Tekst. Alles begint zo'n 10 miljoen jaar geleden in Afrika, waar sommige mensapen langzaam op twee benen gaan lopen en de eerste mensachtigen ontstaan. De Australopitheken, oftewel de zuidelijke Mensaap. Ze ontwikkelen zich, hun hersenen groeien, en er ontstaan nieuwe soorten: de Hominidae.
Het geslacht Homo is enkele miljoenen jaren geleden ontstaan in Afrika. Samen met de chimpansees vormt het geslacht Homo een evolutionaire tak binnen de Hominidae (mensachtigen) uit de orde primaten.
Mythe: mensen stammen af van apen
In feite zijn mensen nauwer verwant aan chimpansees dan aan apen, maar wij zijn ook niet geëvolueerd vanuit chimpansees. De gemeenschappelijke voorouder die wij met apen deelden, heeft zich ontwikkeld tot verschillende soort zoals de apen, chimpansees en mensen die wij nu kennen.
Meer dan 300.000 jaar geleden verscheen de neanderthaler, Homo neanderthalensis, de eerste mensachtige die we ook uit Nederland kennen. Hij ontwikkelde zich in Eurazië uit de Homo heidelbergenis. Omstreeks dezelfde tijd ontstond in Afrika Homo sapiens (anatomisch moderne mens).
“De mens, Homo sapiens, is een tweevoetige primatensoort uit de familie van mensachtigen”, zo staat te lezen op wikipedia. De mens is net als alle apen en halfapen een primaat. Enkele kenmerken van primaten zijn naar voren gerichte ogen, opponeerbare duimen en platte nagels.
Er zijn veel eigenschappen genoemd die noodzakelijk zijn om een persoon te zijn: intelligentie, het vermogen om een taal te spreken, creativiteit, het vermogen om morele oordelen te vellen, bewustzijn, vrije wil, een ziel, zelfbewustzijn ... en de lijst kan bijna eindeloos doorgaan.
De ziel is de persoonlijkheid van de mens. De ziel maakt een persoon tot wat hij is, zijn karakter. De scheppingsformule houdt in dat God zijn levensademen (meervoud) in de mens blies, dit is de geest die God de mens gaf. Door het contact tussen lichaam en geest werd de ziel gevormd of geproduceerd.
Zo'n 6,5 miljoen jaar geleden leefde de gemeenschappelijke voorouder van chimpansees, bonobo's en de mens. Waarschijnlijk leek dat dier meer op een chimpansee dan op een mens. Homo sapiens, de moderne mens dus, ontstond zo'n 200.000 jaar geleden op het Afrikaanse continent in het huidige Ethiopië.
De oudste menselijke bewoners in Nederland waren waarschijnlijk neanderthalers die aan het einde van het Midden-Pleistoceen, 465.000 – 128.000 jaar geleden en het Laat-Pleistoceen 128.000 – 115.000 jaar geleden in Noordwest-Europa verbleven. De oudst bekende sporen in Nederland dateren uit het Midden-paleolithicum, ca.
De eerste moderne mens in Nederland, die zo'n tienduizend jaar geleden leefde, had een zwarte huidskleur en blauwe ogen. Dat blijkt uit genetische analyse van acht stukjes menselijk bot uit die tijd, schrijft de Volkskrant.
De huidige mens loopt waarschijnlijk pas 300.000 jaar op aarde rond. Daarvoor waren er wel hominiden (mensachtigen) die op de huidige mens leken. Deze ontstonden ongeveer 7 miljoen jaar geleden.
Of zijn apen net mensen? Dat we veel op elkaar lijken is wel duidelijk. Dat ons DNA voor maar liefst 99% hetzelfde is als dat van de chimpansee, weten we ook. Wetenschappers leren steeds meer over het ontstaan van de mens.
In de menselijke genetica is de mitochondriale Eva (technisch gezien beter bekend als de Mitochondriale-Most Recent Common Ancestor, afgekort tot mt-Eve of mt-MRCA) de matrilineaire meest recente gemeenschappelijke voorouder (MRCA) van alle levende mensen.
Waar komt het Nederlands vandaan? Het Nederlands maakt deel uit van de Inde-Europese taalfamilie. Volgens onderzoekers van het Max Planck Instituut in Nijmegen is de Indo-Europese taalfamilie afkomstig uit Anatolië, de plek waar nu Turkije ligt.
Oorspronkelijk komt de mens uit Afrika. Deze evolutie begon zo'n 10 miljoen jaar geleden, wanneer sommige mensapen op twee benen gaan lopen. Deze soort ontwikkelt zich door en verspreidt zich uiteindelijk over de aarde als de Homo sapiens.
Door de evolutietheorie is de mens een dierlijke soort geworden; een zoogdiersoort om precies te zijn. Als dit klopt dan bestaat de mens strikt genomen niet. Natuurlijk wel als dierlijke soort, maar niet als aparte categorie naast de dierenwereld.
De tijdlijn voor het ontstaan van de vroege moderne mens als soort is nog onderwerp van debat. Op basis van DNA-onderzoek werd verondersteld dat de eerste populaties moderne mensen zo'n 200.000 jaar geleden ontstonden in Oost-Afrika.
Ardipithicines. Ardipithecus is het vroegst bekende geslacht van de menselijke afstammingslijn en de waarschijnlijke voorouder van Australopithecus, een groep die nauw verwant is aan en vaak wordt beschouwd als voorouderlijk van de moderne mens. Ardipithecus leefde tussen 5,8 miljoen en 4,4 miljoen jaar geleden.
Oudste DNA ooit van moderne mens helpt vermenging met neanderthalers te dateren. Sinds vijftien jaar weten we dat alle niet-Afrikaanse mensen op de wereld een beetje neanderthaler-DNA met zich meedragen, zo'n 1 tot 2 procent.
Die soort heet de Homo habilis (letterlijk: handige mens). 800.000 jaar later, ongeveer 1,7 miljoen jaar geleden, ontwikkelde zich een menssoort die de Homo erectus (letterlijk: rechtopstaande mens) heette. Dat betekent: De rechtopstaande mens.
In de prehistorie gingen mensen schrikbarend vroeg dood. Tot ongeveer 30.000 jaar terug. Toen werd vermoedelijk een deel van de mensheid vijftig jaar oud en was er zelfs een groep die de tachtig of negentig haalde.
De mensensoort neanderthaler leefde op het grondgebied van het huidige Europa en delen van Azië van omstreeks 400.000 jaar v. Chr tot circa 40.000 v. Chr. en is gedurende een periode van honderdduizenden jaren geleidelijk geëvolueerd vanuit de mensensoort Homo heidelbergensis.
Vrijwel direct verandert de dode van kleur. Het bloed trekt weg, de huid wordt vaalbleek en slap. Omdat het hart het bloed niet meer rond pompt, zakt het bloed naar de laagst gelegen lichaamsdelen, de billen en de rug. Op sommige plekken waar het bloed zich verzamelt, ontstaan paarse lijkvlekken (livor mortis).
“Onsterfelijkheid der ziel” is een uitdrukking, die voor het Evangelie niet kan bestaan. “Onsterfelijk” is wat “niet sterft”, en het Evangelie leert juist, dat de ziel dood is, en dood blijft, zoolang ze niet door Christus ten leven gewekt wordt. Daarom weet ook de Apostolische belijdenis van geen onsterfelijkheid.
De "ziel" in de Bijbel is een heel persoon met bewustzijn, verlangens en emoties . Het boek Spreuken zegt: "De eetlust van de arbeider werkt voor hem" (Spreuken 16:26). Het Hebreeuwse woord voor "eetlust" hier (nephesh) kan ook worden vertaald als "verlangens" of "behoeften". Dus de verlangens van de ziel van een arbeider dwingen hem om te werken.