Om in Excel een specifiek afdrukbereik in te stellen, selecteert u de cellen die u wilt afdrukken, gaat u naar het tabblad Pagina-indeling, klikt u op Afdrukbereik en kiest u Afdrukbereik bepalen. Hierdoor wordt alleen het geselecteerde gebied geprint, wat u kunt controleren via Bestand > Afdrukken. COMPUTER CREATIEF - +3
Een of meer afdrukgebieden instellen
Klik op Bestand > Afdrukken. Voer een van de volgende handelingen uit: Klik Afdrukvoorbeeld als u het bestand wilt bekijken.
Klik op de eerste cel van het bereik en houd Shift ingedrukt terwijl u op de laatste cel van het bereik klikt. U kunt schuiven om de laatste cel zichtbaar te maken. Klik op de knop Alles selecteren. U kunt het hele werkblad ook selecteren door op Ctrl+A te drukken.
De afdrukstand wijzigen
De afdrukstand wijzigen voor alle pagina's na de cursor
In de Nederlandstalige versie van Excel doet Ctrl+T twee dingen: het maakt een officiële Excel-tabel van je gegevens (inclusief opmaak, filters, etc.) als je data geselecteerd is, en het toont of verbergt alle formules in het werkblad, waarbij het wisselt tussen de resultaten en de formules zelf. De 'T' staat hier voor 'Toggle', ofwel schakelen tussen weergaven.
Om een bereik te selecteren, selecteer je een cel en sleep je, terwijl je de linkermuisknop ingedrukt houdt, over de andere cellen . Je kunt ook de Shift-toets + pijltjestoetsen gebruiken om het bereik te selecteren. Om niet-aangrenzende cellen en celbereiken te selecteren, houd je de Ctrl-toets ingedrukt en selecteer je de cellen.
Ctrl+D in Excel voert de inhoud (waarde, opmaak en formule) van de cel erboven door naar de geselecteerde cel(len) eronder, een snellere methode dan kopiëren en plakken, ook wel "Fill Down" genoemd. Dit werkt met tekst, getallen, opmaak (vet, kleur) en relatieve formules, wat tijd bespaart bij het vullen van data in kolommen.
Met celbereik (of cell range) wordt een selectie of een verzameling van cellen in een spreadsheet aangeduid. Deze selectie is doorgaans symmetrisch (vierkant), maar kan evengoed uit een verzameling van losse (niet aan elkaar grenzende) cellen bestaan.
Wanneer u een of meer werkbladen selecteert en vervolgens op Bestand > Afdrukken klikt , ziet u een voorbeeld van hoe de gegevens op de afdruk zullen verschijnen. Selecteer het/de werkblad(en) waarvan u een voorbeeld wilt bekijken. Klik op Bestand en vervolgens op Afdrukken om het voorbeeldvenster en de afdrukopties weer te geven. Sneltoets: U kunt ook op Ctrl+F2 drukken.
Ga naar Start > apparaten en printers. Klik met de rechtermuisknop op de printer en selecteer Eigenschappen van printer. Selecteer het tabblad Apparaatinstellingen om te zien welk papierformaat is geselecteerd. Zorg ervoor dat het papierformaat overeenkomt met het formaat van het papier in de printer.
Standaardinstellingen voor alle afdruktaken instellen: Zoek in Windows naar Printers en klik op Printers en scanners, klik op uw printer en klik vervolgens op Beheer. Klik bij de Printereigenschappen op het tabblad Geavanceerd en klik vervolgens op Standaardinstellingen afdrukken.
Selecteer de cel waarin u het resultaat wilt weergeven. Klik op het tabblad Formules op Meer functies, wijs Statistische aan en selecteer een van de volgende functies: AANTALARG: Cellen tellen die niet leeg zijn. AANTAL: Cellen tellen die getallen bevatten.
Druk op F5 of CTRL+G om het dialoogvenster 'Ga naar' te openen. Klik in de lijst 'Ga naar' op de naam van de cel of het bereik dat u wilt selecteren, of typ de celverwijzing in het vak 'Verwijzing' en druk vervolgens op OK . Typ bijvoorbeeld in het vak 'Verwijzing' B3 om die cel te selecteren, of typ B1:B3 om een bereik van cellen te selecteren.
Druk op Ctrl+Shift+L. Excel voegt een vervolgkeuzelijst AutoFilter toe aan de eerste cel van elke kolom in het bereik. Druk in de tabelkop van de kolom die u wilt filteren op Alt+pijl-omlaag.
In Excel wordt de sneltoets Ctrl + R gebruikt om de geselecteerde cel te vullen met de inhoud van de actieve cellen rechts ervan . In Microsoft Excel en andere spreadsheetprogramma's vult het indrukken van Ctrl+R de cel rechts van de geselecteerde cel met de inhoud van de geselecteerde cel.
U drukt u op CTRL + ALT + DELETE om het vergrendelen van de lokale computer. U ontgrendelt de lokale computer niet actief is na een periode van inactiviteit. U terug naar de Terminal Services-sessie.
Met de functie afdrukbereik geef je het gebied aan dat je wil afdrukken in een werkblad. Deze functie vind je onder het menu Pagina-indeling. Selecteer het bereik dat je wil afdrukken, klik bij Afdrukbereik op “Afdrukbereik bepalen” en druk vervolgens je gegevens af.
Ctrl+K opent het dialoogvenster 'Hyperlink invoegen' voor nieuwe hyperlinks of het dialoogvenster 'Hyperlink bewerken' voor geselecteerde bestaande hyperlinks . Ctrl+L opent het dialoogvenster 'Tabel maken'. Ctrl+N maakt een nieuwe, lege werkmap.
Tik ergens in de draaitabel om het tabblad Draaitabel op het lint weer te geven. Tik op Gegevensbron wijzigen om het deelvenster aan de zijkant van de gegevensbron wijzigen weer te geven. Ga op een van de volgende manieren te werk: Typ de gewenste tabel/het gewenste bereik in het vak Bron .
Ongedaan gemaakte bewerkingen opnieuw uitvoeren
Als u de bewerking die u het laatst ongedaan hebt gemaakt opnieuw wilt uitvoeren, drukt u op CTRL+Y.
Ctrl+A kun je het beste gebruiken als je alle tekst in één keer wilt wijzigen.
Hoe kan ik “Ctrl H” gebruiken om tekst in een document te zoeken en te vervangen? Om “Ctrl H” te gebruiken om tekst in een document te zoeken en te vervangen, selecteer je eerst de tekst die je wilt vervangen. Druk vervolgens op “Ctrl H” om het dialoogvenster “Zoeken en vervangen” te openen.