In woorden die zelf weer uit andere woorden bestaan, mág je altijd een streepje zetten voor de duidelijkheid. Er zijn ook gevallen waarin het streepje verplicht is. Woorden als basaria, jazzzangeres, newagemuziek en stropop zijn samenstellingen die je in principe helemaal aan elkaar schrijft.
Het koppelteken (-) is het korte liggend streepje dat gebruikt wordt om de delen van sommige samenstellingen, afleidingen en samenkoppelingen te verbinden. Hetzelfde liggend streepje wordt gebruikt als weglatingsstreepje in een samentrekking, om aan te geven op welke plaats een woorddeel is weggelaten.
Met aandachtstreepjes kun je, net als met twee komma's, een tussenzin duidelijk afscheiden van de rest van de zin. Aandachtstreepjes hebben een sterker effect dan komma's. Plaats een spatie voor en na het gedachtestreepje (een lang streepje –) om verwarring met een koppelteken (een kort streepje -) te voorkomen.
Om ervoor te zorgen dat zo'n woord makkelijk leesbaar is en goed wordt uitgesproken, plaatst je kind een koppelteken tussen de verschillende delen. Als twee of meer woorden met elkaar verwisseld kunnen worden, gaat het om gelijkwaardige woorden.Tussen deze twee woorden komt altijd een koppelteken.
Met een koppelteken verbind je een woord, een letter of een getal met een andere woord. Dit doe je om het woord makkelijker te kunnen lezen. Kijk bijvoorbeeld naar het volgende woord: stage-uren.
Het trema komt op de eerste letter van de nieuwe lettergreep. Het trema wordt gebruikt om een verkeerde uitspraak te voorkomen bij combinaties van klinkertekens die met elkaar botsen in ongelede woorden, afleidingen, verbogen en vervoegde vormen.
Gebruik streepjes om het begin en einde van een serie te markeren , die anders verward zou kunnen raken met de rest van de zin: Voorbeeld: De drie vrouwelijke personages—de vrouw, de non en de jockey—zijn de belichaming van uitmuntendheid. Streepjes worden ook gebruikt om de onderbreking van een zin in een dialoog te markeren: Voorbeeld: “Help!
Je voegt leestekens toe aan je tekst om de leesbaarheid van de tekst te verhogen. Leestekens kunnen bijvoorbeeld de uitspraak van een woord verduidelijken, de nadruk op een specifiek woord of specifieke woordgroep leggen, een citaat markeren of de intonatie van een zin bepalen.
Bestaat het woord uit twee losse woorden die een samenstelling vormen, dan schrijf je een koppelteken. Ontstaat er geen verwarring, dan schrijf je gewoon alles aan elkaar. Is het woord geen samenstelling, maar bijvoorbeeld een meervoud of een enkel woord, dan schrijf je een trema.
Er is geen betekenisverschil, het gaat om een verschil in spelling. Beide varianten voor televisie zijn goed.
In ongelede woorden, afleidingen, verbogen en vervoegde vormen gebruiken we een trema om klinkerbotsing te voorkomen. Er is sprake van klinkerbotsing als twee opeenvolgende klinkertekens die tot een verschillende lettergreep behoren, als één lange klank of tweeklank kunnen worden gelezen.
Gebruik bij het typen twee koppeltekens zonder spaties om een streepje te vormen . Plaats geen spatie voor of na het koppelteken. Sommige tekstverwerkingsprogramma's hebben een teken dat een em-dash wordt genoemd (langer dan een koppelteken), dat kan worden gebruikt zonder spatie ervoor of erna.
Het koppelteken wordt ook wel het verbindingsstreepje genoemd. Het koppelteken wordt gebruikt om samenstellingen of samenkoppelingen met elkaar te verbinden. Het streepje wordt ook wel divisie genoemd.
Een streepje op de e (é), ook wel een e met accent aigu genoemd, maak je door op je toetsenbord de hoge komma (de toets rechts van de dubbele punt en puntkomma) in te tikken en vervolgens de letter e in te toetsen. De e met een accent aigu (é) wordt soms onterecht de apostrof e genoemd.
Een weglatingsstreepje geeft aan wanneer een deel van het woord is weggelaten. Als er dus geen deel is weggelaten hoef je het streepje ook niet te plaatsen. Met andere woorden alleen als het oorspronkelijke woord aan elkaar werd geschreven schrijf je een streepje, waren het losse woorden, dan komt er geen streepje.
--> Als de samenstelling bestaat uit gelijkwaardige delen of een woordgroep zonder extra grondwoord, schrijf je tussen alle delen een streepje. Als er wel nog een grondwoord is, schrijf je de laatste twee delen aan elkaar vast. Als een samenstelling eindigt op een naam, schrijf je voor de naam een streepje.
Enkele aanhalingstekens '…'
Je gebruikt enkele aanhalingstekens: om een enkel woord te citeren (zin 1);om woorden te markeren die je niet in de letterlijke betekenis gebruikt (zin 2);om het woord zelf aan te geven, niet de betekenis ervan (zin 3).
' Het nadrukteken is altijd een streepje van linksonder naar rechtsboven. Om een woord of lettergreep te benadrukken, gebruik je het nadrukteken of klemtoonteken ( ´ ). Dat teken ziet er net zo uit als het accent aigu, het accent dat bijvoorbeeld op café staat.
Het wordt vooral gebruikt om twee of meer woorden die in feite één geheel vormen (vaak een samenstelling) met elkaar te verbinden, of om duidelijk aan te geven dat een woord dat aan het eind van een regel is afgebroken.
Dash. Gebruik een dash in plaats van een komma als u een niet-essentieel element wilt markeren dat speciale nadruk nodig heeft — maar gebruik het spaarzaam en voor een doelbewust effect. Als een niet-essentieel element een interne komma bevat — nogmaals, een komma binnen het element zelf — gebruik dan dash in plaats van komma's om het element te markeren.
Een trema wordt gebruikt als je twee klinkers naast elkaar hebt die als aparte lettergrepen uitgesproken moeten worden in plaats van door elkaar gehusseld als een tweeklank . Het woord "naïef" is een goed voorbeeld.
HOOFDREGEL: Schrijf koppeltekens tussen de delen van een woordgroep zonder duidelijk kernwoord als die het linkerdeel van een samenstelling vormt. Het gaat meestal om een woordgroep van drie of meer woorden, dikwijls met een voorzetsel (zoals aan, voor, met) of met een voegwoord (zoals en).