Het bekendste bankbiljet van 25 gulden, dat tot de invoering van de euro in omloop was, staat bekend als het "Geeltje". DBNL - Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Op de voorzijde van het bankbiljet staat een afbeelding van Jan Pieterszoon Sweelink afgebeeld in de kleur karmijnrood. Op de achterzijde is een lijnenpatroon afgebeeld, dit staat voor geluidsgolven. Het bankbiljet is voor het laatst gedrukt in 1995.
De meeste guldenbankbiljetten kunt u nog tot 1 januari 2032 inwisselen voor euro's. Dit doet u bij De Nederlandsche Bank (DNB) in Amsterdam. Guldenmunten (als dubbeltjes en rijksdaalders) kunt u bij DNB niet meer omwisselen. Andere valuta kunt u alleen omwisselen in het land waar het geld vandaan komt.
Een joetje (of joet, joedje, juutje) is tien gulden. De benaming komt uit het Hebreeuws. In het Hebreeuwse alfabet is de letter jod (ook wel uitgesproken joed) de tiende letter. Via het Jiddisch kwam het in het Nederlands terecht.
- Geeltje. Ook wel 'gele rug', 'gele brief', 'gele flep', 'gele flap' of 'gele flip' genoemd, naar de oorspronkelijke kleur van het bankbiljet van 25 gulden dat in omloop was van 1861 tot en met 1921.
'Roodje' en 'geeltje'
Daar komen de uitdrukkingen 'een rooie rug' of 'een roodje' voor 1000 gulden en 'een geeltje' voor 25 gulden vandaan. Overigens was 200 gulden begin vorige eeuw een vermogen.
[Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Bargoens), honderd gulden.
[Bargoens, boeventaal] 30 stuivers. Een lammetje, (een daalder). Veel schokt hij er niet voor, maar toch altijd wel een lammetje.
Nee. Na 27 januari 2002 was de gulden geen wettig betaalmiddel meer.
Staat van de biljetten – Kreukvrije, onbeschadigde en ongebruikte biljetten zijn meer waard. Leeftijd – Hoe ouder het bankbiljet, hoe groter de historische waarde. Drukfouten en speciale uitgaven – Foutdrukken of gelimiteerde series kunnen extreem gewild zijn onder verzamelaars.
Je kan vijfguldenbiljetten met Vondel en 25-guldenbiljetten met Sweelinck ('het geeltje') nog tot 1 mei omwisselen voor euro's bij De Nederlandsche Bank.
Inleveren kan per post (maximaal 4.000 gulden) of aan het loket van De Nederlandsche Bank in Amsterdam. Hiervoor moet een afspraak worden gemaakt. Bij hoge bedragen worden er vragen gesteld over de herkomst van de biljetten. Op de website van DNB staan de precieze voorwaarden.
Tegenwoordig ook, maar niet frequent, gebruikt voor 100 euro. In de volkstaal wordt ook 'een bankje' of een snip (naar de afbeelding op het 100-guldenbiljet) gebruikt voor ditzelfde bedrag.
Straattaal voor specifieke bedragen
Enkele voorbeelden waar je op dit vlak aan kan denken zijn degene die je hieronder terug kan vinden. 100 Euro, of wel een Barkie.
Guldens die geld waard zijn, zijn voornamelijk zeldzame jaartallen, munten met fouten, gouden guldens (zoals het gouden tientje) en zilveren guldens geslagen vóór 1968 (die meer zilver bevatten), vooral in goede staat; de waarde hangt sterk af van het jaartal, de staat (kwaliteit), oplage en of het om verzamelwaarde of metaalwaarde gaat.
De overige munten die vanaf 1945 circuleerden, waren de stuiver (5 cent), het dubbeltje (10 cent), het kwartje (25 cent), de gulden (100 cent) en de rijksdaalder (2½ gulden, ook wel riks of knaak genoemd).
De gele f 25 circuleerde tot 1928, maar de bijnaam geeltje bleef nog de rest van de eeuw populair!
Een piek was de benaming van een Nederlandse munt van één gulden. Op de guldenmunten werd vanaf het einde van de zeventiende eeuw de Hollandse maagd afgebeeld. Deze symbolische vrouw droeg een lans of piek, met daarop een vrijheidshoed.
Joetje: Het 10 gulden biljet, ook wel 'joetje' genoemd, is nu ongeveer €4,54 waard. Knaak: De 2,5 gulden munt, bekend als 'knaak', heeft nu een waarde van ongeveer €1,13. Heitje: De 25 cent munt, ook wel 'heitje' genoemd, is nu ongeveer €0,11 waard.
Nederland 1955 25 Gulden Huygens – 1 cijfer,2 letters, 6 cijfers – Bankbiljet Fraai ex. Adviesprijs: €22,95. Europost prijs: €19,95.
Bekende biljetten die ingevoerd werden, waren de zonnebloem (50 gulden), snip (100 gulden) en de vuurtoren (250 gulden).
De eerste gulden De eerste gulden werd in 1252 in Florence, Italië geslagen. Het was een gouden munt. Op de voorkant stond een afbeelding van Johannes de Doper, de stadsheilige van Florence. Op de achterkant stond het wapen van de stad, de lelie (in het Latijn: florensus).