Sluit een infuuszak,-fles of spuit niet meer aan na afkoppeling. Laat aangesloten infuusflessen of zakken maximaal 24 uur aanhangen, met uitzondering van infuusflessen of zakken met bloed of bloedderivaten. Gebruik zo weinig mogelijk extra toegangen.
Bij het continu toedienen van vocht of pijnmedicatie dient het infuussysteem eens per 3 á 4 dagen vervangen te worden. Na toediening van bloed, bloedproducten of vetachtige stoffen (lipiden) dient het infuussysteem direct na toediening afgekoppeld te worden of ten minste elke 24 uur vervangen te worden.
Sommige fixatiepleisters, zoals de Stätlock, worden geleverd in combinatie met een Biopatch. Beide worden afgeplakt met een transparante infuuspleister. De meningen over hoe lang de Midline kathteter kan blijven zitten zijn verdeeld. Doorgaans wordt 7 dagen tot 4 weken aangehouden.
Vaak wordt deze na 72 uur vervangen, uit angst dat een patiënt flebitis ontwikkelt en dan niet geopereerd kan worden. De verpleegkundigen vragen zich af wanneer ze de intraveneuze katheter moeten vervangen: pas als flebitis optreedt of standaard na 72 uur.
Veel patiënten hebben tijdens een ziekenhuisopname een perifeer infuus nodig. Daarbij kunnen complicaties optreden, zoals flebitis en bloedbaaninfecties. Het percentage bloedbaaninfecties bij een perifeer infuus is 0,03%. Het RIVM adviseert vervanging van infuussystemen2 om de 4 dagen (96 uur).
Daarnaast dien je ook te kijken naar waar de bloedvaten lopen. Als een bloedvat diep in de elleboog ligt, kan het moeilijk zijn om een infuus daar aan te prikken.
Aan het inbrengen van een perifeer infuus zijn geen ernstige complicaties verbonden. Het bloedvat waarin het infuus is geplaatst kan na verloop van tijd ontsteken. Dit is een reden om het infuus te verwijderen.
Tijdens het inbrengen van het centraal infuus is de kans op infectie groter dan bij het perifeer infuus. Daarom brengt de specialist dit infuus in op een plaats waar hij bacterievrij kan werken, bijvoorbeeld op een behandelafdeling of in een operatiekamer.
Flushen (spoelen) en locken (afsluiten) is essentieel voor het goed laten werken van een infuuscanule. Op die manier voorkom je dat het infuus verstopt raakt en voortijdig verwisseld moet worden. Voor het uitvoeren van deze handeling gelden wettelijke richtlijnen.
Een centrale lijn is een lange (16-20 cm), dunne infuus katheter die in een grote ader wordt ingebracht, bijvoorbeeld onder het sleutelbeen, in de hals of in de lies. Hierdoor kan medicatie of voeding worden toegediend die niet via een infuus in een kleine ader in de arm mag worden gegeven.
De WIP1-richtlijnen doen geen uitspraken over de frequentie van het verwisselen van de (vleugel)naald of de kunststof canule bij een subcutaan infuussysteem. Experts adviseren om de naald/canule eens per 7-10 dagen te verwisselen2. Fabrikanten adviseren om eens per 3-4 dagen de canule te verwisselen.
Aderontsteking na infuus
De ontsteking kan uitbreiden naar naastliggende aders. Deze aders zetten op en zijn warm en pijnlijk. Je kunt de aderontsteking behandelen met een crème met antistollingsmiddel en/of ontstekingsremmer. Daarnaast helpen pijnstillers om de pijn te onderdrukken.
3 Spoel de katheter en sluit deze goed af
Functionele problemen kan je vermijden door consequent de poortkatheter pulserend te spoelen met een fysiologische zoutoplossing, en dat voor en na bloedafname en elke intraveneuze toediening.
De infuuspleister moet één keer per vijf dagen vervangen worden of eerder bij loslaten.
Om medicijnen toe te dienen via de bloedvaten en bloed af te nemen voor onderzoek is een infuus nodig. Een infuus veroorzaakt schade aan de bloedvaten. Als er vaak medicijnen via de bloedvaten gegeven worden of vaak bloed afgenomen moet worden kan een PICC-lijn een goed alternatief zijn om schade te voorkomen.
Dit gebeurt 'intraveneus' (in een bloedvat) of 'hypodermaal' / 'subcutaan' (onder de huid) via een canule (een slangetje). De toediening van een infuus noemt men infunderen.
'Bij een perifeer infuus volstaat het om elke 12 uur te spoelen en een slotje te maken met NaCl 0,9%.
Bij de perifere canule is het flushen met NaCl 0.9% net zo efficiënt als het spoelen met heparine oplossingen2. Volgens experts op het gebied van thuiszorgtechnologie3 is er bij perifere infusie wel voldoende onderzoek dat aantoont dat 1 maal per 12 uur doorspuiten met fysiologisch zout voldoende is.
Maximaal 2 ml/ toediening !
In 19 procent van de gevallen lukt het de eerste keer niet om een infuus aan te brengen, omdat de patiënten zogenoemde 'moeilijke aders' hebben. Van Loon toonde aan dat met behulp van echografie dat percentage kan worden teruggebracht tot zeven procent.
Een infuus is soms wel 500 milliliter. En dat is dus 20 keer 500 = 10.000 druppels. Als er 100 milliliter en dus 2000 druppels in een halfuur uit het infuus moet komen, moet je gaan uitrekenen hoe snel je het apparaat dan moet laten druppelen. 2000 druppels gedeeld door 30 minuten is ongeveer 67 druppels per minuut.
Kruimelpad. Lucht in de bloedsomloop kan een levensgevaarlijke situatie veroorzaken. Bij volwassenen ontstaan weliswaar pas verschijnselen als 50-100 ml lucht in de bloedbaan terecht komt.
Bij 136 patiënten (39) ontstond flebitis, gemiddeld na 2,9 dagen (uitersten: 1-14). Risicofactoren waren vrouwelijk geslacht, eerder doorgemaakte flebitis, plaatsing aan de ventrale zijde van de onderarm en toediening via het infuus van antibiotische therapie. Deze factoren speelden onafhankelijk van elkaar een rol.
Houd de infuuszak beneden het niveau van de arm. Als terugstromen van bloed zichtbaar wordt, zit de canule goed. Wanneer dit niet mogelijk is, controleer dan of het infuus druppelt wanneer het open staat en let op verdikking achter de punctieplaats. In dat geval loopt het infuus subcutaan.