Ja, sprookje is morfologisch gezien een verkleinwoord. Het is gevormd door het achtervoegsel -je toe te voegen aan het grondwoord sprook. Slideshare +1
Een verkleinwoord is de kleine variant van een zelfstandig naamwoord, zoals “bootje” voor “boot”. Meestal vorm je het verkleinwoord door -tje, -je, -pje, -kje of -etje achter het basiswoord (grondwoord) te plakken.
Woorden die eindigen op -ing
Voorbeelden: beloninkje, bestellinkje, buiginkje, campinkje, harinkje, kettinkje, koninkje, meninkje, ontploffinkje, ontstekinkje, puddinkje, sluitinkje, verfrissinkje, vertellinkje, woninkje.
Woorden die eindigen op een enkele a, o of u hebben een verkleinvorm met een dubbele klinker: aa, oo, uu: cola – colaatje. auto – autootje. foto – fotootje.
Er zijn ook aardig wat uitzonderingen op deze basisregels:
Wist je dat er ook zelfstandig naamwoorden zijn die alleen maar als een verkleinwoord bestaan? Drie bekende verkleinwoorden zijn: poffertje, sprookje en akkefietje.
een verkleinwoord van mama .
Correct zijn foto's nemen, foto's maken, fotograferen en op de foto zetten.
Zowel zootje als zooitje is correct. Zootje is gebruikelijker dan zooitje. Wat een zootje ongeregeld.
Het verkleinwoord van pad in de betekenis 'smalle weg' is paadje of padje. Volg het smalle paadje / padje door het bos.
Het verkleinwoord koekje wordt gebruikt voor allerlei klein "gebak" voor bij de koffie. Koek wordt ook wel eens gebruikt voor iets wat in een koekenpan wordt gebakken, zoals rijstekoekjes of viskoekjes.
Pas de hoofdregel toe als de eind-e in het verkleinwoord wél wordt uitgesproken. Als zo'n verkleinwoord deel uitmaakt van een Franse woordgroep, wordt het daarin niet vernederlandst (eau de toilette - eau de toiletteje).
In het Engels bestaat zoiets met het achtervoegsel -y, dat bijvoorbeeld 'dog' in 'doggy' verandert. We kunnen dus zeggen dat 'doggy' de verkleiningsvorm van 'dog' is.
Voor de verkleinvorm van zulke woorden ga je in principe uit van de korte vorm, met de uitgang -tje: chocola – chocolaatje. kou – koutje. la – laatje.
Toelichting. Bij woordafbreking valt de apostrof weg als wordt afgebroken op de plaats waar die apostrof in de grondvorm staat: baby'tje wordt baby-tje (niet baby'-tje).
Bijvoorbeeld Piet's bloemenhoekje of Ome Wim's Oppasservice. Ook in de gedrukte krant zie ik bijvoorbeeld Rutte's kabinet voorbijkomen. Die apostrof is hier niet nodig, want er is geen verwarring over de uitspraak. Piets bloemenhoekje, Ome Wims Oppasservice en Ruttes kabinet zijn prima zonder apostrof.
auto - autootje (geen autotje)
Let op bij woorden die op één lange klinker eindigen: pyjama – pyjamaatje; café – cafeetje; auto – autootje; paraplu – parapluutje; tosti – tostietje; baby – baby'tje.
Let op: als een grondwoord eindigt op 'é' verdwijnt het accent en krijgt het verkleinwoord 'ee'. Hieronder een aantal voorbeelden om dit te verduidelijken: cola – colaatje.
Het woord 'doggy' is een speelse verkleiningsvorm van 'dog' (hond), die aan het einde van de 19e eeuw in het Engels opdook en eerder een liefdevolle of kinderlijke uitdrukking weergeeft dan een formele benaming.
'Mom' en 'mum' zijn beide minder formele woorden voor 'moeder'. ' Mom' wordt vaker gebruikt door sprekers van Amerikaans Engels, terwijl 'mum' vaker wordt gebruikt door sprekers van Brits Engels. Zowel 'mom' als 'mum' volgen dezelfde regels voor hoofdlettergebruik.