"Beum" is Brabants dialect voor "bomen". Het wordt bijvoorbeeld gebruikt in de context van de horecalocatie Beum in Oosterhout. Fijn Oosterhout
Beun kan verwijzen naar: Beun (scheepvaart), een scheepsruim om zand, grind, stenen of baggerspecie te transporteren. Bun (schip) of viskaar, een kast aan boord van een vissersschip om gevangen schaaldieren of vis levend te bewaren. Beunhaas, iemand die voor (te) weinig geld klussen verricht en slecht werk aflevert.
Het woord beun staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Een beun is een vlonder en een losse planken vloer. De term beun is afkomstig van het Protogermaanse buni (planken vloer, houten verhoging); bron Etymologiebank.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: beun (zn) : bun, kaar, viskaar.
Een "mooi" woord hangt af van de context, maar voor de vloerwisser zijn vloertrekker, vloerwisser (NL) of gewoon trekker standaardtaal; voor een flesopener zijn kurkentrekker, flesopener of kroontjeswipper (dialect) goede alternatieven, terwijl "aftrekker" zelf vaak als dialect (Belgisch) of informeel wordt gezien.
poepen (ww) : beren, kakken, drukken, afgaan, zijn behoefte doen, schijten, bouten, een ontlastende verklaring afleggen, een grote boodschap doen, zijn gevoeg doen.
Het woord BEUM is Brabants dialect en staat voor bomen.
d.w.z. er genoeg van hebben, iets moe zijn; mnl. mi heeft boy, ik ben beu van; oorsprong onbekend.
Definitie van 'bonus'
1. voorbereid, klaar . werkwoord (intransitief) 2. Schots dialect.
Nettere woorden voor poep zijn ontlasting, stoelgang, uitwerpselen, of de formelere medische termen feces en faeces; informeel kan ook drol of kak (hoewel minder netjes) worden gebruikt.
openbaar overzicht, verslag van gebeurtenissen, evenementen, e.d.
Volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands is het “zeer waarschijnlijk” dat beun verwant is aan bodem, en moet het ooit ook een -d- hebben gehad, die echter in een ver verleden is uitgevallen. We zouden voor beun dan van een grondbetekenis 'vloer, bodem' moeten uitgaan.
Bühne kan verwijzen naar: Podium (verhoging), de ingeburgerde term voor het podium. Bühne (Harzvorland), een gemeente in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. In de uitdrukking "iets doen voor de Bühne" = louter om de aandacht die men er voor trekt.
BEON is een samenwerkingsverband van bedrijven en organisaties in Oost-Nederland. Doel is het realiseren van projecten en het ontwikkelen van technologische routes voor de zorgvuldige en veelzijdige inzet van biogrondstoffen en duurzame energie voor een beter klimaat.
Signalen dat een man je beu is, zijn vaak veranderde communicatie (minder praten, trage reacties), emotionele afstand (geen interesse in je leven, mijden van diepgang, snel geïrriteerd, afwezigheid van "wij" en "ons"), minachting (sarcastische opmerkingen, rollen met ogen, jou kleiner maken) en gebrek aan inspanning (geen verontschuldigingen, geen verantwoordelijkheid nemen, jou buiten zijn sociale kring houden). Hij toont weinig tot geen respect en maakt je onzeker over je eigenwaarde.
achterste (zn) : achterwerk, bil, reet, zitvlak, bips, gat, kont, stuit, krent, aars, derrière, poeper, achterdeel. achterwerk (zn) : billen, achterste, zitvlak, bips, kont, derrière, brits, poeper, achterdeel, toges.
zelfstandig naamwoord. /ˈbeɪɡəm/ /ˈbeɪɡəm/ een eretitel die gebruikt wordt voor een moslimvrouw van hoge rang en voor een getrouwde moslimvrouw .
Informeel: het geluid van een explosie of een klap . Ik hoorde een luide knal. Wordt vaak als tussenwerpsel gebruikt.
Lelijk, aanstootgevend, geen gezicht. Bargoens, de straattaal uit het bein van de twintigste eeuw.
In sociale situaties is het voldoende om te zeggen: " Ik moet naar het toilet ." Als het om een medische situatie gaat (bijvoorbeeld bij de dokter), kun je het gewoon een stoelgang noemen.
poep (zn) : mest, uitwerpsel, stront, uitwerpselen, kak, schijt, drek, derrie, excrementen, feces, kaka. poep (zn) : wind, scheet, windje, poepje, darmgas, buikwind, flatus, veest.