Ja, het is zeker mogelijk om tegelijkertijd hoogbegaafd (HB) te zijn en autisme (ASS) te hebben. Dit wordt ook wel 'dubbelbijzonder' genoemd. Deze combinatie kan uitdagend zijn, omdat de hoge intelligentie autistische kenmerken kan maskeren (camoufleren), waardoor de diagnose soms laat of niet wordt gesteld. Het is een unieke combinatie van sterke cognitieve vaardigheden en specifieke sociale/prikkelverwerkingsuitdagingen. Autisme Centrum Groningen +3
'Het is niet duidelijk of autisme en hoogbegaafdheid vaak samen voorkomen', zegt Begeer. 'Aanvankelijk werd autisme juist vooral vastgesteld bij mensen met lagere intelligentie. Pas in recente jaren zien we dat ook steeds vaker mensen met gemiddelde en hogere intelligentie de diagnose autisme krijgen. '
Intellectueel begaafde mensen die ook een andere diagnoseerbare aandoening hebben (zoals autisme) worden 'dubbel exceptioneel' genoemd. Begaafde autistische kinderen worden soms niet als autistisch gediagnosticeerd omdat hun eigenschappen ten onrechte worden toegeschreven aan begaafdheid of een leerstoornis.
En door sommigen wordt het hebben van hoogsensitiviteit wel als iets benijdenswaardigs ervaren, voor autisme geldt dat niet zo. Mijn conclusie is: er zijn mensen met autisme die hoogsensitief zijn, en er zijn vast ook HSP'ers die autisme hebben!
De onderzoekers stellen dat hun bevindingen "suggereren dat bijna de helft van de personen met een autismespectrumstoornis een gemiddeld of hoger IQ heeft " en waarschuwen dat deze personen "het risico lopen niet gediagnosticeerd te worden". "IQ bij autismespectrumstoornis: een populatiegebaseerde geboortecohortstudie", Maja Z. Katusic, Scott M. Myers, Amy L.
Mensen met autisme met een hoog IQ vertonen vaak: Geavanceerde probleemoplossende vaardigheden: Uitblinken in analytisch denken, logica en abstract redeneren. Diepe, intense interesses: Expertise ontwikkelen in specifieke onderwerpen, soms ook wel "speciale interesses" genoemd. Sterk geheugen: Vooral op het gebied van feiten, patronen en details.
De zessecondenregel voor autisme is een communicatiestrategie waarbij een verbale aanwijzing of instructie één keer wordt gegeven, waarna ongeveer zes seconden wordt gewacht voordat er opnieuw een aanwijzing wordt gegeven of een reactie wordt verwacht . Deze pauze geeft mensen met autisme extra tijd om de informatie te verwerken, waardoor de druk afneemt en het begrip verbetert.
Een kind kan autisme erven van zowel de vader als de moeder, aangezien het een complexe genetische basis heeft; beide ouders kunnen genen dragen die de kans vergroten, ook als ze zelf geen autisme hebben, en soms ontstaat een 'nieuwe' mutatie ('de novo') bij het kind zelf, hoewel omgevingsfactoren tijdens de zwangerschap ook een rol spelen. De kans is groter als een ouder autisme heeft, en nog groter als beide ouders het hebben.
Hoewel zeer gevoelige personen vaak hyperreactief zijn op zintuiglijke informatie, kunnen autistische personen hyper- of hyporeactief zijn op zintuiglijke informatie, een combinatie van beide, of geen van beide.
PDD-NOS. Dit is een mildere variant van autisme. PPD-NOS heeft verschillende kenmerken, maar je hebt bij deze vorm van autisme vooral moeite met spreken, schrijven en lezen.
Uit het onderzoek bleek dat gezinnen die vaker kinderen met autisme krijgen, ook vaker kinderen met een uitzonderlijke intelligentie voortbrengen . Dat wijst op een gedeelde genetische basis, en niet op een toevallige samenloop van omstandigheden. Temple Grandin is een van de bekendste voorbeelden hiervan.
De autistische stoornis werd vroeger ook wel klassiek autisme genoemd. Deze variant wordt vaak gezien als de meest ernstige variant van alle vormen van autisme. Kinderen met klassiek autisme hebben vaak moeite met communiceren. Daarnaast zie je ook vaak agressie en ongeremdheid en/of hyperactief gedrag.
In deze grijze zone bevinden zich de individuen die een cognitief IQ hebben dat in het begaafde gebied ligt, en tegelijkertijd een sociaal intelligentieniveau dat lager is dan gemiddeld, maar niet laag genoeg om volgens de officiële criteria van de DSM-IV, het diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen, als ASS te worden bestempeld (1).
Er zijn 6 typen hoogbegaafdheid, gebaseerd op het model van Betts & Neihart: de Succesvolle (aangepast), de Uitdagend Creatieve, de Onderduikende, de Risicoleerling/Dropout, de Dubbel Bijzondere (twice-exceptional) en de Zelfsturende Autonome leerling, die elk unieke gedragingen en behoeften laten zien binnen het schoolsysteem en daarbuiten.
Autisme en vermijdingsgedrag zijn sterk met elkaar verbonden, vaak voortkomend uit angst voor overprikkeling, sociale onzekerheid, of de behoefte aan controle (zoals bij PDA), leidend tot het ontwijken van sociale situaties, veranderingen, of sensorische input om stress te voorkomen en het zenuwstelsel te beschermen, wat kan leiden tot sociale terugtrekking of woedeaanvallen.
Kenmerken en klachten van autisme bij volwassenen
Mensen met kenmerken van autisme kunnen (op verschillende manieren) moeite hebben met sociale interacties of op het gebied van communicatie, daarnaast zijn er vaak problemen rondom beperkte, repetitieve en stereotype patronen in gedrag, interesses en activiteiten.
In totaal volgde Scheeren 917 volwassenen (425 mannen en 492 vrouwen) met autisme tussen de 18 en de 65 jaar. Allen zijn deelnemers van het NAR. Met de meesten – 86 procent – gaat het redelijk tot zelfs heel goed. En in de loop van de tijd voelen zij zich bovendien steeds vaker gelukkig.
Het erkennen van emoties en gevoelens is voor mensen met autisme erg lastig. Een hooggevoelig persoon voelt stemmingen en emoties juist goed aan. Dat geldt ook voor het waarnemen van onbewuste signalen, zoals lichaamstaal. Mensen met autisme gaan af op wat je ze vertelt.
Anders ervaren en uiten
Dit sociaal complexe spel is zeker ingewikkeld voor mensen met autisme en wordt door hen vaak als 'toneel' omschreven. Kortom, mensen met autisme laten wel degelijk bepaalde vormen van empathie zien, maar er lijkt vooral sprake van anders ervaren (van teveel tot te weinig) en anders uiten.
A: Beide ouders kunnen genen dragen die verband houden met autisme, zelfs als ze zelf geen symptomen vertonen. Deze genen kunnen via de moeder, de vader of beide ouders aan kinderen worden doorgegeven.
Er is geen 'gemiddelde leeftijd' voor autisme zelf, maar de diagnoseleeftijd varieert sterk, van peuterleeftijd (vanaf 2 jaar) tot ver in volwassenheid, vooral bij subtiele kenmerken, met een toename van laat-diagnoses in de afgelopen decennia. De gemiddelde levensverwachting is wel lager dan bij neurotypische mensen, mede door comorbiditeiten zoals suïcide, wat de urgentie van vroege herkenning en goede ondersteuning benadrukt.
Bovendien overlijden mensen met autisme doorgaans 15 tot 20 jaar eerder aan gezondheidsproblemen dan de algemene bevolking. Uit longitudinale studies waarbij mensen met autisme meer dan 20 jaar werden gevolgd, bleek dat de gemiddelde levensverwachting tussen de 39 en 58 jaar ligt.
Maar oud worden is bij uitstek een onvoorspelbaar proces en daardoor lopen senioren met autisme vaak vast. Zij merken het bijvoorbeeld sneller op wanneer hun hoofd of lijf achteruitgaan. En maken zich vervolgens drukker dan mensen met een niet-autistisch brein over het onvoorspelbare verloop van die aftakeling.
Tegen een autistisch kind schreeuwen kan verwarring, angst en emotionele stress veroorzaken die veel langer kunnen aanhouden dan je zou verwachten. Omdat autistische kinderen taal, toon en emoties vaak anders verwerken, kunnen luide stemmen overweldigend zijn – soms zelfs fysiek pijnlijk.
Met autisme moet je aan dezelfde eisen voldoen voor het behalen van je rijbewijs als ieder ander. Alleen de weg ernaar toe en de begeleiding is nét wat anders. De uitdagingen voor autisme en autorijden liggen in het snel verwerken van informatie, vooruit plannen in het verkeer en het herkennen van samenhang.