Bain vond zijn beeldtelegraaf uit in 1843, ongeveer zeven jaar na de uitvinding van de telegraaf door Samuel Morse. Later werd de beeldtelegraaf bekend als de telefacsimile. Hij gebruikte zijn kennis van de elektrische klok om de beweging te synchroniseren van twee slingers, één in de zender en één in de ontvanger.
1956. 23 oktober 1956 markeerde het patenteren van de eerste digitale wekker door DE Protzmann in de Verenigde Staten. Later, in 1970, patenteerden Protzmann en zijn medewerkers ook een ander, geavanceerder digitaal klokontwerp, waarvan gezegd werd dat het minder bewegende onderdelen bevatte.
Maar de mensen wilde de tijd nog veel nauwkeurig weten. Er werd ijverig gewerkt aan een instrument om de tijd te bepalen en zo werd de eerste klok uitgevonden. De Chinezen vonden 5000 jaar geleden de eerst uit. Een stuk koord werd in olie gedompeld en op gelijke afstand werden knoppen gelegd.
De uitvinding van de mechanische klok wordt toegeschreven aan de Fransman Gerbert (later paus Silvester II), die leefde rond de 10e eeuw. Tot aan de Nieuwe Tijd was een klok de ingewikkeldste machine die men kon maken. Op zee is een slingeruurwerk onbruikbaar.
Het allereerste hulpmiddel om de tijd van de dag aan te duiden was de zonnewijzer, uitgevonden door de Oude Egyptenaren en Mesopotamiërs. De oudste zonnewijzers waren obelisken (3500 voor Christus) en schaduw klokken (1500 voor Christus). Deze werden vervaardigd door Egyptische en Babylonische astronomen.
De International Earth Rotation and Reference Systems Service (IERS) meet de tijd op aarde, bekend als Universal Time, door te kijken naar de sterren die voorbij racen terwijl de planeet draait. Ze combineren dit vervolgens met International Atomic Time om een definitief cijfer te krijgen voor Coordinated Universal Time.
Griek bedacht minuten
Zij verdeelden de dag in 24 uur, maar hun zonnewijzers en waterklokken waren niet bijster geschikt voor nauwkeuriger tijdmetingen. Het concept van minuten en seconden werd in 150 n. Chr. bedacht door de Griek Ptolemaeus.
De eerste uitvinding van dit type was het slingeruurwerk, dat in 1656 werd ontworpen en gebouwd door de Nederlandse polymath Christiaan Huygens. De eerste versies hadden een afwijking van minder dan één minuut per dag, en de latere versies slechts 10 seconden, wat voor hun tijd zeer nauwkeurig is.
Zonnewijzers waren het eerste tijdmeetinstrument. De oudst bekende is van rond 1500 voor Christus. Onze tijd, de uren en minuten, werden bedacht door middeleeuwse astronomen. Zij grepen terug op de Babyloniërs, die telden in zestigtallen in de wiskunde en astronomie.
Tijdens de eerste wereldoorlog vond de Duitse regering het slim om in de zomer de klok een uurtje te verzetten. De oorlog was duur en zo konden ze op kolen besparen. De zomertijd werd in 1946 afgeschaft. In 1977 is in Nederland de zomertijd weer ingevoerd omdat er een oliecrisis was.
De eerste opgetekende uitvinding van een klok was de waterklok door de Egyptenaren en Babyloniërs in de veertiende eeuw v.Chr. Ook de Chinezen bouwden rond deze tijd een soortgelijke klok, die kwik in plaats van water gebruikte.
In landelijke dorpjes meestal al om 6.00 uur 's morgens, in de stad eerder om 8.00 uur. Deze traditie is ontstaan in vroeger tijden toen de klokken werden geluid voor het gebed. Bij het luiden van de klokken onderbraken de mensen kort hun activiteiten, deden een gebed en werkten pas daarna verder.
Hoe werd tijd vroeger berekend? Door de zon, de maan en de sterren te bestuderen, bepaalden mensen vroeger welk moment van de dag het was en in welke tijd van het jaar ze leefden. Dat was bijvoorbeeld handig voor de landbouw; om op de juiste tijd te kunnen zaaien en oogsten.
Geschiedenis. Het eerste digitale zakhorloge was de uitvinding van de Oostenrijkse ingenieur Josef Pallweber die in 1883 zijn "jump-hour"-mechanisme creëerde.
Een analoge klok geeft de tijd aan met behulp van wijzers, terwijl een digitale klok hier cijfers voor gebruikt. Bij 8 uur in de ochtend wijst de kleine wijzer van een analoge klok naar de acht en de grote naar de 12. Een digitale klok geeft deze tijd als 08.00 aan.
In de 19e eeuw waren de Britten experts in het maken van klokken, maar de Verenigde Staten waren de plek waar de productie van wandklokken echt begon . Om nauwkeurige apparaten op grotere schaal te maken die nog vele jaren goed zouden presteren, gebruikten ze dezelfde technologie als de Britse klokkenproducent.
De rotatie van de aarde en UT worden gemonitord door de International Earth Rotation and Reference Systems Service (IERS) . De International Astronomical Union is ook betrokken bij het vaststellen van standaarden, maar de uiteindelijke beoordelaar van uitzendstandaarden is de International Telecommunication Union of ITU.
Maar om er nou voor te zorgen dat de dag altijd op precies hetzelfde moment begon bedachten sterrenkundigen iets slims. Ze begonnen met het tellen vanaf middernacht, 0 uur dus, met twaalf uren voor en twaalf uren na het middaguur. Daarom heeft onze klok dus 12 uren. En dat doen we dus nog steeds, overal ter wereld.
De wintertijd is de echte tijd, die loopt van de laatste zondag van oktober tot en met de laatste zondag van maart. Zomertijd is de tijd die gedurende de lente, zomer en vroege herfst wordt aangehouden door de klok een uur vooruit te zetten; d.w.z. de klok een uur voor te laten lopen op de wintertijd (de echte tijd).
Uitvinder van de mechanische klok
Wie heeft nou de mechanische klok uitgevonden? Dat was de Fransman Gerbert, ook wel bekend als paus Silvester II. Deze man vond de mechanische klok uit rond de tiende eeuw. De mechanische klok was op dat moment de meest ingewikkeldste machine die je toen kon maken.
De Schots-Canadese ingenieur Sandford Fleming promootte het idee om de wereldwijde tijd te verenigen door één klok te volgen. Als resultaat van het promoten van zijn studies en zijn onderzoek op conferenties, werd zijn wereldwijde tijdwaarnemingssysteem officieel aangenomen door diplomaten op de conferentie van 1884.
De Duitser Peter Henlein uit Neurenberg maakte tussen 1504 en 1508 de eerste draagbare klok met een veermechanisme. Het kostte Henlein tien jaar om het te ontwikkelen. De doorbraak kwam met Henleins uitvinding van de balansveer. Zijn klokken kunnen worden gezien als de eerste horloges.
Wie heeft deze tijdsindelingen bepaald? DE VERDELING van het uur in 60 minuten en van de minuut in 60 seconden komt van de Babyloniërs die een sexagesimaal (tellen in 60) systeem gebruikten voor wiskunde en astronomie . Ze leidden hun getallensysteem af van de Sumeriërs die het al in 3500 v.Chr. gebruikten.
In één minuut tijd draait de aarde 15 boogminuten om haar as. Voor tijdstudies zal soms de centiminuut voorkomen. Deze tijdseenheid duidt 1/100 van een minuut aan en staat dus gelijk aan 0,6 seconden. Een minuut telt zestig seconden en een uur zestig minuten.
De dag-en-nacht (νυχθήμερον) werd waarschijnlijk voor het eerst in 24 uur verdeeld door Hipparchus van Nicea. De Griekse astronoom Andronicus van Cyrrhus hield toezicht op de bouw van een horologion genaamd de Toren van de Winden in Athene in de eerste eeuw v.Chr.