De alarmerende cijfers vinden we terug in de jaarlijkse arbeidsmarktprognose zorg en welzijn die demissionair Minister Helder in december 2023 naar de Tweede Kamer stuurde (lees de Kamerbrief hier). De conclusie: het personeelstekort in de zorg blijft de komende tien jaar onverminderd groot en zal na 2026 toenemen.
Actuele en verwachte tekorten
In 2024 kampt ongeveer 28% van de werkgevers met een personeelstekort. Daarnaast verwacht nog eens 26% van de werkgevers, die momenteel geen tekort hebben, binnen twee jaar wel een tekort. Daarentegen heeft 46% van de werkgevers geen tekort en verwacht dit ook niet binnen twee jaar.
Het personeelstekort in de zorg loopt met de dag op. Over 10 jaar komt de sector zo'n 190.000 medewerkers tekort. Dat personeel zal er ook nooit komen. Het moet echt anders wil de druk op de zorg worden verlicht.
Iets meer dan een kwart van alle werkgevers kampt met personeelstekorten. Naar het openbaar bestuur zijn de zorg, horeca en industrie de sectoren met de grootste tekorten.
Arbeidsmarkt blijft gespannen
Het historische hoogtepunt van de krapte werd bereikt in het tweede kwartaal van 2022. Daarna koelde de arbeidsmarkt langzaam af, met uitzondering van het tweede kwartaal van 2023.
Steeds meer banen en werkenden
Het aantal banen blijft nog altijd groeien. In het eerste kwartaal van 2024 waren er 11.572 banen. In een jaar tijd kwamen er 117 duizend banen bij. In het eerste kwartaal van 2024 hadden 9,8 miljoen mensen betaald werk.
In Nederland gaat het dan vaak om mensen met een laag opleidingsniveau, jongeren, migranten groepen en mensen met een arbeidsbeperking. 2 Vaak hebben deze groepen ook laagbetaald werk.
Waar is het grootste personeelstekort? In september 2022 meldde UWV dat er in alle beroepsgroepen een tekort aan personeel is. De krapte was het grootst bij ingenieurs, elektriciens, machinemonteurs (techniek), verpleegkundigen (zorg) en softwareontwikkelaars (ICT).
De tekortlijst omvat beroepen zoals gediplomeerde verpleegkundigen , software engineers, elektrotechnici, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en biomedische wetenschappers. Een carrière in een van deze vakgebieden nastreven kan extra baankansen bieden en stabiliteit bieden.
Een personeelstekort ontstaat wanneer er meer vraag is naar werknemers dan er beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals vergrijzing, economische groei, of veranderingen in de vraag naar bepaalde vaardigheden.
Ruim een derde geeft aan op omvallen te staan door de hoge werkdruk. Uitval van collega's, de fysieke en psychische belasting en onderwaardering worden als belangrijkste redenen genoemd. Vrijheid gaat vaak over de eindeloze regels waar zorgmedewerkers zich aan moeten houden.
Verpleeghuiszorg. Ook in 2033 wordt het grootste tekort verwacht in de verpleeghuiszorg. De sector zou tegen 2033 zo'n 51.900 medewerkers tekort komen. De thuiszorg en de ziekenhuizen volgen met tekorten van respectievelijk 27.400 medewerkers en 26.500 medewerkers.
Medewerkers in de functiegroep verzorgenden geven het vaakst aan te vertrekken vanwege hun leidinggevende, werkdruk en planning en tijd. Voor woonbegeleiders en activiteitenbegeleiders zijn redenen in de privésituatie en samenwerking vaker de oorzaak van vertrek.
Een werknemer mag maximaal 12 uren aaneengesloten werken. Per week is dit maximaal 60 uur. Over een periode van 4 weken mag niet meer dan gemiddeld 55 uur per week worden gewerkt. Over een periode van 16 weken is dit maximum gemiddelde 48 uur.
Engelse en Ierse psychologen voerden 5 studies uit naar saaiheid. De saaiste beroepen zijn boekhouder, fiscalist en data-analist. Tot die conclusie komen drie onderzoekers die verbonden zijn aan de Universiteit van Essex, de Universiteit van Limerick en de London School of Economics and Political Science.
Beroepen op mbo-niveau waar veel vraag naar is, zijn onder meer automonteurs, koks en hoveniers. Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) verwacht ook dat de kansen voor mbo'ers op de arbeidsmarkt stabiel blijven, terwijl de krapte op de arbeidsmarkt voor hbo'ers en wo'ers juist afneemt.
Omdat de krapte op de arbeidsmarkt nog een tijd zal aanhouden, zal het aantal kansrijke beroepen eerder toenemen dan afnemen. In de sectoren zorg, onderwijs, techniek, industrie, ICT en transport en logistiek zijn veel beroepen al jaren kansrijk.
De werklozen hebben de grootste baanvindkans, gevolgd door personen die niet direct beschikbaar zijn voor werk, maar wel recent naar werk hebben gezocht. Deze laatste twee groepen behoren tot het onbenut arbeidspotentieel.
Kwetsbare groepen
ouderen. zwangere pas-bevallen vrouwen. vrouwen die borstvoeding geven. gehandicapten.
Zo is van de 55- tot 60-jarigen 81% aan het werk, terwijl dat bij de 60- tot 65-jarigen 64,6% is. De stijging van de arbeidsparticipatie in de afgelopen tien jaar is wel groter bij de hogere leeftijdsklassen. afzien van (het recht op) de uitkering.