 18 kleiner is dan de noemer, stelt u een vergelijking op en lost u de waarde van de noemer op. De breuk is (noemer - 18) / noemer, wat vereenvoudigt tot 12/30 .
Instructie. Leg uit dat een breuk uit een teller en een noemer bestaat. Om een breuk gelijknamig te maken moet je er voor zorgen dat de noemers van beide breuken hetzelfde worden. Dit kun je doen door een van de breuken of beide breuken te vermenigvuldigen of te delen.
Hoe gebruik je breuken? Bij een breuk bereken je eerst alles boven de deelstreep, vervolgens alles onder de deelstreep en dáárna deel je het pas door elkaar. Als geheugensteuntje kun je doen alsof alles zowel boven als onder de deelstreep tussen haakjes staat.
Antwoord en uitleg:
1/5e van 25 is gelijk aan 5. Wanneer je 1/5e van een getal vindt, deel je dat getal in 5 delen en bereken je hoeveel 1 van die 5 delen (1/5) zou zijn.
Vermenigvuldig het fulltime salaris met 0,6 (het parttime percentage als je 24 uur werkt) om het parttime salaris te berekenen.
Dat is namelijk kinderlijk eenvoudig. Je kunt gebruiken dat 8 procent van 25 hetzelfde is als 25 procent van 8 en dat is natuurlijk 2.
= 80% (2 decimalen naar rechts verschuiven)
1/7 deel is dus 80. Voor de som moeten we weten hoeveel 6/7 deel van 560 is. Dat is dan 6 x 80. 6/7 deel van 560 is dus 480.
Het antwoord is dus 32.
Antwoord: 0,375 kan worden geschreven als 3/8 in breuk.
Het geheel is 100%. Daar moet je het 1 7 deel van nemen. 100 % : 7 = 14 2 7 %. Reken deze breuken om naar procenten.
Antwoord en uitleg:
37,5 als breuk is 75/2 .