– Als je sneller weg wilt rijden geef je geleidelijk meer gas. – Wegrijden bij een verkeerslicht: Denk er aan dat je de koppeling rustig omhoog laat komen. De mensen achter je moeten langer wachten als de auto afslaat.
Geel licht (in de volksmond vaak oranje genoemd) betekent stop. Alleen als je het licht zo dicht genaderd bent dat je redelijkerwijs niet meer kunt stoppen, mag je doorrijden. Rood betekent stop. Stop je niet voor rood, dan is de boete € 310,-.
Wat moet ik doen bij een rood licht? Als u een rood licht nadert, stop dan achter de streep . Alle weggebruikers, inclusief fietsers, moeten dit doen. Zet uw voertuig in neutraal en trek de handrem aan, tenzij u denkt dat de wachttijd kort zal zijn.
Om te remmen gebruik je vooral de rem (!!!)Ga direct naar het rempedaal en schakel niet terug! Je mag gewoon remmen zonder terug te schakelen op voorwaarde dat je het ontkoppelingspedaal pas gaat indrukken als de motor in zeer lage toeren komt.
Indien je een stoplicht nadert, wat kan je dan het beste doen? (wat betreft brandstof besparen en zo min mogelijk slijtage). 1. In de versnelling blijven (bv 5), gas los, evt bijremmen en op het laatst de koppeling indrukken ivm lage toeren en daarna terugschakelen (2 of 1).
Het is aan te raden om de N-versnelling of de neutraalstand te gebruiken, samen met de handrem om te voorkomen dat de auto gaat bewegen. Hierdoor is het gemakkelijker en comfortabeler om terug te schakelen naar stand D.
GROEN: "Stop". Begin niet te rijden totdat het groene licht in uw voordeel verschijnt. : "Stop" tenzij u zo dicht bij de stopstreep bent wanneer de lichten op AMBER springen dat u niet meer veilig kunt stoppen .
Aanrijding na doorrijden bij oranje verkeerslicht
Doorrijden bij oranje licht is alleen toegestaan als stoppen niet meer mogelijk is. Gas geven om het stoplicht te passeren voordat het licht rood wordt, is een verkeersovertreding als stoppen mogelijk is. Bij een aanrijding kan een rechter hier rekening mee houden.
Methode: De stoplichtmethode is een hulpmiddel om signaleren van controleverlies bij de cliënt te herkennen en daarop juist te handelen, zodat escalatie van het gedrag voorkomen kan worden.
De regel hierbij is dat u bij het naderen van een oranje stoplicht uw snelheid moet verminderen en ervoor moet zorgen dat het veilig is voor auto's om op de weg te stoppen en dat u voldoende ruimte hebt rondom het voertuig.
7. De verkeerslantaarns van driekleurige verkeerslichten zijn samengesteld uit een rood, een geel en een groen licht, die in een verticaal vlak zijn aangebracht; het rode licht boven, het gele licht in het midden en het groene licht onder. 8. De volgorde, waarin de lichten verschijnen is: groen, geel, rood, groen, enz.
Sta je voor een rood verkeerslicht, kijk dan eerst of het voorrangsvoertuig zelf zijn weg kan vinden. Kan het er niet langs, maak dan alleen ruimte als het veilig kan. Als een voorrangsvoertuig wil passeren, blijf dan op de weg en houd zoveel mogelijk rechts.
Volgorde van handelen bij het wegrijden:
Geef tegelijkertijd licht gas. 3. Houd de koppeling en het gaspedaal 2 seconden op dezelfde hoogte totdat je voelt dat er beweging in de auto komt.
Het remsysteem is je belangrijkste veiligheidsfunctie. Het gebruik van de rem gaat vaak samen met de koppeling, vooral bij het tot stilstand komen. Onthoud de volgorde: eerst de rem, dan de koppeling, om te voorkomen dat de auto abrupt stopt of de motor afslaat.
Rijden naar een licht.
Hier wilt u uw koppelingspedaal gebruiken voordat u stopt. U hebt twee opties: druk op de koppeling en gebruik uw remmen om te stoppen , of gebruik motorrem zo lang mogelijk en rem indien nodig.
Uitleg: Wanneer u voor een verkeerslicht staat en het groene licht gaat branden, moet u controleren of de weg vrij is en alleen doorgaan als dit veilig is .
De volgende keer dat u vastzit achter andere auto's of wacht tot een rood stoplicht op groen springt, tel dan tot 5 seconden. Als het er niet op lijkt dat er iets gaat bewegen zodra de tijd om is, trek dan de handrem aan . Dit betekent dat, zodra u weer klaar bent om te vertrekken, uw voeten vrij zijn om de koppeling en het gaspedaal te bedienen.
2. Vermijd het gebruik van neutraal als de auto bij een stoplicht/verkeer staat . Automatische voertuigen die in neutraal staan terwijl ze in neutraal staan, besparen geen brandstof. Gebruik in plaats daarvan de handrem zodat u uw transmissie niet verslijt. Er ontstaat schade als de versnelling in N staat wanneer het licht op groen springt.
Wegrijden in de tweede versnelling is een goede remedie, maar belangrijker nog is om weinig gas te geven bij het optrekken en heel voorzichtig de koppeling omhoog te laten komen.
Rem uw auto geleidelijk en progressief af , waarbij u de snelheid van de auto geleidelijk laat afnemen totdat deze volledig stilstaat. Vermijd plotseling en abrupt remmen, omdat dit gevaren kan opleveren en het risico bestaat dat u van achteren wordt aangereden door voertuigen achter u.
Zodra de remschijven versleten zijn kun je dit merken door een schurend geluid of door trillingen tijdens het remmen. Ook kun je het zien wanneer je de remschijven bekijkt en sporen van haarscheuren vertonen of kromgetrokken zijn.
Als je in neutraal rijdt, heb je los draaiende wielen en daardoor minder goede wegligging. Het differentieel werkt minder goed. Je remt niet op de motor en daardoor ga je de remmen meer belasten en wordt de dosering van het rempedaal moeilijker.