Er zijn vrouwen bekend wier borsten zo'n 800 ml moedermelk kunnen bevatten en er zijn andere vrouwen wier borsten 200 ml kunnen bevatten. In theorie zou de eerste vrouw, als de baby's maag dat zou kunnen verwerken, in principe maar één keer per dag hoeven te voeden. De laatste zou vaker moeten voeden.
Een volledige productie van 750 ml is normaal. Bedenk dat je baby in een normale situatie ook 's nachts zou drinken en dat te volle borsten de toeschietreflex en de melkproductie belemmeren. Bij een goede productie en geen klachten van te volle, pijnlijke borsten mag de frequentie van kolven minder vaak zijn.
De richtlijn is als volgt. Geef je kind op een dag ongeveer 150 milliliter voeding per kilo van het gewicht. Als je kind 5 kilo weegt, heeft het op een dag dus ongeveer 750 milliliter voeding nodig. Dat zijn dus bijvoorbeeld 10 flesjes van 75 ml, of 9 flesjes van 80-85 ml.
De volgende hoeveelheden melk zijn 'normaal' (10 tot 14 dagen na je bevalling): ideaal: meer dan 750 ml per 24 uur. gemiddeld: 350 tot 500 ml per 24 uur. laag: minder dan 350 ml per 24 uur.
Je kan aanhouden dat je baby ongeveer 150 ml melk per kilogram lichaamsgewicht per dag nodig heeft. Een voorbeeld: weegt je baby 3,5 kg, dan is er dus 3,5 x 150 ml = ongeveer 525 ml nodig per dag. Dit kan je geven in zeven voedingen van 75 ml, verdeeld over de dag.
Dit hangt af van het gewicht van je baby, het aantal voedingen en de samenstelling van de gekolfde melk. Een baby drinkt per dag gemiddeld ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht. Een baby van 5 kilo heeft dus elke dag 750 ml moedermelk nodig. Als hij zes voedingen krijgt is dat ongeveer 110 ml per voeding.
Van 5 dagen tot 3 maanden heeft een voldragen, gezonde baby ongeveer 150 ml bereide flesvoeding per kilogram lichaamsgewicht per dag nodig. Bijvoorbeeld, een baby die 3 kg weegt, heeft 450 ml bereide zuigelingenvoeding per dag nodig. Van 3 tot 6 maanden daalt dit naar 120 ml zuigelingenvoeding per kilogram lichaamsgewicht per dag.
We krijgen wel eens de vraag van moeders of hun baby wel genoeg binnenkrijgt. Ze drinken dan maar 5 minuten aan de borst of ze doen er juist heel lang over en komen na een half uur weer. Alles tussen de 5 minuten en 45 minuten is normaal. De duur is afhankelijk van de leeftijd van je baby.
Borst leeg drinken
Je borsten kunnen die eerste maanden soms 'vol' voelen, doordat ze steeds weer vollopen met melk. Is dit gevoel na het drinken verdwenen en voelen ze zacht en soepel aan, dan zijn je borsten goed leeggedronken. Geef je 1 borst per keer, dan geldt dit steeds voor 1 borst.
De eerste dagen komen er kleine beetjes vrij dikke melk (colostrum). De gezonde voldragen pasgeborene heeft de eerste 24 tot 48 uur voldoende aan deze eerste moedermelk en de eigen reserves. Na drie à vier dagen komt de melkproductie meestal echt op gang. De borsten worden voller.
Kolf minstens 6 tot 8 keer per dag: liefst elke 3 uur 15 minuten, om de voeding op gang te brengen. Zodra de voeding op gang is, kun je kolven totdat beide borsten 'leeg' zijn. Gewoonlijk duurt dit 15 tot 20 minuten bij dubbelzijdig afkolven. Je lichaam produceert moedermelk op basis van vraag en aanbod.
In Tjongerschans wordt er volgens protocol bijgevoed of op verzoek van de moeder. Vrouwen waarbij het kolven met de hand in de zwangerschap goed gaat, kolven gemiddeld 36 ml af.Bij anderen is het resultaat per kolfbeurt 2-3 ml.
Als je borstvoeding geeft, kan het verschil echter groter worden. De oorzaak hiervan is een ongelijke melkproductie. Bij 75% van de vrouwen produceert de rechterborst meer melk dan de linker. Is jouw ene borst formaat citroen en de andere formaat meloen?
De baby drinkt veel korter dan voorheen en is vaak na vijf minuten al klaar. Dat is normaal, sommige baby's drinken op een gegeven moment zo effectief en krachtig aan de borst dat ze vrij snel verzadigd zijn.
De algemene richtlijn voor de hoeveelheid flesvoeding per dag is: 150 ml melk per kilo gewicht. Weegt je baby 5 kilo, dan heeft hij/zij op een dag dus 5 keer 150 = 750 ml flesvoeding nodig. De hoeveelheid voeding per fles is laag als je kindje nog jong is (75-110ml) en het aantal flesjes op de dag hoog is (7-10).
Baby's jonger dan drie maanden, zijn het meest gevoelig voor snelle uitdroging en ondervoeding. Binnen 24 uur kunnen kinderen onder de twee uitdrogen. Uitdroging en ondervoeding ontstaan soms ongemerkt. In dat geval wordt gesproken van 'stille ondervoeding'.
Een beklemmende, drukkende of benauwende pijn midden in de borst. Uitstralende pijn naar de onderkaak, hals, schouderbladen, armen, rug of maagstreek. Misselijk en zweterig.
Kortademigheid is vaak een symptoom van hart- en longproblemen . Maar het kan ook een teken zijn van andere aandoeningen zoals astma, allergieën of angst. Intensieve training of verkoudheid kunnen er ook voor zorgen dat u zich buiten adem voelt.
Het beste is om de baby aan beide borsten te laten drinken. Laat hem of haar zo lang als hij of zij wil aan jouw eerste borst drinken. Wissel pas naar de tweede borst als de eerste borst leeg is. De baby mag zolang drinken als hij of zij wil.
Het is niet mogelijk om een baby die borstvoeding krijgt te veel voeding te geven .
Borstvoeding geven is vermoeiend: niet waar
Tijdens het geven van borstvoeding komt het hormoon oxytocine vrij. Hierdoor voelen moeders die borstvoeding geven zich vaak rustiger. Een voedingsmoment is dan tevens rustmoment. Ook baby's die geen borstvoeding krijgen, moeten gevoed worden.
Dan drinkt je baby ongeveer 4 tot 5 voedingen per dag van 160 tot 200 ml per voeding. Geef flessen van maximaal 200 ml per keer, flessen van meer dan 200 ml zijn te groot voor de maag van je baby.
Ze hebben slechts ongeveer een ounce colostrum per dag nodig. Dit staat gelijk aan ongeveer een theelepel per voeding (u kunt verwachten dat u uw pasgeborene de eerste paar dagen acht tot tien keer voedt). De hoeveelheid colostrum (en daarna overgangsmelk) die uw baby nodig heeft, neemt elke dag langzaam toe naarmate hun maag uitzet.
Op 1 maand oud drinken baby's waarschijnlijk 2 tot 4 fl oz flesvoeding of moedermelk, 7 tot 8 keer per dag. Babytaal: luister goed, ze communiceren al. Toen ze nog in de baarmoeder zaten, gebruikte je baby een aantal van zijn zintuigen om je te leren kennen. Nu nemen ze alles in zich op in hun 'buitenwereld'.