De aanrechtsubsidie is in 2023 stopgezet en werd al sinds 2009 afgebouwd. In 2023 is deze subsidie afgeschaft voor iedereen die na 1962 geboren is. Je kunt dus alleen nog aanrechtgeld krijgen als je vóór 1963 bent geboren.
Toch zijn veel mensen het niet eens met deze regeling, omdat het niet bepaald stimuleert om te gaan werken. Dit is dan ook de reden dat de aanrechtsubsidie steeds verder wordt afgebouwd; vanaf 2023 stopt de regeling helemaal.
Heeft u niet genoeg inkomen of eigen vermogen om van te leven? Dan heeft u recht op een bijstandsuitkering. U heeft onvoldoende inkomen als uw (gezamenlijke) inkomen lager is dan het sociaal minimum dat voor u geldt: de bijstandsnorm.
Tot 2023 werd de algemene heffingskorting ieder jaar lager, behalve als u vóór 1963 bent geboren. Meer daarover lees u bij Afbouw uitbetaling algemene heffingskorting. Ook de uitbetaling van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting is gestopt vanaf 2023.
In het geval je fiscale partners bent en 1 van jullie beiden heeft geen of weinig (minder dan ongeveer € 7.000,- bruto op jaarbasis) inkomen en de ander heeft voldoende belasting afgedragen. Verder moet je minimaal 6 maanden in het betreffende jaar elkaars fiscale partners zijn geweest.
Hoeveel is het aanrechtgeld? In 2024 heb je mogelijk recht op een bedrag van maximaal € 3.362,- aanrechtgeld als je de minstverdienende bent en geboren bent vóór 1963. Als je geboren bent na 1963, dan heb je in 2024 geen recht op aanrechtgeld.
Hoeveel loonheffingskorting je krijgt, hangt af van de hoogte van je salaris of uitkering. In 2023 was de maximale arbeidskorting die je kunt krijgen: €5.052 per jaar. Verdien je meer dan € 37.626 bruto per jaar, dan neemt de hoogte van de loonheffingskorting af.
Heffingskortingen zijn persoonlijke kortingen. Ook als u een fiscale partner hebt, wordt voor ieder van u apart bepaald of u recht hebt op heffingskortingen. Hebt u een laag inkomen en wilt u heffingskortingen laten uitbetalen? Ook dan is het van belang of u een fiscale partner hebt en hoe lang u fiscale partners bent.
“De vuistregel is dat je dit doet op het hoogste inkomen,” vertelt Annelies Schoonderbeek. “Als je AOW hoger is dan het pensioen dat je ontvangt, pas je de loonheffingskorting toe op je AOW. Is je pensioen hoger? Dan kun je beter daar de loonheffingskorting toepassen.”
Vanaf het wettelijk minimumloon bouwt de algemene heffingskorting af (dat was € € 24.814 in 2024). Het afbouwpercentage bedraagt 6,63% (dat was 6,095% in 2023).
Te veel huisvrouwen
Gedurende het laatste decennium gebeurt dat dan ook stapsgewijs. Nu wordt gemiddeld nog 1.067 euro per jaar uitbetaald aan mensen die recht hebben op de regeling. In 2023 stoppen de uitbetalingen. Tenzij je vóór 1963 bent geboren, dan zal je de uitbetaling blijven ontvangen.
Na de scheiding kun je mogelijk aanspraak maken op verschillende toeslagen en andere regelingen of kunnen deze in bedrag verhoogd worden. Denk bijvoorbeeld aan huurtoeslag, kinderbijslag en zorgtoeslag. Het is fijn dat je na de scheiding financiële ondersteuning kunt krijgen.
Onderstaand een overzicht van het vermogen dat de verschillende groepen mogen hebben om nog in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering: Gehuwden/samenwonenden en alleenstaande ouders € 15.150,- Alleenstaanden € 7.575,- Voor.
Wanneer je een niet werkende partner hebt en deze is geboren vóór 1963 dan heeft je partner recht op de uitbetaling van de algemene heffingskorting als niet werkende partner. Deze bedraagt voor 2024 € 3.068,- voor een partner jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd.
Om te weten hoeveel heffingskorting je krijgt, moet je naar de website van de Belastingdienst gaan. Daar vind je een tabel met informatie over de tarieven die worden toegepast op jouw inkomensniveau.
Het basistarief in de inkomstenbelasting stijgt in 2024 naar 36,97% (36,93% in 2023). Dit basistarief geldt in 2024 voor een inkomen tot en met € 75.518 (in 2023: € 73.031). Dit grensbedrag is verhoogd door een inflatiecorrectie van 9,4941% toe te passen. Na de inflatiecorrectie is het grensbedrag verlaagd met € 4.447.
Bedrag per maand vanaf 1 januari 2024: Brutobedrag met heffingskorting: € 2.089,70 (zonder heffingskorting: € 2.089,70) Loonheffingsbedrag met heffingskorting: € 86,67 (zonder heffingskorting: € 398,08) Bijdrage Zvw met heffingskorting: € 111,17 (zonder heffingskorting: € 111,17)
Vermogen is bijvoorbeeld spaargeld, dure sieraden of een auto. Als u alleen woont geldt een maximumbedrag van € 7.770, en als u met uw partner of met een kind (jonger dan 18 jaar) woont € 15.540 (bedragen voor 2025). Heeft u meer vermogen? Dan kunt u geen AIO-aanvulling krijgen.
Rekening houdend met de AOW, aanvullend pensioen, inkomen uit vermogen en overig aanvullend inkomen komt het gemiddeld netto pensioen in 2021/2022 uit op €2200,- – €2500,- per maand. Voor alleenstaanden ligt dit bedrag iets lager; gemiddeld tussen de €1400,- en €1700,-.
Als u AOW ontvangt, houdt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bij het uitbetalen van de AOW al rekening met de loonheffingskorting. Is het pensioen hoger dan de AOW?Dan is het raadzaam dat u de korting laat toepassen op uw pensioen in plaats van op de AOW.
Fiscaal partnerschap heeft voordelen.Jullie mogen je inkomsten en aftrekposten verdelen.Een nadeel van fiscaal partnerschap is dat je minder toeslagen krijgt. Bij fiscaal partnerschap heb je ook maar een keer recht op hypotheekrenteaftrek.
Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting.