Cross-sectioneel onderzoek, ook wel correlationeel onderzoek genoemd, is onderzoek waarin onderzoekers, op één bepaald tijdstip één situatie of aspect observeren. Er is geen sprake van een interventie, noch van randomisatie.
Bij cross-sectioneel onderzoek verzamel je data van veel individuen op één moment in de tijd. Je observeert variabelen zonder ze te beïnvloeden. Onderzoekers op het gebied van economie, psychologie, geneeskunde, epidemiologie kiezen vaak voor een cross-sectioneel design.
Bij transversaal (cross-sectioneel) onderzoek wordt ieder individu in een groep eenmaal en op hetzelfde tijdstip geobserveerd of gemeten. Bij longitudinaal onderzoek worden de waarnemingen of metingen bij ieder individu op een aantal achtereenvolgende tijdstippen herhaald.
Een dwarsdoorsnede-onderzoek is zinvol om op een gegeven moment de samenhang tussen een breed scala aan omgevingsfactoren en verschillende ziekten of klachten vast te stellen. Het belangrijkste nadeel van dwarsdoorsnede-onderzoek is het gelijktijdig vaststellen van de blootstelling en de status van de gezondheid.
Longitudinaal onderzoek - waarbij dezelfde mensen, bedrijven, landen of andere eenheden worden gemeten op twee of meer tijdstippen - biedt unieke kansen om stabiliteit en verandering in de tijd te onderzoeken. Het is daarom een belangrijk hulpmiddel op veel gebieden in de sociale wetenschappen en gedragswetenschappen.
Een longitudinale golf is een golf waarbij de trillingsrichting (u) parallel is aan de voortplantingsrichting van de golf (v). Een voorbeeld van een longitudinale golf is geluid.
Definitie van empirisch onderzoek
Empirische kennis is kennis die voorkomt uit wetenschappelijke ervaringen (onderzoek). Bij empirisch onderzoek beantwoord je je onderzoeksvraag door systematisch data te verzamelen met behulp van een empirische onderzoeksmethode.
Achtergrond. Meestal denken we bij onderzoek aan vragenlijstonderzoek of Randomised Controlled Trials (RCT's). Dit zijn voorbeelden van kwantitatief onderzoek.
' Een prospectief onderzoek begint in het heden en gaat door in de tijd. Een retrospectief onderzoek daarentegen kijk achteruit (retro) naar een bekende uitkomst, waarbij de factoren worden bepaald die de uitkomst hebben beïnvloed.
Hoelang duurt een longitudinaal onderzoek? Een longitudinaal onderzoek kan enkele weken, maar ook tientallen jaren duren. In alle gevallen worden participanten meerdere keren geobserveerd of onderzocht. In de meeste gevallen duurt dit type onderzoek al snel enkele jaren.
Longitudinale onderzoeken zijn heel handig om de juiste volgorde van gebeurtenissen vast te stellen. Ook kun je veranderingen door de tijd heen onderzoeken en krijg je inzicht in oorzaak-gevolgrelaties. Helaas zijn longitudinale onderzoeken over het algemeen wel duurder en tijdrovender dan andere soorten onderzoek.
Met een cohortstudie worden mensen herhaaldelijk gemeten, vaak met één of meerdere tussenliggende jaren, zodat langzaam ontwikkelende gezondheidproblemen en ziekten kunnen worden opgespoord.
Kwantitatieve onderzoeksdesigns kunnen worden verdeeld in vier soorten. Met experimenteel en quasi-experimenteel onderzoek kun je oorzaak-gevolgrelaties (causaliteit) onderzoeken, terwijl je met descriptieve en correlationele designs variabelen kunt meten en relaties tussen de variabelen kunt beschrijven.
In kwantitatief onderzoek ligt zowel bij het verzamelen als bij de analyse de nadruk op kwantificatie van data. Bij kwalitatief onderzoek is dat niet het geval. De nadruk ligt daar niet op meten en op het verzamelen van getallen, maar op woorden. Het is subjectiever en interpretatiever.
Het onderzoeksdesign, of kortweg het design, is een systematische weergave van de meetmomenten bij de te onderscheiden groepen. Elk onderzoek heeft een design en een goed begrip ervan is van cruciaal belang: het is in sterke mate bepalend voor de interne (of liever methodologische) validiteit.
Er is sprake van triangulatie als je verschillende bronnen, theorieën, onderzoeksmethoden of data-analysemethoden gebruikt om iets te onderzoeken. Hierdoor bekijk je je onderzoeksvraag vanuit verschillende richtingen. Triangulatie verhoogt de betrouwbaarheid en validiteit van je resultaten.
Controlled clinical trials zijn onderzoekingen die ten doel hebben bij groepen patiënten met een bepaalde, goed omschreven ziekte de effecten van verschillende behandelingen te vergelijken. Deze onderzoekingen worden volgens een bepaalde methode opgezet, uitgevoerd en geanalyseerd.
Vaak wordt er een selectie gemaakt naar bijvoorbeeld leeftijd, andere behandelingen die de persoon krijgt, bijkomende pathologie, etc. Een ander kenmerk is de blindering, het liefst dubbele blindering. Hierbij weet de proefpersoon niet of hij/zij een “echte” of placebo c.q. controle-behandeling krijgt.
Als zodanig is empirische wetenschap tegenovergesteld aan formele wetenschap, die juist niet op ervaring maar op a priori ofwel ervaringsonafhankelijke beginselen is gebaseerd. Voorbeelden van empirische wetenschappen zijn de natuurkunde, de scheikunde en de sociologie.
Het is afgeleid van het Griekse woord empeirikos, wat "ervaren" betekent. In de wereld van vandaag verwijst het woord empirisch meestal naar het verzamelen van gegevens met behulp van bewijs dat is verzameld door observatie of ervaring of met behulp van gekalibreerde wetenschappelijke instrumenten.
empirisch bijv. naamw. Uitspraak: [ɛm'piris] als iets gebaseerd is op waarneming Voorbeelden: `Bij empirisch onderzoek doe je proeven of experimenten, analyseer je de resultaten en trek je op basis daarvan een conclusie.
In het kort is een staande golf een golf die niet vooruitbeweegt. Hij heeft dus in knopen en buiken (punten waar de uitwijking respectievelijk altijd nul is en maximaal kan zijn). Een voorbeeld is een gitaarsnaar. Een lopende golf is een golf die wél vooruitbeweegt.
Verschil met longitudinale golf
Bij een transversale golf staat de richting van de oscillatie (bijvoorbeeld de beweging van de deeltjes) loodrecht op de voortplantingsrichting. Bij een longitudinale golf is de richting van de oscillatie parallel aan de voortplantingsrichting.
Men onderscheidt mechanische golven, die aan een medium zoals lucht, water en metaal, gebonden zijn, en golven die zich in het luchtledige kunnen voortplanten, zoals elektromagnetische straling, materiegolven en zwaartekrachtsgolven.