Friezen (mannelijk enkelvoud: Fries, vrouwelijk enkelvoud: Friezin of Friese) zijn de inwoners van de Nederlandse provincie Friesland of daaruit afkomstig, die zichzelf in meer of mindere mate beschouwen als onderdeel van een grotere Friestalige gemeenschap.
Friesland [of Fryslân] is een gebied dat wordt bewoond door een Germaanse etnische groep, de Friezen, die oorspronkelijk uit de kustgebieden van Nederland en Noordwest-Duitsland komen.
De Friese talen (Westerlauwers Fries: Frysk; Saterfries: Fräisk; Noord-Fries: Friisk, fresk, freesk, frasch, fräisch, freesch) zijn een groep van drie nauw verwante talen die behoren tot de Noordzeegermaanse tak van de West-Germaanse talen en gesproken worden langs delen van de Nederlandse en Duitse Noordzeekust.
Friesland is een Landkreis in het noorden van de Duitse deelstaat Nedersaksen, gelegen in de streek Oost-Friesland. De Landkreis telt 98.971 inwoners (31 december 2020) op een oppervlakte van 609,54 km².
De overheersende taal in het gebied dat nu Nederland is, was toen nog Fries. Nederlands is dus eigenlijk een importtaal. Migratiestromen uit het zuiden namen de taal mee en drongen het Fries terug richting het noorden.
De West-Friezen beschouwen zichzelf over het algemeen niet als onderdeel van een grotere groep Friezen. Volgens een peiling uit 1970 identificeren zij zich meer met de Nederlanders dan met de Oost- of Noord-Friezen .
Net als de in Duitsland gesproken Noord-Friese dialecten en het Saterfries, stamt het huidige Fries af van het Oudfries. Deze taal vertoonde sterke overeenkomsten met het Oudengels, waarvan sommige nog steeds zijn terug te vinden in het moderne Fries.
Naar huidige inzichten stammen de tegenwoordige Friezen niet af van de Frisii van Tacitus, maar van landverhuizers uit de 5e en 6e eeuw die de kust van Nederland en Duitsland koloniseerden.
Ze hebben een rijke culturele geschiedenis en een aparte taal die overeenkomsten vertoont met zowel het Nederlands als het Engels. Maar een minder bekend feit over de Friezen is hun connectie met de Scandinaviërs. De Friezen en de Scandinaviërs delen een gemeenschappelijke Germaanse afkomst die teruggaat tot de ijzertijd.
De regio Noordfriesland. Noordfriesland ligt aan de westkant van Sleeswijk-Holstein, van de Deense grens tot aan de rivier de Eider. De streek heet zo omdat zich hier in het verleden veel Friezen hebben gevestigd. Hier en daar wordt nog een Fries dialect gesproken.
De Keltische wortels van de wereldtaal Engels, maar ook van het Fries. Het zijn voorbeelden van recente ontdekkingen op het gebied van de Keltische talen en cultuur.
Hoewel het Fries ongeveer 300 jaar na het einde van de Oudfriese periode nauwelijks als geschreven taal werd gebruikt, is er in de moderne tijd een opleving geweest in het West-Friese gebied . De taal wordt nu gebruikt in de scholen en rechtbanken in de provincie Friesland. Er is ook een Friese Academie.
De Friezen waren een Germaans volk in Noord-Nederland: niet alleen in Friesland, maar ook in Groningen en Noord-Holland. Toen de Romeinen na een tijdje bepaalden dat de Rijn voortaan hun grens was, woonden ze ineens buiten het Romeinse Rijk.
Het Fries is echter nog steeds onverstaanbaar voor het Nederlands . Een cloze-test uit 2005 wees uit dat Nederlandse respondenten 31,9% van een West-Friese krant begrepen, 66,4% van een Afrikaanse krant en 97,1% van een Nederlandse krant.
Ja, het Nederlands en het Duits komen voort uit een gemeenschappelijke voorvader, het West-Germaans. Het West-Germaans komt op zijn beurt weer voort uit het Oergermaans. Andere West-Germaanse talen zijn het Engels en het Fries. De laatste twee worden ook wel samengebracht onder de term Noordzeegermaans.
Heel simpel gezegd: een taal is datgene wat men erkent als 'de standaard'. En dialecten zijn op hun beurt regionale variaties op deze standaardtaal. Het verschil tussen taal en dialect kan dus tamelijk willekeurig zijn, maar het Nederlands en het Fries zijn in elk geval vastgelegd als officiële talen.
Jongeren die zeggen dat ze in Friesland (willen) blijven, kiezen bewust voor de omgeving waar vrienden en familie wonen, met rust en ruimte en vaak ook de Friese taal. Dat ze een baan hebben die niet helemaal past nemen ze dan voor lief. Jongeren die er voor kiezen om niet in Friesland te blijven, zijn ambitieuzer.
Hoewel de Friezen traditioneel niet geassocieerd werden met de Vikingcultuur, heeft recent onderzoek uitgewezen dat ze nauwe banden hadden met de Noormannen . Er zijn bewijzen van Vikingnederzettingen en artefacten gevonden in de hele regio.
De meeste Friezen gingen zich echter na de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden als etniciteit onderdeel van de moderne Nederlandse natie voelen.
In grote lijnen gaat het erom dat je een 'echte' Fries bent als de hele zin, in het Fries dus, zonder fouten kan opdreunen. Andere varianten van deze uitspraak zijn: Bûter, brea en brune sûker (bruine suiker) wa't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries.
De term "fries" is afkomstig van het Latijnse "frīsum", wat een band of een horizontale strook betekent. Architectonisch fries: Een deel van het entablement in de klassieke architectuur, gelegen boven de architraaf en onder de kroonlijst. Het kan eenvoudig zijn of versierd met reliëfsculpturen .
Dat was van 1515 tot 1524. In 1581 werd Friesland weer zelfstandig en ging samenwerken in de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden. In 1795 werd Friesland een provincie van de Bataafse Republiek. Vanaf 1815 was het een provincie in het Koninkrijk der Nederlanden.
Het Engels en Fries zijn nauw verwant aan elkaar. Toch is daar tegenwoordig niet zoveel meer van te merken, afgezien van een aantal woorden. Maar het Oudfries en het Oudengels lijken wél veel op elkaar. Bremmer: “Er zijn veel fonologische overeenkomsten tussen het Oudfries en Oudengels.
Koese (slapen), halje-trawalje (haastig, onverwachts) , ferrinnewearje (vernielen), manjefyk (magnifiek). Oefriese woorden zou je zeggen. Mis. Hoewel ze Fries klinken, hebben deze woorden een hele andere oorsprong: het Frans.
Friesland was voor de vorming van Duitsland en Nederland al verdeeld. Tijdens de late middeleeuwen werd de stad Groningen steeds machtiger en vormde samen met de Ommelanden een nieuwe entiteit. Dit betekende dat er een nieuwe regio tussen de twee delen van Friesland ontstond en ze werden vanaf toen apart behandeld.