Dan beheerst je groep de doelen van 5b (de SLO-leerdoelen van de tweede helft van leerjaar 5) en zit je groep op niveau. Je kunt ook de lijn van de schoolweging aanzetten, dan kun je zien of jouw groep net zo scoort als andere scholen met dezelfde schoolweging.
In de bovenbouw geven we aan welk referentieniveau (1F-2F/1S) de leerling gehaald heeft. Voor de ontwikkelscore geldt bij alle vaardigheden: bij een score van 60 heeft de leerling 1F behaald, en bij een score van 80 heeft de leerling 2F/1S behaald.
Bij toetsresultaten staan de resultaten van de laatste IEP-toetsen. Je ziet het niveau dat je kind heeft behaald met daarbij de ontwikkelscore. Het niveau geven we aan in halve leerjaren. Zo staat 3b bijvoorbeeld voor de doelen van eind groep 3 en staat 5a voor de doelen van midden groep 5.
Om de resultaten van een leerling te analyseren log je in bij het IEP LVS.Je komt terecht op de status pagina van jouw groep.Klik op de toets die je wilt analyseren. Je ziet welke toets de leerling heeft gemaakt, wanneer de toets is afgerond en het toetsresultaat.
Elk leerniveau kan gekoppeld worden aan een gemiddeld IQ: een vmbo-t leerling heeft bijvoorbeeld een gemiddeld IQ tussen de 100 en 107, een havoleerling tussen de 108 en 115 en een vwo-leerling heeft een gemiddeld IQ vanaf 118.
Niveau 1F voor lezen betekent bijvoorbeeld dat een kind eenvoudige teksten kan lezen. Niveau 2F ligt wat hoger en is dus moeilijker dan 1F. Voor rekenen geldt dit precies zo: 1F is rekenen met makkelijke getallen. Niveau 1S gaat een stapje verder en gaat over rekenen met moeilijke getallen.
Leerlingen die naar VMBO TL of hoger uitstromen, erbij gebaat zijn dat ze minimaal de leerdoelen op 2F/1S-niveau beheersen (in het IEP LVS ontwikkelscore 80 of hoger).
IEP meet de leerdoelen van de leerlijn van de SLO-leerdoelen en het referentiekader. Bij leerjaar 3 t/m 6 spreken we over a (de leer- doelen van het eerste half jaar) en b (de leerdoelen van de tweede helft), daarna over de referentieniveaus. De ontwikkelscore is gelijk of hoger dan de drempelwaarde.
Hoewel de IEP-toets verfrissend aan doet, lijkt ze zich niet veel te onderscheiden van de Cito-toets. De afname is heel kort. De moeilijkheidsgraad loopt op en dat wordt door IEP als een voordeel beschouwd, maar hoeft dat – zeker voor zwakker kinderen – niet te zijn.
IEP groep 7 en 8 - 1F (basisniveau) De IEP toets wordt afgenomen aan het einde van de basisschool. De IEP Eindtoets meet drie onderdelen: rekenen, lezen en taalverzorging.
De IEP Doorstroomtoets meet de verplichte vaardigheden lezen, taalverzorging en rekenen aan het einde van groep 8.
Het IEP-advies wordt berekend op basis van de (hoogste) toetsresultaten voor de vaardigheden lezen, taalverzorging en rekenen in de desbetreffende toetsperiode. Het maakt hierbij niet uit welk niveau toets gemaakt wordt; <1F-1F, <1F-1F-2F/1S, of 1F-2F/1S.
Het IEP leerlingvolgsysteem (LVS) werkt volgens het hoofd-hart-handenprincipe en brengt door middel van toetsen en observaties niet alleen de cognitieve vaardigheden (hoofd) van leerlingen in kaart, maar ook de leeraanpak/leren leren, de sociaal-emotionele ontwikkeling, het creatief vermogen en motoriek (hart-handen).
2F: Het basisniveau voor taal en rekenen dat leerlingen moeten behalen na vmbo-bb/kb of mbo-niveau 1/2/3. Dit niveau wordt gezien als noodzakelijk om maatschappelijk te kunnen functioneren.
lager dan 80 LWOO of praktijkonderwijs 80 t/m 90 vmbo bbl of vmbo bbl/kbl 90 t/m 100 vmbo kbl of vmbo kbl/tl 100 t/m 105 vmbo-tl of vmbo-tl/havo 105 t/m 110 vmbo tl/havo 110 t/m 115 havo vanaf 115 havo/vwo vanaf 130 vwo (gymnasium, TTO etc.)
Het advies havo komt overeen met een percentiel van tussen de 538 en 541.
praktijkonderwijs: taal 1F en rekenen 1F. mbo niveau 1/Entree-opleiding*, mbo niveau 2 en niveau 3: taal 2F (m.u.v. het onderdeel Fictionele, narratieve en literaire teksten) en rekenen 2F.
Het referentiekader bestaat uit fundamentele niveaus en streefniveaus. Het fundamentele niveau (1F-niveau) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen moeten beheersen. Het streefniveau (1S-niveau) heeft iedereen nodig om in de maatschappij mee te kunnen doen.
Elke leerling maakt dezelfde toets, waarin de focus ligt op het vaststellen van het referentieniveau: 1F of 2F voor taal (lezen en taalverzorging) en 1F of 1S voor rekenen.
Als je vermoedt dat een leerling het minimumniveau 1F aan het einde van de basisschool niet gaat halen, dan zet je een passende leerroute in. Het leerlingrapport van een LVS-toets helpt je om jouw keuze te onderbouwen.
Bij studenten op een universiteit is het gemiddelde IQ 115. Ook voor deze groep geldt dat er studenten zijn die lager scoren dan het gemiddelde. In de normaalverdeling is heel goed zichtbaar dat er qua IQ een grote overlap is tussen studenten op een universiteit en het middelbaar onderwijs.
Sommige onderzoekers hebben zelfs ontdekt dat strenge academische curricula kunnen leiden tot verbeterde IQ-scores . De persoonlijkheden, werkethiek en thuisomgevingen van tieners zijn ook belangrijk.
Vwo leerlingen in de praktijk
Is bereid medeleerlingen te helpen bij studie en problemen. Kan taken verdelen binnen een groep. Kan in hoge mate reflecteren op het eigen handelen. Kent een redelijk sociaal verantwoordelijkheidsgevoel (voor eigen doen en laten).