Fiscale partners die geen inkomen of een laag inkomen hebben, krijgen een deel van de algemene heffingskorting uitbetaald als de partner voldoende belasting verschuldigd is. Dit wordt ook wel de aanrechtsubsidie genoemd. Vanaf 2009 wordt deze regeling afgebouwd.
U betaalt hierdoor minder belasting en premies. Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting.
Hebt u geen of een laag inkomen?Dan betaalt u geen of weinig belasting. Het kan zijn dat het bedrag aan heffingskortingen waarop u recht hebt, hoger is dan de belasting die u moet betalen. U kunt uw heffingskortingen dan niet volledig verrekenen met de belasting die u moet betalen.
Wanneer je een niet werkende partner hebt en deze is geboren vóór 1963 dan heeft je partner recht op de uitbetaling van de algemene heffingskorting als niet werkende partner. Deze bedraagt voor 2024 € 3.068,- voor een partner jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd.
Om te weten hoeveel heffingskorting je krijgt, moet je naar de website van de Belastingdienst gaan. Daar vind je een tabel met informatie over de tarieven die worden toegepast op jouw inkomensniveau.
Vanaf een arbeidsinkomen van meer dan €98.604 heb je helemaal geen recht meer op arbeidskorting. Ook de uitbetaling van de arbeidskorting aan de minstverdienende fiscale partner wordt sinds 1 januari 2019 afgebouwd tot nihil in het jaar 2023.
Het is niet mogelijk om met heffingskortingen lager dan €0 uit te komen. Niet gebruikte heffingskorting kun je niet terugvragen. Bij het bereiken van je AOW-leeftijd veranderen de heffingskortingen en krijg je in elk geval recht op ouderenkorting.
Heeft u niet genoeg inkomen of eigen vermogen om van te leven? Dan heeft u recht op een bijstandsuitkering. U heeft onvoldoende inkomen als uw (gezamenlijke) inkomen lager is dan het sociaal minimum dat voor u geldt: de bijstandsnorm.
Bent u de minstverdienende partner en bent u geboren vóór 1963?Dan betalen we u in 2025 maximaal € 3.068 algemene heffingskorting uit. Tot 2023 werd de algemene heffingskorting ieder jaar lager, behalve als u vóór 1963 bent geboren. Meer daarover lees u bij Afbouw uitbetaling algemene heffingskorting.
Iedereen kan de algemene heffingskorting krijgen. Als u werkt, krijgt u ook de arbeidskorting. Deze korting wordt berekend over het arbeidsinkomen. Ook als u een laag inkomen hebt, zijn heffingskortingen mogelijk.
Met een laag inkomen heeft u mogelijk recht op steun vanuit de Rijksoverheid en uw gemeente. Bijvoorbeeld met toeslagen, (bijzondere) bijstand, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, of een kindpakket (bijvoorbeeld een tegoedbon voor zwemles).
De hoogte van de heffingskorting hangt af van het inkomen. Het maximale bedrag dat een ouder aan IACK kan ontvangen is in 2025 € 2.986 bij een inkomen van € 32.224 (dit was in 2024 € 2.950 bij een inkomen van € 31.837). De IACK wordt per 2027 afgebouwd en niet zoals eerder aangekondigd per 2025.
Uitkeringen tijdelijke werkloosheid
Je wordt tijdelijk werkloos gesteld door je werkgever. Je hebt automatisch recht op een uitkering. De RVA betaalt je een uitkering die gelijk is aan 65% van je loon(begrensd). Als je voor het eerst tijdelijk werkloos wordt, dien je een uitkeringsaanvraag in bij het RVA-kantoor.
Deze heffingskorting is een korting op de belasting. Hierdoor hoef je minder belasting over je loon te betalen. Als je in loondienst bent, houdt je werkgever rekening met de algemene heffingskorting. Deze korting noemen wij de loonheffingskorting.
Uw heffingskortingen vraagt u aan via uw aangifte inkomstenbelasting. Wilt u de korting alvast maandelijks krijgen? Vraag dan een voorlopige aanslag aan. Beide online formulieren vindt u op Mijn Belastingdienst.
Toch zijn veel mensen het niet eens met deze regeling, omdat het niet bepaald stimuleert om te gaan werken. Dit is dan ook de reden dat de aanrechtsubsidie steeds verder wordt afgebouwd; vanaf 2023 stopt de regeling helemaal.
De partnertoeslag is komen te vervallen sinds 1 januari 2015. Als u nu voor het eerst AOW krijgt, ontvangt u geen AOW-toeslag meer voor uw jongere partner. Ook niet als uw partner geen inkomen heeft of niet te veel verdient.
U kunt de uitbetaling van uw voorlopige aanslag voor uw aftrekposten of inkomensafhankelijke combinatiekorting alleen stoppen met terugwerkende kracht per 1 januari 2024. Bij de algemene heffingskorting kan dit per de eerste van elke maand.
Als u AOW ontvangt, houdt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bij het uitbetalen van de AOW al rekening met de loonheffingskorting. Is het pensioen hoger dan de AOW?Dan is het raadzaam dat u de korting laat toepassen op uw pensioen in plaats van op de AOW.
Te veel huisvrouwen
Gedurende het laatste decennium gebeurt dat dan ook stapsgewijs. Nu wordt gemiddeld nog 1.067 euro per jaar uitbetaald aan mensen die recht hebben op de regeling. In 2023 stoppen de uitbetalingen. Tenzij je vóór 1963 bent geboren, dan zal je de uitbetaling blijven ontvangen.
Allebei een bijstandsuitkering
Gaat u samenwonen met iemand die ook bijstand heeft? Dan verandert de hoogte van uw bijstandsuitkering. U krijgt samen met uw partner een uitkering voor samenwonenden.
Onderstaand een overzicht van het vermogen dat de verschillende groepen mogen hebben om nog in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering: Gehuwden/samenwonenden en alleenstaande ouders € 15.150,- Alleenstaanden € 7.575,- Voor.
Heffingskortingen zijn persoonlijke kortingen. Ook als u een fiscale partner hebt, wordt voor ieder van u apart bepaald of u recht hebt op heffingskortingen. Hebt u een laag inkomen en wilt u heffingskortingen laten uitbetalen? Ook dan is het van belang of u een fiscale partner hebt en hoe lang u fiscale partners bent.