Toch zijn er twee fruitbomen die vrij snel groeien. Dat zijn de vijgenboom en de kersenboom. De vijgenboom groeit gemiddeld een meter per jaar. De kersenboom groeit gemiddeld dertig tot zestig centimeter per jaar.
De Prunus cerasus (zure kers) geeft na twee jaar de eerste vruchten en de Prunus avium na vier jaar. De kersenboom staat bekend om haar prachtige bloei. De bloei in april met grote witte of roze bloemen aan de hangende takken zorgen voor een schitterend gezicht!
Een kersenboom (middel/hoog-stam) groeit snel. Tussen de 30 en 60 cm per jaar.Kleinere soorten kunnen 20 tot 25cm per jaar groeien.
1: De ideale standplaats: Hier voelt de kersenboom zich het prettigst. Een kersenboom in de tuin planten betekent voldoende ruimte hebben. Afhankelijk van de variëteit kan een kersenboom 10 tot 50 vierkante meter in beslag nemen. De plaats moet zo worden gekozen dat hij de hele dag van de volle zon kan genieten.
Een zure kers kan geplant worden in de halfschaduw of zon, een zoete kers alleen in de zon. Een kersenboom kan op alle gronden geplant worden, maar heeft het vooral naar zijn zin op veen- of zandgrond. Voldoende afwatering is belangrijk, een kersenboom heeft niet graag natte voeten.
Vooral bij het aanplanten en in de eerste periode van de fruitboom is het van groot belang dat de kersenboom genoeg water krijgt. Maar ook tijdens de zomer is water een belangrijk element. Om de kersenboom goed te kunnen verzorgen, heeft een gemiddelde fruitboom 30/40 liter water per week nodig.
Je kunt je kersenbomen ook met geluid beschermen tegen vogels. Zo zijn er knalapparaten, zoals de Scatterbird. Deze zijn zeer effectief in het beschermen van kersen tegen duiven en vogels. Een andere optie is het gebruik van strak gespannen fluitlint tussen palen, bij voorkeur boven de kersenbomen.
Een slimme afstand is ergens buiten de geschatte maximale spreiding van uw kersenboom, die ongeveer gelijk is aan de volwassen hoogte van de kersenboom die u plant. Onze aanbevelingen staan hieronder: Dwerg: 8 tot 14 voet . Halfdwerg: 12 tot 18 voet .
Hoe oud een kersenboom kan worden, hangt af van de soort en verzorging. De typische levensduur van een kersenboom is tussen de 16 en 20 jaar. Zwarte kersenbomen (Prunus serotina) kunnen 250 jaar worden, maar de gemiddelde levensduur van een zwarte kers is 100 jaar.
Een patio kersenboom is makkelijk in onderhoud en kan gesnoeid worden indien nodig of ieder jaar. De beste snoeiperiode van een kersenboom ligt tussen juli en september, ofwel direct of een paar weken na de pluk. Snoei een kersenboom nooit tijdens de wintermaanden.
Er zijn hier twee opties: de kolomboom en de kleine struikboom op een onderstam genaamd Gisela 5. De kolomboom is, zoals de naam al doet vermoeden, een recht op-en-neergaande boom die niet uitwaaiert en geen schaduw werpt. Hij is geweldig om eronder te planten, makkelijk te plukken en het makkelijkst van allemaal om te snoeien.
Hollandse Kersen bevatten naast vitamines veel vezels. Die bevorderen een goede darmwerking. Als je te veel kersen eet kan het dus zijn dat je vaker naar de wc moet dan normaal. Neem dagelijkse een gezonde portie en ervaar hoe het voor u mag zijn.
Kersenbomen hebben een voorkeur voor een standplaats in volle zon, het liefst op het zuiden. Dat is belangrijk voor de vorming van hun bloesems en vruchten. De hoogte is afhankelijk van de soort. Zo kan de zure kers (Prunus cerasus) 7 tot 8 meter en de zoete kers (Prunus avium) 20 meter hoog worden.
Fruitbomen die behoefte hebben aan kalk (o.a. appel, peer, pruim, kers en druif) geef u kalkkorrels in februari. In maart geeft u een basisbemesting met de juiste meststoffen. Welke dat zijn, vertellen we u later in dit artikel. Sommige gronden bevatten weinig voeding en houden het ook slecht vast.
Bij laagstambomen verschijnt het fruit al 2 à 3 jaar na de aanplant, maar de boom zal minder vruchten voortbrengen en minder lang leven (< 30 jaar). Halfstammen zitten daartussen, ze brengen na 3 tot 7 jaar een behoorlijk grote oogst, en je kunt er 30 tot 50 jaar lang van genieten.
Toch zijn er twee fruitbomen die vrij snel groeien. Dat zijn de vijgenboom en de kersenboom. De vijgenboom groeit gemiddeld een meter per jaar. De kersenboom groeit gemiddeld dertig tot zestig centimeter per jaar.
De wortels van de boom kunnen ongeveer net zo ver uitspreiden als de takken. Zorg dan ook dat de boom genoeg ruimte heeft om te groeien en plaats deze bijvoorbeeld niet te dicht naast een gebouw of oprit.
Het kan ook zo zijn dat de boom simpel weg te weinig of te veel water krijgt waardoor de fruitboom geen vruchten geeft. Of te weinig zonlicht dan gaat een fruitboom niet groeien en ook geen vruchten geven. Ook zien we vaak dat een fruitboom als een bolcatalpa gesnoeid wordt.
Kersen verlangen een zonnige standplaats op een luchtige, voedselrijke bodem. Natte standplaatsen worden slecht verdragen. Bomen kunnen zeer oud worden: tot 25-30 jaar maar worden meestal op latere leeftijd aangetast door ziekten.
Een ruimte van 10m tussen de boomstam en de muur is ongeveer de juiste afstand . Grote bomen kunnen ook problemen veroorzaken met de ondergrondse leidingen van uw buren, die ze kunnen bereiken en beschadigen, dankzij hun lange wortels. Het is niet alleen de hoogte die in acht moet worden genomen, maar ook het type begroeiing dat de boom krijgt.
Geschikte planten voor een boomspiegel zijn bijvoorbeeld vrouwenmantel (Alchemilla mollis), ooievaarsbek (Geranium), schoenlappersplant (Bergenia 'Winterglod') en hartlelie (Hosta lancifolia), maar ook bolgewassen zoals sneeuwklokjes (Galanthus), de boshyacint (Hyacinthoides) en de prairielelie (Camassia).
Fruitbomen kunnen vaak dichter bij gebouwen worden geplant dan grote sierbomen, omdat de onderstammen de verspreiding van de wortels beperken.
Spreeuwen, merels en duiven eten graag bessen en kersen
Het is overigens niet alleen de kleur waardoor er vogels af komen op bijvoorbeeld kersen.
Ons advies is om het vogelnet aan de zijkanten vast te maken met pinnen of grindslurven. Grindslurven zijn de meest vriendelijke manier en de toegang tot je fruitbomen of moestuin is gemakkelijk.
Hun veren laten deze kleurenwaaier zien. Doffe kleuren, zoals grijs en bruin, komen vooral voor bij vogels die in de bergen of in het bos leven. Denk aan de steenarend, de houtduif en veel soorten uilen. Met deze schutkleuren maken vogels zich onzichtbaar voor roofdieren en prooien.