De zenuwcellen (neuronen) hebben lange uitlopers, de axonen, soms wel een meter lang. Ze hebben ook korte uitlopers, de dendrieten. Om de zenuwcellen zitten steuncellen (gliacellen). De zenuwcellen, hun uitlopers en steuncellen vormen met elkaar een netwerk, dat zorgt voor een snelle geleiding van prikkels.
Alles wat je ervaart binnen en buiten je lijf noemen we prikkels. Je zintuigen vangen prikkels op en sturen deze door naar je hersenen. Je hersenen 'vertellen' je vervolgens wat voor prikkel het is en hoe je erop moet reageren.
Prikkels vanuit het milieu vangt het lichaam op met de zintuigen. De belangrijkste zintuigen zijn de neus, ogen, oren, tong, en huid. In deze zintuigen zitten zintuigcellen die gevoelig zijn voor een specifieke prikkel.
Een inwendige prikkel wordt door je lichaam gestuurd om het interne milieu in balans te houden, zoals honger en plasdrang. Een uitwendige prikkel komt vanuit de omgeving en wordt door zintuigen waargenomen, zoals temperatuur en geluid. Prikkels kunnen sterk of zwak zijn. Denk bijvoorbeeld aan de sterke geur van mest.
Zintuig = orgaan dat reageert op prikkels uit de omgeving.
De sensorische prikkels kunnen van twee soorten zijn: de speciale zintuigen zijn het zicht, gehoor, reuk, smaak en vestibulaire functie (evenwichtsgevoel en ruimtelijke oriëntatie, vooral belangrijk als je op twee benen wilt lopen), en de algemene zintuigen zijn tastzin, pijn, temperatuur, druk, trillingen en proprioceptie (het gevoel van ...
De verschillende soorten cellen hebben ieder een eigen taak in ons lichaam, bijvoorbeeld: Zenuwcellen: de zenuwcellen geleiden elektrische impulsen. Kraakbeencellen: deze cellen zorgen voor flexibiliteit en stevigheid in het kraakbeen. Botcellen: de botcellen zorgen voor stevigheid.
Belangrijke celtypen van het centrale zenuwstelsel zijn neuronen, gliacellen (astrocyten, oligodendrocyten, ependymale cellen en microglia), plexus choroïdeuscellen en cellen die verband houden met bloedvaten en bloedvatenomhulsels.
In gezonde hersenen bevinden zich grote hoeveelheden dopamine in de basale ganglia, een hersengebied dat belangrijk is voor beweging. Dit hersengebied zorgt er onder andere voor dat bepaalde bewegingen makkelijker gedaan worden, of ongewenste bewegingen juist onderdrukt kunnen worden.
De hele dag ontvangen uw hersenen prikkels vanuit de omgeving, uw lichaam of uw gedachten. Dit zijn verschillende prikkels, die op verschillende manieren binnen komen; Ze komen vanuit de omgeving en worden gesignaleerd door uw zintuigen.
Wat is een reactie op interne stimuli? Een reactie op interne stimuli is wanneer iemand manieren zoekt om een bepaald type waargenomen behoefte te bevredigen . De interne stimulus laat iemand weten dat hij iets nodig heeft, en evalueert vervolgens manieren om die behoefte te bevredigen.
De receptoren in die zintuigen zijn receptorcellen die gevoelig zijn voor een specifieke prikkel. Zo is de neus een zintuig waarin receptorcellen liggen die specifiek gevoelig zijn voor geuren. We kunnen heel wat geurstoffen opvangen, zoals de geur van bloemen, of het aroma van koffie.
Welke behandelingen zijn er? Er zijn nog nauwelijks vastgestelde behandelingen voor overprikkeling. Behandeling kan zich wel bijvoorbeeld richten op: goede uitleg over prikkels, prikkelverwerking, hersenletsel aan de persoon met hersenletsel en de naasten, zodat ook uitleg naar de omgeving makkelijker wordt.
Schade in een deel van de thalamus kan leiden tot gevoelsstoornissen(sensibiliteitsstoornissen) en pijn in de tegenovergestelde lichaamshelft. Beschadigingen hier kunnen ook bewegingsstoornissen (motorische stoornissen) zoals bewegingsarmoede geven.
Zenuwweefsel bevat twee belangrijke celtypen, neuronen en gliacellen . Neuronen zijn verantwoordelijk voor communicatie via elektrische signalen. Gliacellen zijn ondersteunende cellen, die neuronenfunctie mogelijk maken. Hoewel de vorm van neuronen varieert, zijn neuronen gepolariseerde cellen, gebaseerd op de stroom van elektrische signalen langs hun membraan.
Oligodendrocyten maken myeline aan om de verbinding tussen zenuwcellen te beschermen. Ze zijn alleen aanwezig in het centrale zenuwstelsel. Schwanncellen maken ook myeline aan om de verbinding tussen zenuwcellen te beschermen alleen is dit type glia cel alleen aanwezig in het perifere zenuwstelsel.
Gliacellen helpen de neuronen van het centrale en perifere zenuwstelsel te ondersteunen, verbinden en beschermen . Ze komen in vele vormen, maten en typen voor, die elk gespecialiseerde functies uitvoeren. In het CZS reguleren gliacellen de neurotransmissie en helpen ze de bloed-hersenbarrière te vormen.
T-cellen herkennen vreemde cellen, zoals kankercellen, met hun 'voelsprieten', de T-celreceptoren. Deze receptoren controleren of cellen er normaal uitzien. Als de receptor een kankercel herkent, maakt de T-cel stoffen aan om de kankercel te doden.
Afhankelijk van hun locatie en functie kunnen menselijke cellen worden onderverdeeld in stamcellen, botcellen, bloedcellen, spiercellen, vetcellen, huidcellen, zenuwcellen, epitheelcellen, geslachtscellen en kankercellen .
Witte bloedcellen - ook wel leukocyten genoemd - zitten veel in je bloed en lymfeweefsel, maar zijn ook in de rest van het lichaam aanwezig. Ze beschermen je lichaam tegen lichaamsvreemde, schadelijke stoffen zoals virussen, bacteriën, schimmels, parasieten en gisten.
Je zintuigen sturen die prikkels die ze opvangen via zenuwbanen naar je hersenen. Je hersenen 'vertellen' je vervolgens wat voor prikkel het is en hoe je erop moet reageren. Dat gebeurt via hersenprikkels zoals gedachten, emoties en taal die je ervaart als je zintuig-prikkels verwerkt.
Kenmerken van hoogsensitief zijn
Je merkt veel prikkels op, die sterk binnenkomen en die je diepgaand verwerkt. Je bent hierdoor gevoelig voor fysieke sensaties, zoals licht, geluid, smaak en geur. Maar ook voor emotionele prikkels, zoals sfeer en emoties van anderen.
Zintuiglijke signalen die afkomstig zijn uit de omgeving worden via de zintuigen doorgegeven en eerst geregistreerd door de desbetreffende receptoren van de zintuigen, met name de centrale fotoreceptoren (staafjes en kegeltjes) in het netvlies van het oog voor het zicht, de centrale mechanoreceptoren (haarcellen) in de cochlea van het oor voor ...