Het slachtoffer lijkt te watertrappelen of te zwemmen maar komt niet vooruit.De ogen staan vaak glazig en de gezichtsuitdrukking is angstig. Omdat een en ander reflexmatig gebeurt en de mond te dicht bij het water is, kan het slachtoffer niet (meer) schreeuwen.
Iemand die verdrinkt oogt van een afstand vaak eerder kalm dan paniekerig. Meestal hangt de drenkeling rechtop in het water, met de armen zijwaarts uitgestrekt en zonder de benen te bewegen. Het hoofd hangt naar achteren en de mond komt af en toe onder water. De ogen zijn vaak wijd opengesperd.
De huid van een overledene dat uren tot dagen in het water heeft gelegen, wordt wit en zacht en bijzonder onaangenaam voor zowel oog als neus. In lauw water (meer dan 20 °C) gaat de ontbinding snel. De huid komt los, wordt donkerder en bevlekt met bloed. De overledene gaat zwellen en de ogen puilen uit.
Ga alleen het water in als er echt geen andere mogelijkheid is. Een drenkeling kan in paniek zijn en zich vasthouden aan de redder. Dan kan het gebeuren dat de redder ook onder water komt. Als je het slachtoffer beet hebt, haal hem of haar dan zo horizontaal mogelijk het water uit.
Verdrinking ontstaat door het inademen van water in de longen. Als iemand langdurig onder water blijft, zal hij eerst zo lang mogelijk de adem inhouden. Maar na korte tijd wordt de drang om te ademen zo groot dat de persoon naar adem zal happen. Hierdoor stroomt er water binnen in de mond en luchtwegen.
Vocht in de longen
Dit heet pleuravocht. Als uw long- en borstvlies aangetast zijn door een ziekte wordt er meer vocht aangemaakt en minder vocht afgevoerd. Door toename van het pleuravocht krijgen de longen minder ruimte en kunt u kortademig worden. De klachten kunnen we verlichten door het vocht af te laten lopen.
De gebruikelijke postmortale veranderingen van vasculaire marmering, donkere verkleuring van de huid en het zachte weefsel, opzwellen en verrotting vinden in het water plaats zoals op het land, hoewel in een ander tempo, vooral in koud water (4).
De wetgever gaat er van uit dat na een begraving van 10 jaar een lichaam helemaal geskeletteerd is. Dat houdt in dat alleen de belangrijkste grote botten over zijn. Bij sommige mensen zal dit al na 5 of 7 jaar het geval zijn, afhankelijk van de omstandigheden.
Het bloed zal zich voornamelijk nog voortbewegen in de torso en de hersenen, waardoor onder andere de ledematen, mond en neus geen bloed meer krijgen. Het bloed stroomt naar de essentiële organen, om in leven te blijven. Hierdoor worden ze koud en ontstaan er paarsblauwe vlekken, ook wel 'circulatievlekken' genoemd.
Een uitgestelde verdrinking noemen we ook wel een secundaire verdrinking. Een kind overleeft een verdrinking, maar raakt later buiten bewustzijn. Een late verdrinking kan tot 72 uur na het binnenkrijgen van het water ontstaan. Normaal gesproken houdt een kind de adem in als het onder water gaat.
Eerste beoordeling van ademhaling: In tegenstelling tot basis-CPR, waarbij we direct na de aanval de pols controleren, ligt bij een verdrinkingsincident de nadruk op ademhaling . Eén aspect is het observeren van bewegingen van de borstkas, luisteren naar ademhalingsgeluiden en het palperen van de adem uit de neus of mond.
De Heimlich-manoeuvre is een vorm van kunstmatige beademing. Het tilt het middenrif op, verhoogt de intrathoracale druk en comprimeert de longen, en moet met tussenpozen worden uitgevoerd totdat al het water is uitgedreven.
- Een actief verdrinkingslachtoffer kan verticaal in het water liggen, maar niet in staat zijn om vooruit te komen of water te trappen . Een actief verdrinkingslachtoffer kan proberen om met de armen aan de zijkant naar beneden te drukken in een instinctieve poging om het hoofd boven water te houden.
Secundaire verdrinking
Vasovagale reflex (flauwte): overprikkeling van de nervus vagus door pijn, angst, koude, stress, emoties. Hierdoor daalt de hartslag en de bloeddruk en verliest het slachtoffer het bewustzijn. Zuurstoftekort als gevolg van: door belemmering van de luchtwegen.
Let op deze tekenen van verdrinking: Hoofd laag in het water met mond op waterniveau . Hoofd naar achteren gekanteld met mond open. Ogen glazig en leeg, niet in staat om te focussen.
Meestal zijn de ogen halfopen en hebben ze een doffe en waterige uitstraling. Dit wordt veroorzaakt doordat de stervende niet in staat is om de ogen volledig te sluiten. Het resultaat is een starende blik die vaak wordt geassocieerd met het naderende einde van het leven.
'Als mensen een dierbare verliezen, kunnen ze die vaak nog zintuiglijk waarnemen', zegt rouwexpert Johan Maes. 'Horen, zien of zelfs voelen. Dat is normaal. '
Lijkvocht ontstaat door het vloeibaar worden van een lichaam door ontbinding. Het lichaamsvocht vermengt zich met bloed en bacteriën en is onderhevig aan allerlei chemische processen die in het lichaam plaatsvinden. Dat maakt het dat lijkvocht ook wel eens als giftig wordt beschouwd.
Na vier weken is het lichaam begonnen te vervloeien, waarbij alles afbreekt.Nagels en tanden vallen uit.
Drie kwart van de in totaal 877 accidentele verdrinkingen in die periode vond plaats in open water: een sloot, rivier, kanaal, gracht, recreatieplas, meer, vijver of in de zee. Verder gebeurde 18 procent van de verdrinkingen in of nabij het huis, bijvoorbeeld in bad of een vijver.
Zelfs een verzwaard lichaam zal normaal gesproken na drie of vier dagen naar de oppervlakte drijven, waardoor het wordt blootgesteld aan zeevogels en de golven. Rottende en aasetende wezens zullen het lijk binnen een week of twee in stukken snijden en de botten zullen naar de zeebodem zinken.
Bij huffen wordt -in tegenstelling tot bij het hoesten- eerst diep ingeademd en vervolgens, met open mond en open keel, krachtig uitgeademd. Deze techniek helpt om sputum uit de hogere luchtwegen richting de keel te verplaatsen zodat het kan worden uitgehoest of doorgeslikt.
Mensen met longkanker hebben in het begin vaak onopvallende klachten, zoals veel hoesten of vermoeidheid. Deze klachten komen ook voor bij onschuldige aandoeningen, zoals een griep of verkoudheid. Hierdoor komen mensen vaak laat bij een arts en wordt de diagnose longkanker ook laat gesteld.
Veelvoorkomende oorzaken zijn spier- en gewrichtsproblemen, zoals spierspanning in de borstkas of ontsteking van het kraakbeen dat de ribben met het borstbeen verbindt (costochondritis). Longaandoeningen zoals pleuritis (ontsteking van de longvliezen) kunnen ook pijn veroorzaken bij het ademhalen.