In Nederland begint het bevolkingsonderzoek naar darmkanker, waarbij een coloscopie (kijkonderzoek) een vervolgstap kan zijn, vanaf 55 jaar tot 75 jaar RIVM. Deelname is elke 2 jaar, waarbij ontlasting wordt getest op onzichtbaar bloed RIVM. Bij verhoogd risico (familiegeschiedenis) kan dit onderzoek vanaf 40-45 jaar nodig zijn Richtlijnendatabase. Richtlijnendatabase +4
Er is geen bovengrens voor de leeftijd waarop je je kunt laten screenen op darmkanker . De meeste medische organisaties in de Verenigde Staten zijn het er echter over eens dat de voordelen van screening na je 75e voor de meeste mensen afnemen en dat er weinig bewijs is om screening na je 85e voort te zetten. Bespreek darmkankerscreening met je zorgverlener.
Iedereen van 55 tot en met 75 jaar krijgt 1 keer per 2 jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek darmkanker. Je doet zelf thuis een poeptest (ontlastingstest) en die stuur je naar het lab.
Vaak ontstaan deze poliepen al op jonge leeftijd, vanaf 10 jaar. Deze poliepen zijn eerst goedaardig. Helaas verandert dit na ongeveer het 40ste levensjaar. Uiteindelijk krijgen bijna alle mensen met FAP uiteindelijk darmkanker.
In Nederland krijgen steeds meer mensen onder de 50 jaar darmkanker. Uit onderzoek van Marloes Elferink van IKNL en collega's blijkt dat dit aantal de afgelopen decennia is gestegen en naar verwachting verder zal toenemen. Toch blijft darmkanker op jonge leeftijd zeldzaam.
Combinatie van factoren
Westerse leefstijl zoals rood vlees, weinig groente en fruit, weinig beweging en overgewicht, lijken belangrijke factoren te zijn bij het ontstaan van darmkanker op jonge leeftijd, maar blijken niet de enige factoren.
De 7 signalen van darmkanker zijn: bloed/slijm bij de ontlasting, een veranderend ontlastingspatroon (verstopping/diarree), buikpijn/kramp, minder eetlust, onverklaarbaar gewichtsverlies, aanhoudende vermoeidheid, en loze aandrang (het gevoel dat je moet poepen, maar er komt niets). Het is belangrijk om bij aanhoudende klachten langer dan twee weken naar de huisarts te gaan.
Het Bevolkingsonderzoek Dikkedarmkanker is beperkt tot mannen en vrouwen van 50 tot en met 74 jaar. Dit betekent dat je uitgenodigd wordt vanaf het jaar waarin je 50 jaar wordt tot en met het jaar waarin je 74 jaar wordt.
Dikke darmpoliepen en dikke darmkanker
Meestal ontstaan ze tussen 10- en 30-jarige leeftijd. Poliepen geven meestal geen klachten. Sommige mensen hebben wel klachten, zoals buikpijn, diarree of bloed en slijm bij de ontlasting.
Het voorstadium van darmkanker wordt meestal gevormd door poliepen, woekeringen van slijmvliescellen die zich in de darmwand ontwikkelen; deze kunnen zich ontwikkelen tot kanker, maar worden vaak verwijderd tijdens een kijkonderzoek (coloscopie) om dit te voorkomen, en symptomen zoals bloed bij ontlasting, een veranderd ontlastingspatroon, buikpijn en onverklaarbaar gewichtsverlies zijn belangrijke alarmsignalen om een arts te raadplegen.
Controle coloscopie niet meer altijd nodig. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat periodieke controle van de dikke darm (coloscopie surveillance) voor patiënten bij wie één of meerdere darmpoliepen verwijderd zijn niet altijd meer noodzakelijk is, of niet meer in dezelfde frequentie noodzakelijk is.
en een stoelgangtest om zelf een staal van je stoelgang te nemen. De stoelgangtest is een test die bloed in je stoelgang opspoort dat met het blote oog niet te zien is. Bloed in je stoelgang kan wijzen op poliepen of dikkedarmkanker.
Darmkanker komt vooral voor bij personen boven de 50 jaar en de gemiddelde leeftijd is ongeveer 70 jaar. Jaarlijks wordt bij meer dan 15.000 personen in Nederland de diagnose darmkanker gesteld.
De meest voorkomende complicatie is een bloeding: na het wegnemen van weefsel of het verwijderen van een poliep kan een beperkte bloeding optreden. Die kan vrijwel altijd tijdens het onderzoek meteen worden gestopt.
Darmkanker komt vooral voor bij mensen van 55 tot 75 jaar. Daarom krijgt u vanaf uw 55e elke 2 jaar een uitnodiging per post om mee te doen aan het darmonderzoek.
Een ontlastingstest kan mogelijk een goed alternatief zijn voor een controle colonoscopie na het verwijderen van poliepen. Dit blijkt uit de resultaten van een studie van het Nederlands Kanker Instituut, het onderzoeksinstituut van het Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam UMC en Maastricht UMC.
De eerste symptomen van darmkanker zijn vaak subtiel, zoals een verandering in je stoelgang (constipatie, diarree, of afwisseling), bloed of slijm bij de ontlasting, onverklaarbaar gewichtsverlies, buikpijn of krampen, en aanhoudende vermoeidheid door bloedarmoede. Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben, dus het is belangrijk om bij aanhoudende signalen een huisarts te raadplegen.
Hoe groter de poliep is, hoe groter de kans dat deze kwaadaardig kan worden. De schatting is dat de ontwikkeling van een poliep tot darmkanker zo'n 10-15 jaar kan duren. Als gedurende deze periode het nog goedaardige gezwel (de darmpoliep) wordt weggehaald, wordt het ontstaan van darmkanker uit deze poliep voorkomen.
De klachten zijn afhankelijk van de plek in de dikke darm waar de tumor zit:
De 7 signalen van darmkanker zijn: bloed/slijm bij de ontlasting, een veranderend ontlastingspatroon (verstopping/diarree), buikpijn/kramp, minder eetlust, onverklaarbaar gewichtsverlies, aanhoudende vermoeidheid, en loze aandrang (het gevoel dat je moet poepen, maar er komt niets). Het is belangrijk om bij aanhoudende klachten langer dan twee weken naar de huisarts te gaan.
Het onderzoek
Bij een colonoscopie onderzoekt de arts de binnenkant van de dikke darm en soms het laatste stuk van de dunne darm. Dit gebeurt met een endoscoop. Dat is een dunne slang met aan het uiteinde een camera en een lamp. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten.
U wordt niet uitgenodigd: als uw stoelgang de voorbije twee jaar al werd onderzocht. als u de voorbije tien jaar een kijkonderzoek (volledige coloscopie) van de dikke darm onderging. als u de voorbije vier jaar een virtuele coloscopie van de dikke darm hebt gehad.
Ontlasting bij darmkanker kan er anders uitzien door bloed (rood of zwart), slijm, of veranderingen in vorm en frequentie, zoals dunne poep, afwisselend diarree/verstopping, of loze aandrang. Belangrijk zijn ook onverklaarbaar gewichtsverlies, vermoeidheid, en aanhoudende buikpijn. Een verandering die niet overgaat, is een alarmsignaal om naar de huisarts te gaan.
Het voorstadium van darmkanker wordt meestal gevormd door poliepen, woekeringen van slijmvliescellen die zich in de darmwand ontwikkelen; deze kunnen zich ontwikkelen tot kanker, maar worden vaak verwijderd tijdens een kijkonderzoek (coloscopie) om dit te voorkomen, en symptomen zoals bloed bij ontlasting, een veranderd ontlastingspatroon, buikpijn en onverklaarbaar gewichtsverlies zijn belangrijke alarmsignalen om een arts te raadplegen.
Veelvoorkomende darmklachten zijn buikpijn, een opgeblazen gevoel, winderigheid, diarree, obstipatie (verstopping) en veranderingen in de ontlasting, zoals bloed of slijm. Andere symptomen kunnen misselijkheid, vermoeidheid, verminderde eetlust, koorts en krampen zijn, die kunnen duiden op onderliggende problemen zoals Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) of infecties, en het is belangrijk om bij aanhoudende klachten een arts te raadplegen.