Stadslicht of standlicht is de verlichting op een voertuig die vaak gebruikt wordt bij het parkeren, daarom ook wel parkeerlicht genoemd. Samen met het stadslicht moet altijd andere verlichting branden (dimlicht of
Standlichten duiden de breedte van je wagen aan
Ze zijn verplicht te gebruiken als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter en tussen zonsondergang en -opgang. Indien je stilstaat of parkeert op een donkere plek langs de weg, ben je ook verplicht de standlichten - of parkeerlichten - gebruiken.
de parkeerlichten of standlichten die net zoals dagrijverlichting alleen dienen om gezien te worden door andere weggebruikers. de dimlichten zorgen dat u gezien wordt door de andere weggebruikers én verbeteren het zicht van de bestuurder tot ca. 30 meter.
Stadslicht is bedoeld om een geparkeerd voertuig zichtbaar te maken. Een betere naam zou 'standlicht' of 'parkeerlicht' zijn. De typering 'stadslicht' stamt nog uit de jaren 50. Toen was het gebruikelijk om binnen de bebouwde kom uitsluitend stadslichten te voeren.
Het meest gebruikte licht op een voertuig zijn dimlichten. Ze zijn bedoeld om het wegdek voor de auto te verlichten zonder tegenliggers of voetgangers te verblinden. Het lichtpatroon zorgt ervoor dat het gezichtsveld van de bestuurder goed verlicht is zonder dat dit hinder oplevert voor anderen.
Dimlicht. Overdag bij slecht zicht mag u het dimlicht gebruiken. In het donker is het dimlicht verplicht. De dimlichten hoeven niet aan als de mistlichten branden.
Grootlicht geeft een feller, intenser licht met een bredere lichtbundel, terwijl dimlicht zorgt voor een gerichte en gecontroleerde verlichting van de gebieden dichter bij uw auto .
Wat is stadslicht? Stadsverlichting is minder fel dan dimlicht. Het biedt subtiele verlichting zonder het andere verkeer te verblinden. Je auto is dus beter zichtbaar, maar het wegdek wordt niet extra verlicht.
Overdag voer je dagrijverlichting of dimlicht
Sinds 2011 hebben nieuwe auto's standaard dagrijverlichting, ook wel afgekort tot DRL (Daytime Running Lights). Overdag schakelen auto's automatisch de dagrijverlichting in. Wat veel mensen echter niet weten, is dat alleen de koplampen dan branden.
Bij veel auto's branden de achterlichten niet in combinatie met dagrijlichten. Dat komt de zichtbaarheid van deze weggebruikers bij slechte weersomstandigheden niet ten goede. “ “En dagrijverlichting is in die omstandigheden gewoonweg niet de juiste verlichting”, benadrukt De Jong.
vooraan: één of twee witte of gele standlichten branden. achteraan: één of twee rode lichten branden.
Welke lichten aanzetten om in regenweer te rijden? Als het regent en het zicht minder dan 200 m is, zet dan je standlichten aan. Bij hevige regen (zicht minder dan 100 m) zet je je dimlichten aan, je mistlicht(en) achteraan en eventueel je mistlichten vooraan.
Verplicht. Zodra je minder dan 100 meter ver kan zien door mist of als het sneeuwt moet je je achtermistlicht(en) opzetten. Als het fel regent, moet je je achtermistlicht(en) altijd opzetten.
Standlichten heeft wel elke auto, die zijn verplicht aanwezig.
Parkeerlichten worden soms ook wel zijlichten genoemd . Ze bevinden zich meestal aan de voorkant van uw auto, in dezelfde verlichtingscluster als uw hoofd- en dimlicht.
Stadslicht is niet verplicht, maar mag wel gevoerd worden in situaties waarbij het voertuig overdag in beweging is en er voldoende daglicht aanwezig is.
Je mag deze weg niet inrijden met een brom-, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor.
Dimlichten – Dimlichten zijn de autolichten die u 's nachts het meest gebruikt en zijn naar de grond gericht, zodat ze andere bestuurders niet verblinden. U moet deze aandoen zodra het wat donkerder of schemeriger begint te worden, zelfs als u het gevoel heeft dat u zonder goed genoeg kunt zien.
Op zijn beurt geeft die biologische klok signalen door aan de pijnappelklier en onderdrukt hij productie van het slaapopwekkende hormoon melatonine. Met andere woorden: blauw licht zorgt dat je wakker blijft.
Dimlicht is verplicht om in het donker te voeren. Bij slecht zicht overdag mag het dimlicht ook ontstoken worden. Groot licht mag alleen gevoerd worden als er geen ander verkeer in de buurt is. Mistlicht mag alleen gevoerd worden als mist, sneeuwval of regen het zicht ernstig belemmert.
Het gebied van het lichtgevende deel van de LED-lampen is verschillend. Twee lampen van verschillende vormen met hetzelfde wattage kunnen soms heel verschillend lijken in helderheid. Een kleine gloeilamp zal bijvoorbeeld feller lijken dan een grote gloeilamp.
Bij het vallen van de schemering zal de verlichting vanzelf aan gaan. Mist wordt niet altijd door lichtsensoren herkend. Het is daarom beter om bij regen en mist handmatig dimlicht in te schakelen.
Dus, gebruiken groot- en dimlichtkoplampen verschillende lampen? Het hangt allemaal af van het type koplamplamp in uw voertuig. Sommige lampen kunnen zowel als grootlicht als dimlicht worden gebruikt . Andere voertuigen schakelen heen en weer tussen twee verschillende lampen…
Koplampen: Groot licht of dimlicht. Dagrijverlichting (DRL's): Felle koplampen, automatisch geactiveerd. Zijlichten: Dimlichten in de koplampunits. Mistachterlichten: Een enkel of dubbel rood licht.
Koplampen worden ook vaak koplampen genoemd , maar in de meest precieze betekenis van het woord is koplamp de term voor het apparaat zelf en koplamp de term voor de lichtbundel die door het apparaat wordt geproduceerd en verspreid.