De Kleine IJstijd was een periode met koude winters en koele zomers die een aantal eeuwen duurde, van ca. 1450 tot 1850. De meest waarschijnlijke verklaring voor deze afkoeling is dat het om een natuurlijke fluctuatie van het klimaatsysteem ging.
Wetenschappers zijn niet eensgezind over wat de Kleine IJstijd veroorzaakte. Theorieën lopen uiteen van verminderde zonneactiviteit en een toenemend aantal vulkaanuitbarstingen tot de genocide op de inheemse bevolking van Noord-Amerika, waardoor landbouwgronden begroeid raakten met bossen.
De draai die de aarde rond de zon maakt, en waar die een jaar over doet, noemen we de omwenteling van de aarde. Die baan van de aarde rond de zon wordt steeds langer of steeds korter, en dat wisselt ieder 100.000 jaar. Als de baan om de aarde langer wordt, zitten we in een ijstijd.
Smeltwater baande zich ongeveer 13.000 jaar geleden een weg door het oosten van Noord-Amerika en Canada. De uitstroom van koud water in de Noord-Atlantische oceaan veroorzaakte de laatste koude periode van de laatste ijstijd.
IJstijden zijn periodes van zo'n honderdduizend jaar lang waarin de wereld langzaamaan afkoelt, en enorme ijskappen grote delen van het noordelijk halfrond bedekken, om vervolgens weer weg te smelten.
Leefden er ook mensen tijdens de ijstijd in Europa? Jazeker. Ongeveer in het midden van de laatste ijstijd heeft zich zelfs een belangrijke verandering van de menselijke cultuur voorgedaan. Toen verscheen de moderne mens in Europa, en verdween de Neanderthaler.
Rond 10.000 jaar geleden was de aarde al een stuk warmer, ook al was de ijstijd toen 'pas' zo'n 1700 jaar voorbij. De permafrost smolt langzaam maar zeker, waardoor deze alleen in noordelijke gebieden aanwezig bleef.
In het koudere westen en noorden van Europa moest Homo erectus zich aanpassen aan een klimaat van ijstijden en tussen-ijstijden om te kunnen overleven. Meer dan 300.000 jaar geleden verscheen de neanderthaler, Homo neanderthalensis, de eerste mensachtige die we ook uit Nederland kennen.
De dino's zijn inderdaad niet uitgestorven door een ijstijd, maar door een komeetinslag op Yucatán, Mexico. En er waren inderdaad geen mensen in de ijstijd, enkel dieren die met onder andere hun vacht en overlevingsinstinct de tijd door konden komen, en uit die dieren zijn wij gekomen.
Voorspelbare variaties in zonnestraling triggeren ijstijden
Deze cyclische veranderingen zorgen ervoor dat de zonnestraling in de zomer op onze breedtegraden langzaam fluctueert. In periodes met weinig zonnestraling wordt het kouder en kunnen gletsjers en ijskappen aangroeien, en andersom.
In Nederland leefden verschillende dieren tijdens de ijstijd. Paarden, herten, wolven, vogels, vissen, hyena's, marmotten, sneeuwuilen en poolvossen.Maar ook mammoeten, wolharige neushoorns en sabeltandtijgers. Die zijn nu uitgestorven.
De vraag hoe koud de meest recente ijstijd was, is nu beantwoord. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de gemiddelde temperatuur in deze periode ongeveer 7,8 graden Celsius was. En dat is een belangrijk inzicht voor wetenschappers die zich bezighouden met klimaatverandering.
In de afgelopen drie miljoen jaar zijn er tussen de twintig en dertig ijstijden geweest.
IJstijden ontstaan omdat de afstand van de aarde tot de zon niet altijd constant is. Door de invloeden van andere planeten kan de aardbaan na verloop van tijd veranderen in een langgerekte ellips. Bovendien is de stand van de aardas niet altijd dezelfde.
De Kleine IJstijd begon rond 1430 en duurde tot halverwege de negentiende eeuw.
Tijdens het maximum lag er boven het noorden van Nederland dus een laag ijs. In de rest van het land, en ook in Noord-Nederland voor en na het maximum, was sprake van een toendraklimaat. Er groeiden geen bomen en grote struiken, maar alleen kleine struikjes, grassen en mossen.
Ongeveer 466 miljoen jaar geleden, lang voor het tijdperk van de dinosauriërs , bevroor de aarde. De zeeën begonnen te bevriezen bij de polen van de aarde en de nieuwe temperatuurverschillen rond de planeet vormden het toneel voor een explosie van nieuwe soorten.
Ongeveer 11.700 jaar geleden eindigde de laatste ijstijd. Dit markeerde het einde van het pleistoceen en het begin van het holoceen, het geologisch tijdperk waarin we vandaag de dag leven.
66 miljoen jaar geleden leefden er honderden verschillende soorten dinosaurussen samen op aarde. Maar aan de tijd van de dino's kwam een onverwachts einde toen een meteoriet insloeg. De meteoriet sloeg een gat zo groot als België in de ondiepe oceaan naast de plek waar nu Mexico ligt.
De totale omvang van de menselijke bevolking in de Oude Wereld tijdens het laatste glaciale maximum wordt geschat op 2.117.000–2.955.000 op basis van de dichtheid van carnivoren en 3.046.000–8.307.000 op basis van de dichtheid van jagers-verzamelaars.
De eerste boeren kwamen hier ongeveer 7000 jaar geleden wonen. Ze leefden heel anders dan de jagers die al in ons land leefden. De boeren woonden op een vaste plek, in huizen gemaakt van stro, leem, takken en boomstammen. De bomen werden omgehakt met grote bijlen, een nieuwe uitvinding van de boeren.
In de prehistorie gingen mensen schrikbarend vroeg dood. Tot ongeveer 30.000 jaar terug. Toen werd vermoedelijk een deel van de mensheid vijftig jaar oud en was er zelfs een groep die de tachtig of negentig haalde.
Zelfs na die eerste verschroeiende millennia was de planeet echter vaak veel warmer dan nu . Een van de warmste tijden was tijdens de geologische periode die bekendstaat als het Neoproterozoïcum, tussen 600 en 800 miljoen jaar geleden. De omstandigheden waren ook vaak bloedheet tussen 500 miljoen en 250 miljoen jaar geleden.
In het meest extreme scenario stijgt de gemiddelde temperatuur tot 2050 met nog eens 1,6 °C ten opzichte van de huidige normaal en tot 2100 met 4,4 °C.
Naar schatting aten Neanderthalers 20 procent planten net als andere mensen in de steentijd.Wat betreft het vlees aten ze voornamelijk plantenetende dieren, zoals de mammoet en neushoorn (NAITO 2016).