Proost in het Surinaams (Sranan Tongo) zeg je meestal met "Ai boi" (informeel) of door simpelweg te klinken en te genieten van de sfeer. Er is geen directe, formele vertaling voor "proost", maar het heffen van het glas wordt vaak begeleid door "sranan" of informele uitspraken. SIL Suriname +1
Surinamers zeggen vaak Sranantongo-uitdrukkingen zoals "Fa waka?" (Hoe gaat het?) als begroeting, met als antwoord vaak "Ay go!" (Het gaat!) of "Rustig", en gebruiken woorden als "Duku" (geld), "Pokoe" (muziek) en "Mati" (vriend), die ook in de Nederlandse straattaal zijn opgenomen, terwijl ze ook het traditionele "Odi odi" gebruiken voor een respectvolle groet.
Ze hebben er echter ook alle begrip voor u als u Nederlands blijft praten. hoe gaat het? fa yu tan? wat kost dat?
Sranantongo (officiële spelling: Sranan Tongo), kortweg Sranan, is een in Suriname gesproken creoolse taal. Het geldt samen met het Nederlands als lingua franca in Suriname en de Surinaamse diaspora als een wijdverspreide contacttaal.
Een paar voorbeelden van jongerentaal uit het Sranantongo: boen – goed, juist (van bun) fatoe – grap, mop (van fatu) goedoe – liefje, schatje (van mi gudu - mijn lieveling)
Daggoe (oorspronkelijk gespeld als “dagu”) is een informeel leenwoord uit het Sranantongo, een op het Engels gebaseerde creoolse taal die in Suriname wordt gesproken. Mensen noemen Sranantongo woorden vaak slang, terwijl het eigenlijk leenwoorden zijn die in informele contexten worden gebruikt.
Temekoe/Kopzorg is de Surinaams-Nederlandse bewerking van de in het Sranan-tongo geschreven novelle (Temekoe, Paramaribo, Buro Volkslektuur), waarmee Edgar Cairo in 1969 voor het eerst sterk de aandacht trok.
Bigisma Taki is het boek van Julian Neijhorst. Julian heeft ook de transcripties en teksten gedaan van Suriname Beken(d)t. In Bigisma Taki vind je de herkomst en betekenis van meer dan 3300 odo's ! In het Sranantongo, de lingua franca in Suriname, is doorspekt met spreekwoorden, gezegden en zegwijzen.
'Kaulo' betekent 'poep' of 'rot' in het Surinaams. Sommige woordenboeken geven 'poepgat' als beschrijving.
Surinamers zijn inwoners van Suriname, mensen die afkomstig zijn uit Suriname of mensen van Surinaamse afkomst. Suriname was een kolonie van Nederland en na de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 en begin jaren 80 zijn veel inwoners van Suriname naar Nederland verhuisd.
Surinamers staan over het algemeen bekend als open, vriendelijk en gul . Hoewel Amerikaans entertainment en mode de Surinaamse cultuur hebben beïnvloed, blijven traditionele gebruiken wijdverbreid.
Odo (meervoud odo of odo's) is de benaming die Afro-Surinaamse bevolkingsgroepen gebruiken voor de aanduiding van spreekwoorden en gezegden.
Victoria zegt: "Putiputi ( wat bloem betekent) power is een variant op de term flower power en maakt op een leuke manier gebruik van alliteratie. Ik heb Te Reo Māori gebruikt om onze biculturele natie, Aotearoa, te vieren."
Het verkleinwoord van pad in de betekenis 'smalle weg' is paadje of padje. Volg het smalle paadje / padje door het bos.
Pootje = [Soldatentaal, 1914] iemand een pootje verkoopen: iemand vermoeien. d.w.z. het podagra hebben, voeteuvel, jicht hebben, poteres zijn (17<sup>de<-sup> eeuw). Zie Halma, 513: pootje, de jicht in de voet... d.w.z. het podagra hebben, voeteuvel, jicht hebben, poteres zijn (17<sup>de<-sup> eeuw).
Om iemand te bedanken zeg je danki of zelfs masha danki. Als je iemand wat wilt vragen zeg je van tevoren of aan het einde van je zin por fabor, wat alsjeblieft betekent. 'Graag gedaan' of 'geen dank' is di nada in het Papiaments.
De Molukkers zijn een Melanesische-Austronesische bevolkingsgroep die de oorspronkelijke bevolking uitmaken van de eilandenreeks de Molukken, die sinds 1950 onderdeel is van Indonesië.
Kacchan noemt hem deku (デク), wat nutteloos betekent, en is een alternatieve uitspraak van Izuku (出久). EDIT: Vond een post op Reddit die het uitlegt.
Ook de Surinaamse koosnaam chimi (spreek uit: 'tsjiemie') hoor je veel, en daar is dan weer weinig Engels aan. Chimi zijn gedestilleerd uit het Surinaamse woord pikin (uitspraak: 'pie-tsjien'), dat 'klein', maar ook 'lief' betekent. Chimi betekent 'liefje, schatje'.
“Surinaamse woorden hoor je nu ook veel in straattaal. Doekoe voor geld is een heel bekende. Dit woord gaat terug op het Sranan maar wordt ook gebruikt in het Surinaams-Nederlands. Het Surinaams-Nederlands heeft veel leenwoorden uit het Sranan.