Bij vriezend weer kan het voorkomen dat de bedieningskabels vastvriezen in de buitenkabels. Dit komt doordat de waterafdichgtings rubbers dusdanig versleten zijn zodat er water kan in sijpelen. Als er dan natte sneeuw of regen valt, gevolg door vorst kunnen de bedieningskabels van de handrem bevriezen.
Wat kun je doen? Start de motor en laat de auto warm worden. Dat kan even duren, maar uiteindelijk kun je de auto dan wel weer van de handrem halen.
Parkeer niet langdurig met een opgetrokken handrem
Je zet de auto dan beter in eerste versnelling. Bij streng winterweer kunnen namelijk de handremkabels bevriezen. Dat geeft problemen wanneer je weer wil vertrekken.
De werking van het handremknopje is eigenlijk heel logisch. Net als bij een ouderwetse handrem, trek je de moderne parkeerrem aan door het knopje omhoog te trekken. Door het knopje omlaag te drukken, gaat de elektrische handrem los. Bij veel auto's gaat de handrem automatisch los als je probeert weg te rijden.
Je houdt de rem en de koppeling ingetrapt. Zet de handrem er op. Om de handrem er netjes op te zetten druk je eerst met je duim het knopje in en trek je rustig de hendel omhoog.
Iedereen heeft ooit wel eens met de handrem gereden. Dat is op zich niet echt een ramp, maar het kost wel geld. Ten eerste verbruikt de auto opmerkelijk meer brandstof en ten tweede veroorzaakt het rijden met de handrem erop slijtage aan de remschoenen.
Het aantrekken van de handrem tijdens het rijden valt sterk af te raden. Het levert geen kortere remweg op, maar wel mogelijk slipgevaar. Bovendien is er geen tijd voor, omdat een echte noodstop alle aandacht - en kracht!
Je automaat parkeren
De P-stand blokkeert de versnellingsbak, maar het is aangeraden om sowieso toch de handrem te gebruiken om geen nodeloos risico te nemen.
U vraagt in welke versnelling je de auto het beste kan parkeren. In de eerste versnelling (of achteruit) is de auto het beste vergrendeld. In een hogere versnelling zou de motor gemakkelijker kunnen meedraaien als de auto een duwtje krijgt. Op hellingen blijft het advies om de parkeerrem cq handrem te gebruiken.
Handrem 3 klikjes optrekken, en wieltje bijregelen tot je de remschijf niet meer met de hand kan verdraaien. Een paar x de handrem goed optrekken, en nog eens herhalen.
Eerst gas loslaten (dus afremmen op de motor), daarna remmen met de voetrem (remsysteem) en niet voor de 1000 toeren de koppeling in te trappen. Wanneer je stationair rijdt (is iets onder de 1000 toeren) mag wel eerst ontkoppeld worden en daarna worden geremd.
Er kan altijd lucht weglekken langs de zuigerveren en kleppen. Op een helling parkeren in de versnelling is dus niet verstandig. Altijd de handrem gebruiken (en een extra klikje aantrekken). Als je de auto in de 1e versnelling nog kan wegduwen dan lekt er wel heel veel lucht langs de kleppen of zuigers.
Het is raadzaam om het koppelingspedaal alleen kort in te trappen wanneer dit echt nodig is. Het aanraken of licht intrappen van het pedaal leidt al tot hogere slijtage en een kortere levensduur.
Parkeerstand – P
Kies stand P wanneer de auto geparkeerd staat of als de motor moet worden gestart. De auto moet stilstaan, wanneer u de parkeerstand kiest. Om vanuit de parkeerstand een andere schakelstand te kunnen kiezen, moet u in contactslotstand II het rempedaal bedienen.
Om hellingen te beklimmen, moet je auto toeren maken en dit doe je in een lage versnelling. Merk je dat de auto kracht verliest tijdens het klimmen, schakel dan terug naar een lagere versnelling en geef gas.
In een vak parkeren achteruit
Rijd met slippende koppeling achterwaarts tot de eerste lijn van het tweede vak vanaf het doelvak, midden van het rechter voorraam is. Op het moment dat de auto recht staat, stuur dan 2 slagen terug naar rechts zodat de wielen weer in de rechtstand staan.
Als je eenmaal wegrijdt en snelheid begint te maken door meer gas te geven, gaan de toeren omhoog. Om snel en zuinig te kunnen rijden is het noodzakelijk om tijdig naar een hogere versnelling te schakelen. Schakel daarom zo vroeg mogelijk naar een hogere versnelling het liefst tussen de 2.000 en 2.500 toeren.
Standen automaat
Zet je de auto in de P-stand, dan blokkeert je versnellingsbak. Deze stand heeft dus als het ware hetzelfde effect als je handrem. Het zorgt ervoor dat je auto niet gaat rollen na het parkeren.
Je bent met een automaat zonder schokken, gekraak of stilvallen sneller vertrokken aan de lichten. Ook op een hellende baan ben je gemakkelijker weg. Kortom, met een automaat schakelt je relaxniveau een versnelling hoger en je stressniveau een versnelling lager.
P = 'park' (parkeren) R = 'reverse' (achteruitrijden)
Een noodstop is het zo snel mogelijk uitschakelen en/of stilzetten van een apparaat, voertuig of installatie in geval van nood.
Beter is gedoseerd te remmen zodat de wielen nét nog niet gaan glijden/blokkeren, of te wel "pompend" remmen en op deze wijze de remweg drastisch verkorten.
Remschoenen werken hetzelfde als remblokken er wordt remvoering tegen een remschijf of remtrommel aangedrukt wat frictie veroorzaakt. De remschoensets worden alleen aan de achterzijde van de auto gebruikt en slijten niet erg snel waardoor deze niet vaak vervangen worden.
Parkeren • Zet de hendel (aan de rechterkant aan het stuurwiel) in de “P”-stand (knopje aan het uiteinde van de hendel), gebruik eventueel de handrem door het indrukken van de parkeerrem (links naast het stuurwiel in het dashboard) en verwijder de contactsleutel. 1. Pak de laadkabel uit de Vito.