Bij een uitslag vanaf Pap 3b wordt de kans groter dat de gynaecoloog bij onderzoek een voorstadium van baarmoederhalskanker vindt.
PAP3b is geen diagnose, geen ziekte. het is een uitslag van een onderzoek. En met deze uitslag is er een (redelijk grote) kans op een voorloperstadium van baarmoederhalskanker. Dat is heel goed te genezen en meestal is er maar en heel beperkte behandeling nodig (een lisexcisie).
Meestal is geen behandeling noodzakelijk. PAP 3b: er zijn matig afwijkende cellen gevonden en de cellen wijken net iets meer af dan bij een PAP 3a. U wordt doorverwezen naar de gynaecoloog voor extra onderzoek.
CIN3 (of CIN III): Ernstige afwijkingen
Bij CIN3 adviseert je arts om je te laten behandelen. De kans dat je lichaam de afwijking zelf opruimt, is dan namelijk een stuk kleiner. En CIN3 kan overgaan in baarmoederhalskanker.
PAP 3a: licht afwijkende cellen, in de regel onderzoek door de gynaecoloog. U hebt ongeveer 50 procent kans dat een eenvoudige behandeling nodig is. PAP 3b: meer afwijkende cellen, onderzoek door de gynaecoloog. U hebt een grotere kans dat een eenvoudige behandeling nodig is.
Een CIN 3 verdwijnt meestal niet vanzelf. Het kan op lange termijn veranderen in kanker van de baarmoederhals. Daarom is altijd een behandeling nodig.
Onrustige cellen zijn cellen die er anders uitzien dan normale cellen. Ze kunnen ontstaan door een infectie, bijvoorbeeld met HPV. Vaak ruimt het lichaam onrustige cellen vanzelf weer op. Onrustige cellen kunnen steeds meer gaan afwijken van normale cellen.
CIN III of ernstige dysplasie
De weefselopbouw is nog meer afwijkend, maar het is geen kanker. We spreken bij deze uitslag van een voorstadium.
Meestal moet je na 6 maanden terugkomen voor een nieuw uitstrijkje, om te controleren of je lichaam de afwijkende cellen zelf heeft opgeruimd. Als dat zo is, kun je met een gerust hart 5 jaar wachten tot je de volgende oproep voor een uitstrijkje krijgt. Mocht dat niet zo zijn. dan wordt het kijkonderzoek herhaald.
De cellen wijken af, maar er is geen sprake van kanker. De term 'dysplasie' verwijst naar abnormale veranderingen in cellen die eerst normaal waren. Er zijn drie typen dysplasie van de baarmoederhals: CIN I: lichte dysplasie; ongeveer een derde van de cellen in de baarmoederhals is afwijkend.
Als u veranderde cellen in uw uitstrijkje heeft, gaat u naar het ziekenhuis. Een behandelaar bekijkt uw baarmoederhals met een apparaat. Soms worden er stukjes baarmoederhals weggehaald en onderzocht. U krijgt meestal binnen 2 weken de uitslag van het onderzoek.
Er zijn verschillende typen HPV-infecties. De twee gevaarlijkste zijn de typen 16 en 18, want die leiden het vaakst tot kanker. Baarmoederhalskanker is de bekendste.
Klachten en symptomen baarmoederkanker
onregelmatig en veel bloedverlies tussen de menstruaties door. bloedverlies bij het plassen of andere plasklachten. vrouwen met baarmoederkanker in een vergevorderd stadium kunnen last hebben van moeheid, vermagering en/of buikpijn.
Symptomen baarmoederhalskanker
In het beginstadium van baarmoederhalskanker treden er geen klachten op. De cellen in de baarmoederhals veranderen zonder dat u dit door heeft. Later kunnen mogelijke klachten optreden zoals: bloederige of bruinige afscheiding wanneer u niet menstrueert.
Zijn er ernstig afwijkende cellen gevonden (pap3a2 of hoger) dan is het advies verwijzing naar de gynaecoloog. Vervolgonderzoek in het ziekenhuis is dan nodig om de ernst te bepalen.
De uitslagen van het uitstrijkje kunnen helaas variëren in de tijd zoals je hebt ondervonden. Dit hangt af van hoe lang de HPV infectie er zit en hoeveel afwijkingen het aan de cellen (pap) en het weefsel (cin) heeft gegeven.
PAP 3b: de cellen wijken net iets meer af dan bij een PAP 3a. Waarschijnlijk krijgt u een eenvoudige behandeling. PAP 4: er zijn ernstig afwijkende cellen te zien. In 90% van de gevallen is een behandeling nodig.
Sterker nog: kanker is vaak rood en oranje of wit, eigenlijk nooit roze. En de kans op kanker is heel klein met PAP 3a2: denk dat maximaal 1-2 van de 100 vrouwen met PAP 3a2 kanker hebben. De kans op een voorloperstadium is wel redelijk groot, denk wel 1 van de 3.
U krijgt een uitnodiging als u 30, 35, 40, 50 en 60 jaar bent. Het duurt meestal 10 tot 15 jaar voordat baarmoederhalskanker ontstaat. Daarom is vaker testen niet nodig.
Een cervicale biopsiebevinding die betekent dat er ernstig abnormale cellen op het oppervlak van de cervix zijn gevonden. CIN 3 wordt meestal veroorzaakt door infectie met bepaalde typen humaan papillomavirus (HPV). CIN 3 is geen kanker, maar kan kanker worden en zich verspreiden naar nabijgelegen normaal weefsel als het niet wordt behandeld .
Dit heet een carcinoma in situ of voorstadium van borstkanker. Carcinoma in situ betekent letterlijk: kanker beperkt tot de plaats waar het ontstaan is. Een in situ carcinoom kan niet doorgroeien in het omliggende weefsel en kan ook niet uitzaaien.
CIN III of ernstige dysplasie
Over de gehele diepte is de weefselopbouw afwijkend. Er is geen sprake van (een voorstadium van) kanker, maar er is wel een (geringe) kans dat de afwijking in de toekomst verergerd. De meeste vrouwen met een CIN III krijgen ook zonder behandeling waarschijnlijk nooit baarmoederhalskanker.
CIN I: het weefsel heeft lichte afwijkingen, ook wel 'lichte dysplasie' genoemd. CIN II: de afwijkingen zijn duidelijker, ook wel 'matige dysplasie' genoemd. CIN III: er zijn sterkere afwijkingen van de opbouw van het weefsel. Dit is een voorstadium van baarmoederhalskanker; ook wel 'sterke dysplasie' genoemd.
Een kwaadaardige tumor
We spreken van kanker als de tumor kwaadaardig is. Dat wil zeggen dat de 'ontspoorde' cellen omliggende weefsels en organen kunnen binnendringen. In tegenstelling tot goedaardige gezwellen kan kanker zich uitzaaien naar andere delen van het lichaam.
Van elke 100 vrouwen zonder klachten die bij het bevolkingsonderzoek een uitstrijkje laten maken, is bij 5 het uitstrijkje afwijkend. Bij heel lichte afwijkingen van het uitstrijkje is er 10% kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker.