Zo'n 6,5 miljoen jaar geleden leefde de gemeenschappelijke voorouder van chimpansees, bonobo's en de mens. Waarschijnlijk leek dat dier meer op een chimpansee dan op een mens. Homo sapiens, de moderne mens dus, ontstond zo'n 200.000 jaar geleden op het Afrikaanse continent in het huidige Ethiopië.
Meer dan 300.000 jaar geleden verscheen de neanderthaler, Homo neanderthalensis, de eerste mensachtige die we ook uit Nederland kennen. Hij ontwikkelde zich in Eurazië uit de Homo heidelbergenis. Omstreeks dezelfde tijd ontstond in Afrika Homo sapiens (anatomisch moderne mens).
Tekst. Alles begint zo'n 10 miljoen jaar geleden in Afrika, waar sommige mensapen langzaam op twee benen gaan lopen en de eerste mensachtigen ontstaan. De Australopitheken, oftewel de zuidelijke Mensaap. Ze ontwikkelen zich, hun hersenen groeien, en er ontstaan nieuwe soorten: de Hominidae.
Het geslacht Homo is enkele miljoenen jaren geleden ontstaan in Afrika. Samen met de chimpansees vormt het geslacht Homo een evolutionaire tak binnen de Hominidae (mensachtigen) uit de orde primaten.
Chimpansees en mensen
Het DNA van een chimpansee komt 98,5% overeen met het DNA van een mens. Hierdoor worden ze beschouwd als de nauwste nog levende verwant van de mens. Chimpansees zijn zelfs nauwer familie van mensen, dan van een gorilla.
Of zijn apen net mensen? Dat we veel op elkaar lijken is wel duidelijk. Dat ons DNA voor maar liefst 99% hetzelfde is als dat van de chimpansee, weten we ook. Wetenschappers leren steeds meer over het ontstaan van de mens.
De chimpansee en de bonobo zijn de naaste levende verwanten van de mens. Deze drie soorten lijken in veel opzichten op elkaar, zowel qua lichaam als gedrag.
Waar komt het Nederlands vandaan? Het Nederlands maakt deel uit van de Inde-Europese taalfamilie. Volgens onderzoekers van het Max Planck Instituut in Nijmegen is de Indo-Europese taalfamilie afkomstig uit Anatolië, de plek waar nu Turkije ligt.
Ooit waren er veel verschillende mensachtigen, zoals de Homo erectus, de Homo naledi en de Homo neanderthalensis. Nu is de moderne mens, de Homo sapiens, de enige nog levende mensensoort.
Door de evolutietheorie is de mens een dierlijke soort geworden; een zoogdiersoort om precies te zijn. Als dit klopt dan bestaat de mens strikt genomen niet. Natuurlijk wel als dierlijke soort, maar niet als aparte categorie naast de dierenwereld.
Mythe: mensen stammen af van apen
In feite zijn mensen nauwer verwant aan chimpansees dan aan apen, maar wij zijn ook niet geëvolueerd vanuit chimpansees. De gemeenschappelijke voorouder die wij met apen deelden, heeft zich ontwikkeld tot verschillende soort zoals de apen, chimpansees en mensen die wij nu kennen.
In de prehistorie gingen mensen schrikbarend vroeg dood. Tot ongeveer 30.000 jaar terug. Toen werd vermoedelijk een deel van de mensheid vijftig jaar oud en was er zelfs een groep die de tachtig of negentig haalde.
Oudste DNA ooit van moderne mens helpt vermenging met neanderthalers te dateren. Sinds vijftien jaar weten we dat alle niet-Afrikaanse mensen op de wereld een beetje neanderthaler-DNA met zich meedragen, zo'n 1 tot 2 procent.
De allereerste mensen waren waarschijnlijk wit, maar na verloop van tijd ontwikkelden mensen in verschillende delen van de wereld verschillende huidskleuren. In gebieden waar veel zonlicht is, zoals in Afrika, ontwikkelden mensen een donkere huidskleur om zichzelf te beschermen tegen de zon.
Toen de aarde zo'n 4,5 miljard jaar geleden ontstond, was er nog geen leven. Het duurde miljoenen jaren voordat de eerste bacteriën en daarna de eerste dieren ontstonden. Uiteindelijk is daar de moderne mens uit ontstaan. Dat proces heet de evolutie van de mens.
Neanderthalers in Europa leden kort voor het uitsterven van de soort, zo'n 40.000 jaar geleden, aan tuberculose (TBC). Deze ontdekking kan uitwijzen waardoor de soort precies is verdwenen. In 1932 onderzocht natuuronderzoeker János Dancza de Suba-lyuk-grot in het Bükk-gebergte in Noord-Hongarije.
Die soort heet de Homo habilis (letterlijk: handige mens). 800.000 jaar later, ongeveer 1,7 miljoen jaar geleden, ontwikkelde zich een menssoort die de Homo erectus (letterlijk: rechtopstaande mens) heette. Dat betekent: De rechtopstaande mens. Ze maakten hutten en konden vuur gebruiken, maar niet zelf maken.
Oude steentijd
De oudste menselijke bewoners in Nederland waren waarschijnlijk neanderthalers die aan het einde van het Midden-Pleistoceen (0,465-0,128 Ma) en het Laat-Pleistoceen (0,128-0,0115 Ma) in Noordwest-Europa verbleven. De oudst bekende sporen in Nederland dateren uit het Midden-paleolithicum, ca.
Het 'Project Genetische Genealogie in Nederland' heeft onder andere aangetoond dat pakweg de helft van de Nederlanders behoort tot haplogroep R1b, ruim dertig procent tot haplogroep I en dat de rest uiteenvalt in nog zeven haplogroepen.
Zijn de Nederlandse en Duitse etniciteit hetzelfde? Nee, hoewel de Nederlanders en Duitsers allebei een West-Germaanse taal spreken, zijn ze etnisch en taalkundig verschillend . Echter, Nederlands en Duits lijken erg op elkaar.
Het Nederlands heeft als vroege voorouder het Oudnederfrankisch, een verzameling Istvaeoonse dialecten ontstaan na 500 als gevolg van de dialectische differentiatie binnen de West-Germaanse groep.
De Europeanen van nu zijn een mix van oeroude bloedlijnen uit Afrika, het Midden-Oosten en de Russische steppe. Bewijs daarvoor wordt geleverd door archeologische artefacten, analyse van oude tanden en botten, en de taalkunde. Maar vooral komt het uit een nieuw vakgebied: de paleogenetica.
Nooit levensvatbaar
Maar om de eicel zit een schilletje, en alleen een zaadcel van dezelfde diersoort kan door dat schilletje heen", legt Curfs uit aan Editie NL. "Een dier en een mens liggen te ver van elkaar vandaan. De eitjes herkennen elkaar simpelweg niet."
Dolfijnen zijn dus slimmer dan chimpansees en hebben communicatieve vaardigheden vergelijkbaar met die van de mens. Hun hersenmassa komt op de tweede plaats, na de menselijke hersenen. Daardoor zijn ze culturele dieren, met verschillende persoonlijkheden en met de mogelijkheid om na te denken over de toekomst.
De Indische wandelende tak, sommige kevers, beerdiertjes en vele bladluizen, maar ook sommige hagedissen, salamanders en slangen zijn voorbeelden van soorten met maagdelijke voortplanting. Ook bij de komodovaraan schijnt sprake te zijn van parthenogenese en bij de haai is dit waargenomen.