Homoseksualiteit is deels erfelijk, maar wordt niet bepaald door één specifiek "homogen". Onderzoek toont aan dat het een complex samenspel is van meerdere genetische variaties, hormonale factoren in de baarmoeder en omgevingsfactoren. Het is geen keuze, maar een biologische aanleg met een geschatte erfelijkheid van 30-40%. EOS Wetenschap +3
nieuws Homoseksualiteit is niet genetisch, maar de manier waarop de genen zich gedragen, kan verklaren waarom sommige mensen homoseksueel zijn. Het zou betekenen dat homoseksualiteit al in de baarmoeder ontstaat. Dat schrijven onderzoekers in het blad The Quarterly Review of Biology.
Net als in het onderzoek uit 2019 ontdekten Zhang en Song dat bij mannen in de biobank met een uitsluitend homoseksuele of biseksuele achtergrond, hun genen ongeveer 23% van dat gedrag verklaarden . "De omgeving speelt een grotere rol dan genetica bij het bepalen van dit soort eigenschappen", aldus Zhang.
Genen doorgeven
Van ieder gen erf je een versie van je vader en een versie van je moeder. Welke versie jij van je ouders krijgt ligt er ook weer aan de versie zij van hun vader en moeder hebben gekregen. Enzovoorts. De genen van je vader en je moeder samen bepalen welke eigenschappen jij krijgt.
Het percentage homoseksuele mannen (2 procent), aseksuele vrouwen, homoseksuele vrouwen en aseksuele mannen (elk 1 procent) is kleiner. Ook geeft ongeveer 1 op 100 Nederlanders aan (nog) niet te weten tot wie ze zich aangetrokken voelen (1 procent).
Want wat is er nu bekend? Uit tweelingstudies eind jaren tachtig is gebleken dat homoseksualiteit voor ongeveer 50 procent door genetische aanleg wordt bepaald. Verschillende studies die eeneiige tweelingen vergeleken met tweeiige tweelingen kwamen allemaal rond dit percentage uit, licht Bocklandt toe.
De toename in LGBTQ-identiteit in het afgelopen decennium is grotendeels te danken aan een dramatische stijging onder jongvolwassenen, met name jonge vrouwen . In minder dan tien jaar tijd is het percentage jonge vrouwen dat zich identificeert als LGBTQ meer dan verdrievoudigd. Ook de genderkloof in LGBTQ-identiteit is enorm toegenomen.
Mitochondriaal DNA
Het meest bekende type DNA dat je uitsluitend van je moeder erft, is wellicht mitochondriaal DNA (mtDNA).
Iedereen heeft één van de volgende bloedgroepen: A, B, O of AB. Je bloedgroep erf je van je ouders.
Een buitenechtelijk of een niet-erkend kind is geen erfgenaam en zal om die reden niets erven. Dit kind kan alleen meedelen in de erfenis als het een verzoekschrift bij de rechtbank indient om het vaderschap gerechtelijk te laten vaststellen. Dan wordt het kind vanaf de geboorte alsnog een afstammeling van de erflater.
Sommige bewijzen ondersteunen het concept van biologische voorlopers van biseksuele geaardheid bij genetische mannen. Volgens John Money (1988) hebben genetische mannen met een extra Y-chromosoom een grotere kans om biseksueel, parafilisch en impulsief te zijn.
Maar een van de belangrijkste biseksualiteit kenmerken is dat je zowel op iemand van het andere geslacht kunt vallen, als op iemand van je eigen geslacht. Eigenlijk gaat het jou meer om de persoon en speelt het geslacht van diegene een minder belangrijke rol.
Seksuele geaardheid gaat over hoe iemand zich romantisch en/of seksueel aangetrokken voelt tot andere personen. Uit recent onderzoek is gebleken dat je seksuele geaardheid in ieder geval kan veranderen tot je dertigste.
Malta wordt consequent gerangschikt als het meest homovriendelijke land ter wereld, gevolgd door landen als België, IJsland, Canada en Spanje, dankzij sterke wettelijke bescherming, sociale acceptatie en inclusief beleid voor de LGBTQ+-gemeenschap, aldus organisaties zoals ILGA-Europe en Spartacus Travel Index.
De groei is groter geweest onder volwassenen van Latijns-Amerikaanse afkomst dan onder blanke of zwarte volwassenen. Het percentage Latijns-Amerikaanse volwassenen dat zich identificeert als LHBT overschreed in 2020 de 8% en bereikte in 2021 de dubbele cijfers. Ter vergelijking: iets meer dan 6% van de blanke en zwarte volwassenen identificeert zich als LHBT volgens de meest recente schattingen.
De meeste homo's in Nederland wonen relatief gezien in sterk stedelijke gebieden, met Amsterdam als de stad met de grootste concentratie en de bekendste LHBTQ+-gemeenschap, maar ook steden als Utrecht, Rotterdam en Den Haag hebben een significant en groeiend aandeel. Landelijk gezien is het aandeel homoseksuele stellen groter in stedelijke gebieden, waarbij de Randstad een trekpleister is vanwege de grotere diversiteit en tolerantie.
Dat suggereert dat kinderen gemiddeld genomen evenveel op beide ouders lijken . Er was geen consistente voorkeur voor de vader.
Kinderen krijgen intelligentie via moeder. Researchers aan de University of Washington en in Glasgow zijn het er na uitgebreid onderzoek over eens: de intelligentie van een kind wordt bepaald door het genetisch materiaal langs moeders kant. Het genetisch materiaal van de vader heeft geen invloed.
Er zijn veel voorbeelden van zeldzame genetische eigenschappen. Een paar die we hebben besproken zijn heterochromie, het ACHOO-syndroom, het gouden bloed en resistentie tegen hiv-infectie .
Hoewel de algehele genetische bijdrage ongeveer gelijk is, zijn er enkele variaties: je erft al je mitochondriale DNA van je moeder. Mannen erven hun Y-chromosoom uitsluitend van hun vader . De expressie en interactie van genen van beide ouders creëren jouw unieke genetische profiel.
Wetenschappers zeggen dat kinderen het grootste deel van hun intelligentie van hun moeder erven, dankzij genen op het X-chromosoom. Onderzoek blijft een lang omstreden theorie ondersteunen: kinderen erven hun intelligentie vaker van hun moeder dan van hun vader.
Bij mannen zal de ouderlijke erfelijkheidsanalyse aantonen dat meer dan 50% van de genen van de moeder en minder dan 50% van de vader afkomstig is. Als Ancestry Composition alleen de autosomale chromosomen zou gebruiken om de erfelijkheid te berekenen, zouden beide geslachten 50% van elke ouder erven .
Onderzoeken in westerse culturen tonen aan dat gemiddeld ongeveer 93% van de mannen en 87% van de vrouwen zich als volledig heteroseksueel beschouwen, 4% van de mannen en 10% van de vrouwen als overwegend heteroseksueel, 0,5% van de mannen en 1% van de vrouwen als gelijkmatig biseksueel, 0,5% van de mannen en 0,5% van de vrouwen als overwegend homoseksueel, en 2% van de mannen en 0,5% van de vrouwen als volledig ...
Sociale ervaringen en socioculturele factoren dragen ook bij aan de ontwikkeling van homoseksualiteit (Hu et al., 2021; Kendler et al., 2000; Bailey en Pillard, 1991). Psychoanalytische theorieën benadrukken bovendien de rol van familie-ervaringen bij het vormgeven van homoseksueel gedrag (Qin et al., 2018; Friedman, 1988).
Eind mei bleek uit de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD Amsterdam dat de acceptatie van homoseksualiteit onder Amsterdamse jongeren is afgenomen. 43 procent van de jongeren van dertien tot en met zestien jaar vindt het „normaal” dat mensen van hetzelfde geslacht verliefd op elkaar zijn. In 2021 was dat 63 procent.