Volgens het Nederlandse RVV 1990 (artikel 24) mag je niet parkeren direct voor een in- of uitrit. Er is in de wet geen specifieke afstand in meters vastgelegd, wat betekent dat je direct naast de inrit mag parkeren, zolang de doorgang niet wordt belemmerd. Het verbod geldt ook voor je eigen inrit. Veilig Verkeer Nederland +2
Verder mag je niet parkeren: binnen 5 meter van een kruispunt. voor een inrit of een uitrit. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg.
Op welke afstand van garage of inrit? In het verkeersreglement staat niets over de afstand. In principe mag je dus tot helemaal tegen de garage parkeren.
Als je uit een uitrit komt, moet je voorrang verlenen aan alle andere verkeersdeelnemers. Dit betekent dat je auto's en fietsen, maar ook voetgangers voor moet laten gaan. Bij het verlaten van een uitrit moet je dus altijd goed opletten. Al het andere verkeer heeft voorrang en jij zult dus moeten remmen en stoppen.
Wanneer is iets een uitrit? Voorbeelden van uitritten zijn de ingang van een weiland, akker, bos, parkeergarage, parkeerplaats, benzinestation of de oprit van een woning.
Afmeting van een oprit of garage
- Een oprit wordt beschouwd als één parkeerplaats op eigen terrein als deze minimaal 3,2 meter breed en 5,0 meter lang is.
Een uitweg, ook wel inrit, oprit of uitrit genoemd, is een rechtstreekse ontsluiting voor verkeer via een (verharde) aansluiting vanuit een perceel naar de openbare weg.
Buren parkeren voor de in- of uitrit
Het is verboden om te parkeren voor een inrit of een uitrit. Dit staat letterlijk te lezen in artikel 24 RVV. De buur begaat met andere woorden een overtreding op de verkeersregels en kan daarvoor beboet worden. Hiervoor kan er dan ook contact worden opgenomen met de politie.
Blijft er genoeg ruimte over om in of uit te rijden, dan zal er doorgaans niet worden bekeurd als een geparkeerde auto voor een beperkt deel van de uitrit staat. ' 'Voor het parkeren voor een uitrit kan je een boete krijgen van 120 euro en 9 euro administratiekosten.
Als je uit een uitrit komt, heb je als bestuurder nooit voorrang. Ook als je van een parkeerplaats komt, zul je het overige verkeer dus voorrang moeten verlenen. Al het overige verkeer, dus ook voetgangers, moeten op dat moment voorrang van je krijgen.
Een afstand van zes meter (20 voet) vanaf een privé-oprit moet ook worden overwogen, indien de ruimte dit toelaat. Bij een privé-oprit moet minimaal voldoende ruimte worden vrijgehouden voor goed zicht, om de oprit op en af te kunnen rijden en om te voorkomen dat er auto's worden geparkeerd die de toegang tot de oprit belemmeren.
Parkeer niet dichter dan 1 meter bij een voertuigingang.
Als je je auto wilt parkeren in een woonerf, vergeet dan niet dat dit alleen mag in de daarvoor aangegeven parkeervakken. Je mag dus absoluut niet parkeren op de rijbaan of zomaar langs de kant van de weg. Een woonerf is dus een speciaal ingerichte straat waar voetgangers en spelende kinderen de ruimte krijgen.
Minimaal 10 meter (32 voet) verwijderd van een kruispunt, dicht bij de stoeprand en in de rijrichting. Op een erkende parkeerplaats of parkeerstrook.
Een uitrit is te herkennen aan een aantal specifieke kenmerken. Allereerst is een uitrit vaak een verbinding tussen een particulier terrein, zoals een oprit van een woning, of een bedrijfsterrein en de openbare weg. Het is geen kruispunt, maar een constructie waarbij het terrein direct aansluit op de openbare weg.
Volgens de Nederlandse wet wordt onder parkeren verstaan: “het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.”
Je mag je voertuig niet parkeren voor een inrit of een uitrit. Houd altijd rekening met ander verkeer als je parkeert. Parkeer niet (half) op de stoep. Als je een parkeerplek verlaat, laat dan het overige verkeer voorgaan.
Ook op wegen die bedoeld zijn voor ander verkeer, zoals trottoirs en fietspaden, mag je niet parkeren. Net zoals voor een oprit of inrit, voor een brandkraan, binnen vijf meter van een kruising of bocht en bij een bus- of tramhalte. Parkeren in parkeervakken en -garages is uiteraard wel toegestaan.
Na een scanauto heb je meestal nog 5 tot 10 minuten extra tijd om te betalen, afhankelijk van de gemeente, voordat er een boete wordt uitgeschreven, hoewel sommige gemeenten directer handhaven. Deze 'handelingstijd' is bedoeld om je de kans te geven een parkeerapp te starten of naar een automaat te lopen. De uiteindelijke boete (naheffingsaanslag) ontvang je later, vaak binnen een paar dagen tot weken, thuis per post.
Samengevat dus: Kun je er met je auto komen dan is het een openbare weg, zelfs als het je eigen voortuin betreft. Een eigen voortuintje is dan ook een mooi voorbeeld want in veel gevallen is het voortuintje eigendom van degene die het huis kocht en de daarbij behorende grond.
Op openbare straten is parkeren over het algemeen toegestaan, tenzij anders aangegeven door borden, die bijvoorbeeld een vergunning of andere beperkingen kunnen vermelden. Het is echter verboden om opritten, brievenbussen, brandkranen, zebrapaden, stopborden en kruispunten te blokkeren .
Komt u dus met de auto of fiets langs een uitrit, dan heeft u voorrang op het verkeer dat uit de uitrit komt rijden, ook al komt deze bestuurder van rechts. De wet spreekt over “bestuurder” en niet over personen. Toch heeft ook een voetganger voorrang op al het verkeer dat uit een uitrit komt.
De breedte van een uitrit voor een woonperceel in de bebouwde kom mag niet meer zijn dan 3 meter. De breedte van een uitrit voor een woonperceel in het buitengebied mag maximaal 5 meter zijn.
Hinderlijk parkeren is het plaatsen van een voertuig op een manier die gevaar, overlast of ongemak veroorzaakt voor andere weggebruikers, zoals op het trottoir, voor een oprit/uitrit, op een fietspad, bij een kruising, of zodanig dat het andere verkeer blokkeert, waarbij de algemene verkeersregels worden overtreden en handhaving mogelijk is, zelfs zonder specifieke gele strepen of borden.
In de wet is niet vastgelegd wat onder een uitrit wordt verstaan. De rechtspraak heeft hier als volgt invulling aan gegeven: Een uitrit is een uitrit als het voor een ieder bij het naderen van de uitrit duidelijk is dat er sprake is van een uitrit.