Spaans is ook populair omdat het relatief makkelijk te leren is. Spaans is een zogenaamde fonetische taal. Dat wil zeggen dat de woorden uitgesproken worden op de manier waarop je ze schrijft. En wanneer je Spaans spreekt is het ook makkelijker om andere Romaanse talen als Frans, Portugees en Italiaans op te pakken.
Ja, Portugees, Italiaans, Engels en Frans.
Het is een officiële taal van de VN, de EU, de Organization of American States en de Union of South American Nations. Dankzij die status worden er wereldwijd allerlei belangrijke handelsdeals gesloten en investeringen gedaan.
Ander typisch Spaanse producten zijn chorizo, jamón serrano of jamón ibérico (Iberische ham) de Spaanse tortilla, churros, paella, gazpacho en calamares a la romana (gefrituurde inktvis).
Gemiddeld heeft een student 575-600 uur, oftewel 24 weken voltijdstudie, nodig om vloeiend Spaans te leren. Dus als je maar één uur per dag studeert, doe je er ongeveer anderhalf jaar over. 'Vloeiend' is moeilijk te definiëren, omdat iedereen een ander leertempo heeft en er allerlei factoren invloed op kunnen hebben.
Om dit in perspectief te plaatsen: als je 3 uur per dag Spaans leert, kun je in slechts 6-7 maanden vlot Spaans leren. En als je er maar één uur per dag aan besteedt, zul je in 1,5 jaar vlot Spaans leren.
Dus als je op startniveau (A1) begint en een cursus volgt Spaans intensief (20 lessen per week), kun je in 2 maanden niveau B6 bereiken. Als je niet zoveel tijd hebt om te leren, en je kiest voor een opleiding semi-intensief (10 lessen per week), je zou het in 10-12 maanden bereiken.
Wat maakt Spaans zo moeilijk.
Het leren voor Spaans wordt vaak als moeilijk ervaren omdat het veel verschillende tijden heeft. Daarnaast vinden veel leerlingen de grammatica van het Spaans ook erg lastig. Daarnaast heeft Spaans ook een boel verschillende dialecten.
Spaans kan worden beschouwd als een gemakkelijke taal om te leren vanwege de relatief eenvoudige grammatica en fonetische uitspraak. Maar zoals voor elke taal geldt, vereist het toewijding, oefening en blootstelling aan de taal om het onder de knie te krijgen.
Spaans is de officiële taal van 21 landen ter wereld. Dat betekent dat u, als u Spaans spreekt, niet alleen met meer dan 400 miljoen mensen kunt communiceren, maar ook toegang hebt tot een grote verscheidenheid aan samenlevingen, culturele tradities, gewoonten en overtuigingen.
Het Portugees en het Spaans lijken wat betreft grammatica en woordenschat sterk op elkaar. Er wordt geschat dat deze twee talen voor 89% dezelfde woordenschat hebben.
In feite heeft het Portugees meer fonemen dan het Spaans en daarom is het soms moeilijker voor een Spaanssprekende om een Portugeessprekende te begrijpen dan andersom. Dit komt omdat er in het Portugees meer manieren zijn om woorden uit te spreken dan in het Spaans.
Portugees . In het noordwesten van Spanje is Galicië het moederland van de Portugese moedertaal. Het wordt algemeen beschouwd als de taal die het dichtst bij het Spaans ligt – de lexicale gelijkenis wordt geschat op 89%. Dit is op verschillende manieren te zien.
Een draaiende motor is not done in Spanje. Moet je langer dan twee minuten wachten, in de file of bij een spoorwegovergang, dan moet je de motor afzetten.
In sommige delen van Spanje is het illegaal om alcohol te drinken op straat . Je kunt ter plekke een boete krijgen. Er zijn strenge controles op drinken en seksuele activiteiten op openbare plekken, waaronder stranden.
Concluderend kunnen we stellen dat 1) de Spaanse grammatica ingewikkelder is om te leren dan de Engelse grammatica (als je moedertaal geen Romaanse taal is) en 2) de uitspraak en spelling in het Engels complexer zijn dan in het Spaans.
Voor Nederlanders zijn Japans, Chinees, Koreaans en Arabisch ingewikkelde talen om te leren. Alleen al het schrift van deze talen is ontzettend lastig omdat het uit tekens bestaat en niet uit letters zoals wij die kennen.
Na het afronden van het niveau B2 Spaans is de cursist in staat: gesprekken te voeren met het doel complexe problemen op te lossen, zoals het beschrijven van een probleem bij een product of concessies die een dienstverlener moet doen, middels het gebruik van een breed scala aan taalkundige constructies.