Je krijgt in één keer een PET-scan en een CT-scan. Op een PET-scan kan de arts de kankercellen onderscheiden van de gezonde cellen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Met een PET-CT-scan is daarom goed te zien waar in het lichaam de kankercellen precies zitten.
De CT-scan maakt de beelden van de PET-scan duidelijker. De computer projecteert de resultaten van de CT-scan over de resultaten van de PET-scan. Hierdoor is beter te zien waar de radioactieve stof in de organen is opgenomen. Kanker- en ontstekingscellen hebben vaak een hoge stofwisseling.
Een CT-scan geeft een arts een compleet overzicht van bijvoorbeeld het gehele boven- en onderlichaam. Een MRI daarentegen laat meestal maar een beperkter deel van het lichaam zien, bijvoorbeeld alleen de onderbuik en toont organen meer op detailniveau.
Met een MRI-scan kan de arts de mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.
Een CT-scan is nauwkeuriger dan een echo. Op een CT-scan kan de arts zien of er een wekedelentumor in je lichaam zit. Als de tumor doorgegroeid is in andere weefsels of in het bot, is dat ook te zien op de CT-scan. Soms kan de arts ook op de scan zien of de tumor goedaardig of kwaadaardig is.
Een PET-CT scan wordt vooral gemaakt bij kanker, hart-, vaat- en neurologische problemen en infectieziekten. Zo wordt het onderzoek gebruikt voor het ontdekken van eventueel blijvend letsel bij hart- en vaatziekten en om bepaalde tumoren en uitzaaiingen te vinden.
De CT-scan maakt gebruik van röntgenstraling om de dwarsdoorsneden te creëren, terwijl de MRI-scan hiervoor een sterk magnetisch veld en radiogolven gebruikt. Bij zowel de MRI- als de CT-scan kan er gebruik worden gemaakt van contrastmiddel. Het contrastmiddel van de MRI-scan verschilt met die van de CT- scan.
Je krijgt in één keer een PET-scan en een CT-scan. Op een PET-scan kan de arts de kankercellen onderscheiden van de gezonde cellen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Met een PET-CT-scan is daarom goed te zien waar in het lichaam de kankercellen precies zitten.
Een MRI kan aantonen of er een tumor is en aanwijzingen geven over of deze goedaardig of kwaadaardig is . Radiologen, de artsen die deze scans lezen, letten op bepaalde tekenen. Goedaardige tumoren hebben bijvoorbeeld vaak gladde, goed gedefinieerde randen, terwijl kwaadaardige tumoren er gekarteld of onregelmatig uit kunnen zien.
De CT-scan heeft de hoogste sensitiviteit en specificiteit van alle niet invasieve beeldvormende modaliteiten. Nadeel van de CT-scan is de stralenbelasting en daarmee ook een verhoogde kans op maligniteiten (Stoker et al., 2009).
“Je kunt interne organen bekijken zoals longen, lever, hart of hersenen.Maar ook botstructuren, breuklijnen, prothesemateriaal en gewrichten zijngoed zichtbaar. Bovendien kun je met een scan bekijken waar een bepaalde afwijking in een orgaan zich bevindt.
Met de vooruitgang in technologie is de eerste beeldvormende test die uw arts zal bestellen meestal een CT-scan van de hersenen. Dit wordt meestal gedaan met injectie van een röntgencontrast (kleurstof), hoewel een CT-scan die zelfs zonder röntgencontrast wordt gedaan ook voldoende is als eerste beeldvormende test.
MRI-beelden zijn daarom zeer gedetailleerd in het vertonen van de verschillende weefsels, maar een nadeel is dat het bot zelf niet zichtbaar is (wel het beenmerg), omdat het bot bijna geen water bevat. Met de MRI kan de aard van het weefsel nader worden onderzocht met behulp van spectroscopie.
Je krijgt een PET-scan als de arts op de longfoto of CT-scan een longafwijking heeft gezien . Of als er om andere redenen een vermoeden van longkanker is. Longkanker kan zich verspreiden naar de andere long, naar de lymfeklieren en/of in andere organen. Op een PET-scan is goed te zien of de kanker zich heeft verspreid.
In de totale groep bedroeg de gemiddelde cumulatieve stralingsdosis per persoon 3,43±2,86 mSv bij röntgenfoto's, 7,66±6,09 mSv bij conventionele CT, 18,35±13,52 mSv bij CT of PET/CT en 10,71±10,05 mSv bij PET.
Tijdens de MRI-scan worden voortdurend magneten aangetrokken en afgestoten waardoor de patiënt constant een hard, bonkend geluid hoort. Dat geluid is volstrekt normaal en ongevaarlijk, maar kan de patiënt extra angst inboezemen.
MRI helpt artsen problemen te vinden, waaronder kanker. Het kan tumoren vinden die wel of geen kanker zijn en is erg goed in het vinden en lokaliseren van bepaalde soorten kanker. Artsen kunnen soms aan de hand van de MRI-beelden zien of een tumor kanker is of niet .
MRI is een zeer veilige procedure. Zoals hierboven vermeld, maakt MRI geen gebruik van röntgenstralen. In theorie kunt u veel MRI-onderzoeken ondergaan zonder cumulatieve effecten .
Beeldvorming wordt niet alleen gebruikt voor lokale stadiëring, maar ook om onderscheid te maken tussen goedaardige en kwaadaardige laesies . MRI is de voorkeursbeeldvormingsmethode voor de evaluatie van wekedelenmassa's in de klinische praktijk.
Bij een negatieve PET-scan kunnen bepaalde kankergezwellen gemist worden, zoals: bronchioalveolaire carcinomen (een vorm van longkanker)carcinoïde tumoren (tumoren die groeien uit neuro-endocriene cellen)laaggradige lymfomen .
Een CT-scan wordt gebruikt om te zien waar de tumor precies zit, hoe groot deze is en of er nog meer afwijkingen zijn. Zo kun je op een CT-scan ook eventuele uitzaaiingen naar de lever en bijnieren zien, net als vergrote lymfeklieren.
Het PET-CT-onderzoek is niet pijnlijk. afhankelijk van het te onderzoeken lichaamsdeel. Inclusief voorbereidingstijd kan dit variëren tussen 75 en 120 minuten. op de dag van dit onderzoek en die plaatshebben na de PET-scan, neemt u dan contact op met de afdeling Nucleaire Geneeskunde.
Wat kun je niet zien op een MRI-scan? Een MRI-scan laat niet zien hoe de organen werken, daarvoor is bloedonderzoek nodig. Ook klachten die ontstaan in een bepaalde houding of situatie kun je met een MRI niet beoordelen.
In kliertjes met uitzaaiingen vindt die stapeling niet plaats, waardoor het MRI-signaal sterk blijft. Hierdoor kunnen we de verdachte lymfeklieren onderscheiden van normale lymfeklieren. Met de combinatie van dit contrastmiddel en de krachtige scanner kunnen we uitzaaiingen opsporen van maar één millimeter groot.
Sommige van onze partnerscancentra beschikken over extremiteitenscanners. Dit zijn kleinere apparaten waarin alleen de onderarm en de hand worden geplaatst die worden gescand .