Na de afschaffing van de slavernij in Suriname verscheepten Nederlanders ruim 30.000 zogenoemde '
Na de afschaffing van de slavernij in 1863 was er in Suriname dringend behoefte aan arbeidskrachten. In de periode 1873-1916 emigreerden daarom ruim 34.000 Hindostanen uit Brits-Indië naar Suriname om daar als contractarbeider op de plantages te gaan werken.
De eerste bewoners. Een Akoerio-indiaan. In het diepe zuiden van Suriname zijn sporen gevonden van indianen die daar tussen 10 000 en 7000 jaar geleden leefden. De eerste indianenstammen op Surinaams grondgebied waren de Arowakken en de Caraïben.
Met behulp van de Engelsen werden tussen 1873 en 1916 ruim 34.000 gezonde en niet al te opstandige werkloze Indiërs naar Suriname verscheept. De Indiërs kregen een contract voor vijf jaar en werden daarna gratis weer naar hun thuisland vervoerd. Maar tweederde koos ervoor in Suriname te blijven.
De eerste immigratie van Javanen naar Suriname in 1890 was een experiment op de plantage Mariënburg, eigendom van de Nederlandse Handel-maatschappij (NHM). Voor die tijd waren op de Surinaamse plantages vooral Hindostaanse contractarbeiders werkzaam (immigranten uit India, toen een deel van Brits-Indië).
Suriname werd in 1650 door Britse kolonisten gesticht als plantagekolonie en werd in 1667 overgenomen door de Nederlanders. Vanaf het begin werden de plantages in Suriname bewerkt door dwangarbeiders, voornamelijk van tot slaaf gemaakte mensen uit Afrika en, in mindere mate, inheemse mensen.
De Javanen van Suriname kwamen uit heel Java en behoorden niet allemaal tot de Javaanse etniciteit. Het merendeel was afkomstig van Midden-Java, met name uit de regio's Kedoe en Surakarta. Alle andere niet-Javanen (waaronder Soendanezen, Madoerezen, Sumatranen, Balinezen) werden geassimileerd.
Na de afschaffing van de slavernij in Suriname verscheepten Nederlanders ruim 30.000 zogenoemde 'contractarbeiders' van toenmalig Brits-Indië naar Suriname. De voorouders van Hindostanen komen dus uit India, maar de bevolkingsgroep leeft tegenwoordig voornamelijk in Suriname en Nederland.
Hun ervaringen als contractarbeiders op de Nederlandse plantages in Suriname in de 19e eeuw brachten deze Indiërs ertoe om sterk vast te houden aan hun ideeën over de Indiase identiteit in Suriname , en zichzelf te identificeren als “Hindoestanen”.
Binnen de groep Surinamers kan onder- scheid worden gemaakt naar etnische achtergrond. In Nederland zijn de volgende groepen te onderscheiden: Hindostanen, Creolen, Javanen, Chinezen en Marrons. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere bevolkingsgroepen, zoals Inheemsen (Indianen), Boeroes en Libanezen.
Suriname is ongeveer 0,0066% van de wereldbevolking. Dus de kans dat je ooit een Surinamer in je leven bent tegengekomen is echt heel klein, tenzij je in de buurt woont . Dus mensen in Zuid-Amerika zullen waarschijnlijk weten dat Suriname bestaat.
De oorspronkelijke bewoners zijn de indianen. Vandaag de dag leven er ook Creolen, Javanen, Hindoestanen, Chinezen, Europeanen en Moslims. Het bijzondere aan dit land is dat de culturen harmonieus naast elkaar leven. Zo is het mogelijk dat de moskee en de synagoge in Paramaribo gewoon naast elkaar kunnen staan!
Het verhaal van het hindoeïsme in Suriname loopt in grote lijnen parallel aan dat in Guyana. Indiase contractarbeiders werden naar koloniaal Nederlands Guyana gestuurd door een speciale regeling tussen de Nederlanders en de Britten . Het verschil is dat het liberalere beleid van Nederland ten opzichte van het hindoeïsme de cultuur sterker liet ontwikkelen.
De Surinaamse bevolking is divers, mede door de slavenhandel vanuit Afrika en de migratie van contractarbeiders uit Azië (China, India en Nederlands-Indië). Geen van de etnische groepen vormt een absolute meerderheid.
De Lalla Rookh was de eerste boot die Hindostanen naar Suriname vervoerde. Deze boot verscheepte 410, en was zeker niet de laatste. Van dit soort transporten volgde er nog 63. In de meeste gevallen ging het om een reis van 99 dagen en overleed op zee een groot deel van de passagiers.
In de jaren 1850 en 1860 gingen ongeveer 2500 Chinezen naar Suriname. De meesten werkten als contractarbeiders op de plantages . Nadat hun contracten afliepen, vonden velen kansen in de handel, voornamelijk in de detailhandel in levensmiddelen. De meeste mannelijke arbeiders waren getrouwd met niet-Chinese vrouwen.
Suriname werd in 1650 door Engelsen bezet en ontwikkeld als plantagekolonie met geïmporteerde slavenarbeid uit Afrika. In 1667 werd het door Nederlanders veroverd en is het, met korte onderbrekingen, tot 1975 een kolonie gebleven.
Met Indië worden de voormalige kolonies in Zuid- en Zuidoost-Azië aangeduid: Brits-Indië (of Voor-Indië), dat onder meer de huidige landen Pakistan, India en Bangladesh omvatte, en Nederlands-Indië (ook Achter-Indië), het huidige Indonesië.
Het woord "eerbied" is erg belangrijk in het Hindoeïsme. Ze eten geen vlees (vegetariër). En zeker geen koeienvlees, want de koe is een heilig dier in het Hindoeïsme. De hindoe mag geen alcohol drinken en moet regelmatig vasten.
De bindi symboliseert het spirituele derde oog, ofwel ajna, de voorhoofdchakra. Er bestaan verschillende soorten bindi's en ze worden ook door niet-Hindoes gedragen, met name in Zuid-Azië. Oorspronkelijk was een bindi meestal vermiljoenrood. De bindi verschilt van de tilak, een verticale streep of strepen.
We hebben veel gemeen met andere religies, maar koesteren ook onze eigenheid. Jezidisme is de oudste godsdienst ter wereld met oeroude wortels in de Soemerische beschaving.
De historische banden tussen Indonesië en Suriname gaan terug tot 1890 toen de migratie van Indonesiërs (vooral Javanen) naar Suriname opkwam. Vanuit Nederlands-Indië reisden in deze tijd grote aantallen Javanen naar Suriname om de arbeidskrapte op te vangen op de plantages en in de landbouw.
Hindoestanen, Hindostanen of Hindo(e)staanse Surinamers zijn een bevolkingsgroep in Suriname die grotendeels afstammen van contractarbeiders uit (het toenmalig) Brits-Indië die vanaf 1873 naar Suriname zijn gebracht. Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, vertrokken vele Hindoestanen naar Nederland.
Marrons zijn afstammelingen van tot slaaf gemaakten die gevlucht zijn en aanvankelijk in het binnenland van Suriname in stamverband zijn gaan leven. Van de zes stamverbanden in Suriname wonen er nu ook Marrons in Nederland. Een kenmerk van hun cultuur is de gezagsstructuur.