Enkele voorbeelden van bomen die goed tegen zowel een droge als een natte grond kan zijn de Vederesdoorn (Acer negundo). de Zilveresdoorn (Acer saccharinum), de Witte els (Alnus incana), de Valse Christusdoorn (Gleditsia triacanthos) en de Plataan (Platanus x hispanica).
Planten die goed tegen natte voeten kunnen zijn Caltha, Carex, Lythrum, Lysimachia, Miscanthus, Myrica, Salix en Typha. Ook bepaalde irissen zijn goed bestand tegen natte voeten zoals de Iris setosa. Bekijk hiervoor al onze oeverplanten.
Bij heel natte grond zou ik zeker knotwilgen overwegen.
De magnolia reageert gevoelig op een te droge of een te natte bodem. Droogte heeft het gevolg dat de bladeren geel verkleuren en niet meer groeien.
Deze bomen hebben weinig verzorging nodig maar langdurige droogte doet de amberboom geen goed, geef in dat geval minstens één keer per week flink water. De boom kan beter tegen natte grond.
Deze ‘droogtewinnaars’ zijn de netelboom, de honingboom, de ginkgo, de eik, de Kentucky-koffieboom en de goudenregenboom – en ze zijn niet allemaal inheems.
Alle soorten zijn bomen in verharding. Zowel de dakvorm, hoogstam, leivorm, meerstammig, struikvorm en de beveerde boom zijn hiervoor geschikt.
Nog een boom die goed tegen droogte kan is de palmboom. Dat de palmboom goed tegen droogte kan, verbaast je vast niet. Deze bomen kom je namelijk tegen in alle warme Europese landen en daar zie je hoe mooi ze bloeien, ondanks droogte.
Boor gaten in de grond met een grondboor en vul deze met een pvc buis met schelpen of grind. Zo zakt regenwater sneller naar diepere lagen. Wrik met een spitvork uw bodem los zodat regenwater sneller wegzakt. Bij ernstige regenval en grote plassen water wegpompen met dompelpomp.
De Prunus lusitanica 'Angustifolia' heeft goede eigenschappen voor tuinen. Hij is winterhard en blijft altijd groen. Ook verdraagt hij veel. Bovendien kan de Prunus lusitanica 'Angustifolia' ook goed tegen natte grond.
De boom mag niet hoger zijn dan de schutting of scheidsmuur. Als de schutting 2 meter hoog is, mag de boom ook maximaal 2 meter hoog zijn. Er zijn geen regels voor de maximale hoogte van de boom.
Natuurlijke groeiplaats als uitgangspunt
De plaats waar je boom moet komen (zijn 'standplaats'), komt het best zo goed mogelijk overeen met zijn natuurlijke groeiplaats. De wilde mispel gedijt bijvoorbeeld goed op een redelijk arme, wat kalkhoudende bodem. De boom kan ook wat schaduw verdragen.
De beste hittebestendige bomen voor uw landschap
Esdoorns, eiken en jeneverbessen worden geprezen om hun algehele temperatuurtolerantie (in beide richtingen).
De walnoot of okkernoot is gevoelig voor luchtgebrek bij de wortels, zorg er dus voor dat de boom niet te diep geplant word of plant op een kleine terp. Ook naderhand de grond om de boom ophogen kan de noot niet verdragen. Luchtgebrek zorgt voor een slechte groei en snel vergelend blad.
Van alle fruitbomen verdragen peren- en kweepeerbomen het beste een nattere bodem. Is jouw bodem te vochtig, plant fruitbomen dan op heuveltjes en leg afvoergeulen aan. Hoog de plaats waar jouw bomen komen op met goede grond of verrijk arme grond met compost.
De bladeren van de Amberboom lijken veel op die van de esdoorn.Het verschil is echter dat deze bladeren vrij stug en dieper handvormig ingesneden zijn. De bladeren staan op lange donkerrode stelen. De randen van de bladeren zijn lichtjes gezaagd en hebben fijne haartjes in de hoeken van de bladnerven.