Drie duidelijke tekenen dat een baby ademhalingsproblemen heeft of benauwd is, zijn:
Verschijnselen
Er zijn veel soorten ademhalingsproblemen die pasgeborenen kunnen treffen, zoals voorbijgaande tachypneu bij pasgeborenen, neonataal respiratoir distresssyndroom (RDS), bronchopulmonale dysplasie (BPD), meconiumaspiratiesyndroom, persisterende pulmonale hypertensie bij pasgeborenen, longontsteking en apneu.
Alarmsignalen bij een baby zijn onder meer moeilijke ademhaling (piepen, neusvleugelen), veranderde huidskleur (grauw, blauw), sufheid/moeilijk wekbaar, niet willen drinken/eten (uitdroging), projectielbraken, koorts (zeker onder 3 mnd), stuipen en rode puntbloedinkjes (niet weg te drukken), die direct medische aandacht vereisen en een reden zijn om de huisarts of spoedzorg te bellen.
Een pasgeborene ademt normaal gesproken rond de 40 keer per minuut. Een te vroeg geboren kindje ademt sneller en heeft een normale ademhalingsfrequentie rond de 50 ademhalingsteugen per minuut. De ademhalingsfrequentie kan sterk wisselen.
Als je kind echt benauwd is, merk je dat aan heel andere zaken', legt hij uit. 'Namelijk als je kind heel snel ademt of hard moet werken om adem te halen. Dan zie je bijvoorbeeld zijn borstkas sterk op en neer gaan, of zijn neusvleugels hard heen en weer bewegen bij het ademen.
Ademhalingsproblemen kunnen op verschillende manieren ontstaan. Zo kan een aandoening, zoals astma of COPD, de achterliggende oorzaak zijn. Veelvoorkomend is een luchtweginfectie. Andere oorzaken zijn stress (hyperventilatie of chronische stress) of een allergie.
Symptomen van zuurstoftekort
Probeer uw kindje niet met twee handen onder de oksels op te pakken, hierbij kan het kindje gemakkelijk overstrekken. U kunt het kindje beter oppakken door één hand op de buik van de baby te leggen en het kindje op die hand te draaien. Doe dit niet te snel, zodat uw baby niet wordt overvallen.
Vaak omschrijven zwangeren het gevoel van de eerste bewegingen als belletjes, bubbeltjes of kleine plopjes in je buik. Of: zoals je darmen, maar dan toch anders. Heb je je baby eenmaal gevoeld, dan herken je de bewegingen. Als je langer zwanger bent, ga je je baby steeds vaker voelen.
Bij milde symptomen heeft de baby mogelijk alleen extra zuurstof nodig. Dit wordt meestal toegediend via een couveuse, een klein masker over de neus of het gezicht, of via slangetjes in de neus. Bij ernstigere symptomen wordt de baby aangesloten op een beademingsapparaat (ventilator) om de ademhaling te ondersteunen of over te nemen.
Een benauwd kind gaat sneller ademhalen, hulpademhalingsspieren gebruiken en de neusvleugels opvallend spreiden tijdens de inademing in een poging meer zuurstof binnen te krijgen (neusvleugelen). Inademen en/ of uitademen wordt hoorbaar. Ook andere geluiden kunnen opvallen, zoals een zeehonden blafhoest en piepen.
Als uw kind een van de volgende aandoeningen heeft:
Een scherp, raspend ademgeluid (stridor) is constant aanwezig (zelfs als ze niet overstuur zijn). Lijkt uitgedroogd (ingevallen ogen, slaperig of heeft al 12 uur niet geplast of een natte luier). Te kortademig om te praten/eten of drinken. Wordt bleek, krijgt vlekken en voelt abnormaal koud aan.
Baby's en kinderen jonger dan twee jaar kunnen het na een paar dagen zo benauwd krijgen dat zij hun neusvleugels wijd open sperren. Dit heet neusvleugelen. Vaak gaat dit gepaard met slecht eten en drinken. Soms ademt je kind piepend of zagend.
Bij een aanval van benauwdheid (of: kortademigheid, wat in de praktijk meestal hetzelfde is) luidt het advies: probeer langer uit te ademen. Dit gaat niet vanzelf, je moet het heel bewust doen. Je zet je bewuste ademsysteem aan het werk, totdat de benauwdheid voorbij is. Dan kun je weer gewoon automatisch ademen.
De bewegingen van de borstkas en de buik verlopen vaak tegengesteld in plaats van tegelijkertijd. Dit wordt een paradoxale ademhaling genoemd. Deze baby's baby's hebben vaak een brede platte borstkas. Dit wordt een klokvormige borstkas genoemd.
Waarom baby wakker wegleggen? Wat is het voordeel van een baby wakker wegleggen? De belangrijkste reden is dat je kind leert dat het veilig is om zelfstandig in slaap te vallen. Daarnaast is een geldige reden natuurlijk ook dat het je veel minder tijd kost en jullie beiden sneller kunnen (uit)rusten.
Als mensen het over groeispurtjes hebben, noemen ze vaak ook de 3-6-9-regel. Die regel houdt in dat groeispurtjes meestal plaatsvinden na 3, 6 en 9 weken, en opnieuw na 3, 6 en 9 maanden . Dit zijn goede richtlijnen, hoewel ze per baby kunnen verschillen.
De moeilijkste periode met een baby is vaak het eerste jaar, met name de eerste twee tot vier maanden vanwege slaapgebrek, intense vermoeidheid, onzekerheid, veel huilen (piek rond 6-8 weken) en de aanpassing aan het nieuwe leven (het 'vierde trimester'), maar ook de verschillende 'sprongen' (zoals Sprong 4 rond 4 maanden) kunnen zwaar zijn door ontwikkelingspieken.
Kinderen kunnen allerlei symptomen krijgen als gevolg van het hersenletsel, bijvoorbeeld verminderde eetlust, overgeven, moeite met ademhalen of slikken, verminderd bewustzijn of zelfs een coma, epileptische aanvallen, verlaagde spierspanning of slapheid.
Bleke of blauwachtige huidskleur - Controleer de lippen, ogen, handen en voeten, met name de nagelriemen. Versnelde ademhaling - Tel het aantal ademhalingen gedurende 1 minuut.
Het 'gouden uur' (golden hour) is het eerste uur na de bevalling, een cruciale periode voor hechting tussen moeder en baby, gekenmerkt door ononderbroken huid-op-huidcontact. Huid-op-huidcontact bevordert binding, helpt baby's stabiliseren (ademhaling, temperatuur, suiker), stimuleert borstvoeding en de productie van oxytocine, en minimaliseert stressvolle prikkels. Hoewel idealiter ongestoord, worden noodzakelijke controles uitgevoerd, en als het uur verstoord is, kan het later hersteld worden met extra huid-op-huidmomenten.
De eerste signalen van een benauwdheid zijn over het algemeen: hoesten, piepen, snel ademen en een snelle hartslag. Verder gaat het eten en drinken vaak moeizaam en is uw kind humeurig of wil niet spelen. Vaak kunt u ook aan de houding van uw kind zien dat er sprake is van benauwdheid.
U krijgt moeilijk lucht, vooral bij inspanning of praten. U ademt sneller of oppervlakkiger, dat gebeurt ook bij spanning. U voelt druk op de borst, dit voelt zwaar of beklemmend. U hoort een piepend geluid bij het ademen, vooral bij uitademen.
Ook ontstoken tandvlees of kaakbot kan een slechte adem geven. Sommige medicijnen en ziekten, zoals diabetes, kunnen dit ook veroorzaken. Als je erg ziek bent, weinig eet of drinkt, of je mond niet goed kunt verzorgen, is de kans op een slechte adem groter.