Het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) is een praktijkgericht onderwijsniveau in Nederland (duurt 4 jaar) dat de basis legt voor mbo-studies. Hoewel het qua theorie lager ligt dan havo of vwo, biedt het diverse leerwegen (basis, kader, gemengd, theoretisch) met volop doorstroommogelijkheden naar mbo-niveau 2, 3 en 4. Rijksoverheid.nl +3
Vmbo. Grofweg 60% van alles basisschoolleerlingen gaan uiteindelijk een voortgezet middelbaar beroepsonderwijs niveau volgen, ook wel vmbo. Dit niveau duurt 4 jaar en met het diploma kan de leerling verder naar het hoger algemeen voorbereidend onderwijs (havo) of het middelbaar beroepsonderwijs (mbo).
Het vmbo heeft drie niveaus (leerwegen genoemd) en veel verschillende profielen. Je kiest deze profielen in de bovenbouw. Hierdoor kan je op het vmbo al de vakken kiezen die jij leuk vindt. Het niveau dat je kiest bepaalt welke opleiding je erna kan doen.
Makkelijker van vmbo naar havo, niet iedereen is positief. De doorstroming van vmbo naar havo missen omdat je bij één vak op je eindlijst niet afgerond minstens een 6,5, maar een 6,2 staat. Terwijl bij andere middelbare scholen deze norm geen keiharde voorwaarde is.
Het VMBO (Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs) is in 1999 ingevoerd en verving de eerdere opleidingsvormen MAVO (Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs) en VBO (Voorbereidend Beroepsonderwijs). De theoretische leerweg (VMBO-TL) is de directe opvolger van de MAVO, terwijl de basis-, kader- en gemengde leerwegen (VMBO-B, -K, -G) voortkwamen uit het VBO en LBO (Lager Beroepsonderwijs).
IQ 80 tot en met 90 vmbo basis of vmbo basis/kader. IQ 90 tot en met 100 vmbo kader of vmbo kader/theoretisch. IQ 100 tot en met 107 vmbo theoretisch tot en met vmbo-theoretisch/havo. IQ 108 tot en met 115 havo.
Theoretische leerweg (VMBO-T) is de meest theoretische van de vier. Het bereidt voor op het middenmanagement en de beroepsopleiding op mbo-niveau van het voortgezet onderwijs en is nodig voor toegang tot het Hoger algemeen voortgezet onderwijs (HAVO). Het wordt ook wel MAVO genoemd .
Het tempo en niveau van het havo is hoger dan van het vmbo. Leerlingen moeten bijvoorbeeld zelfstandiger werken en krijgen meer huiswerk. Bovendien is het onderwijsniveau theoretischer dan vmbo-t. In de onderbouw, de eerste, tweede en derde klas, volgen leerlingen algemene vakken op het havo.
Voorbereidend beroepsonderwijs (vmbo) bereidt leerlingen voor op hoger beroepsonderwijs (mbo). Met een diploma hoger algemeen secundair onderwijs (havo) kun je ook hoger beroepsonderwijs volgen.
De havo kent verschillende uitdagingen door de jaren heen, maar veel leerlingen en ouders ervaren havo 4 als het zwaarste jaar. Dit komt door de overstap naar profielvakken, de toename van leerstof en de hogere verwachtingen qua zelfstandigheid.
Hoewel een officiële top 10 lastig is, worden opleidingen in de zorg, techniek (zoals Mechatronica, Elektrotechniek) en maritieme sector (zoals Maritiem Officier) vaak als zwaar beschouwd vanwege de combinatie van intensieve theorie, praktijk en hoge verantwoordelijkheid; andere uitdagende gebieden zijn laboratoria en gespecialiseerde technische functies, waarbij werkgevers afgestudeerden zeer waarderen.
Op 1 augustus 2020 is de Wet gelijke kans op doorstroom naar havo en vwo ingegaan. Leerlingen met een diploma vmbo-gl/tl met een extra vak krijgen daarmee toegang tot havo. Leerlingen met een havodiploma krijgen onvoorwaardelijk toegang tot het vwo.
De kernvakkenregel houdt in dat je voor de kernvakken Engels, Nederlands en Wiskunde maximaal één 5 mag halen. Voor de andere kernvakken moet je minimaal een 6 halen. Wanneer je voor twee kernvakken een onvoldoende haalt, ben je niet geslaagd. Compensatiepunten tellen dus niet mee voor de kernvakken.
Als je bent gezakt, kun je het vmbo-examenjaar overdoen. Je doet dan in het nieuwe schooljaar het volledige (centraal) examen opnieuw. Dit kan op je eigen school, op een andere middelbare school of via het volwassenenonderwijs (vavo; alleen vmbo-t).
5.1Aandeel vmbo'ers
Ongeveer de helft (50,2 procent) van de leerlingen die in 2020/'21 in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs zaten, volgde een opleiding binnen het vmbo; dit zijn ruim 94 duizend leerlingen. De andere helft zat op de havo of het vwo. Het aandeel vmbo-leerlingen daalt al enige jaren.
Als beroepsgericht onderwijs beter past, kan het kind het best naar het vmbo gaan. Is het kind een boekenverslinder? Dan is de kans groot dat het vwo de juiste richting is. Mocht het vwo erg uitdagend zijn en wil het kind wel theoretischgericht onderwijs?
De basisberoepsgerichte leerweg is te beschouwen als de opvolger van de laagste niveaus van het vbo en is bedoeld als vooropleiding voor de basisberoepsopleiding, niveau 2 van de kwalificatiestructuur van het mbo.
Na VMBO kunnen leerlingen doorstromen naar MBO (beroepsonderwijs) om een diploma te behalen voor een breed scala aan beroepen . HAVO - Hoger algemeen secundair onderwijs. Dit bereidt leerlingen voor op een bacheloropleiding aan een hogeschool (Hogeschool – HBO). VWO - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.
toont inzicht in de lesstof en heeft overzicht; scoort goed op taalkundig en rekenkundig gebied; kan het geleerde in logische samenhang reproduceren en verbanden leggen; kan het geleerde in een nieuwe situatie toepassen.
Welke IQ-scores horen bij vmbo, havo en vwo? Er worden vaak globale IQ-ranges genoemd die bij verschillende schoolniveaus horen. Voor vmbo wordt meestal een range van 80 tot 100 aangehouden, voor havo ligt dat tussen 100 en 115, en voor vwo vanaf 115 en hoger.
Er zijn vier soorten universitaire diploma's : associate degree, bachelordiploma, masterdiploma en doctoraat . Elk niveau verschilt in duur, diepgang van de studie en de potentiële carrièremogelijkheden die het biedt.
Een verschil tussen mavo- en havo-leerlingen ligt bij de hoeveelheid lesstof die ze te verwerken krijgen en de moeilijkheid daarvan. Op de havo ligt het niveau hoger dan op de mavo. Lesstof is ingewikkelder, toetsvragen zijn moeilijker en de werkdruk is hoger.
Het VMBO (Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs) is in 1999 ingevoerd en verving de eerdere opleidingsvormen MAVO (Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs) en VBO (Voorbereidend Beroepsonderwijs). De theoretische leerweg (VMBO-TL) is de directe opvolger van de MAVO, terwijl de basis-, kader- en gemengde leerwegen (VMBO-B, -K, -G) voortkwamen uit het VBO en LBO (Lager Beroepsonderwijs).
Mavo is dus zeker geen 'laag' niveau. Het is een stevige theoretische basis voor leerlingen die later bijvoorbeeld mbo niveau 4 willen volgen, of via een omweg naar het hbo willen. Steeds meer scholen bieden ook mavo+ aan: een programma met extra uitdaging of een praktische component.
VMBO Basis- beroepsgerichte Leerweg (BL)
De basisberoepsgerichte leerweg (BBL) is de meest praktisch ingerichte leerweg voor leerlingen met een VMBO-advies. Naast de gewone schoolvakken staan de groene beroepsgerichte vakken – en in de onderbouw ondernemend leren – op het rooster.