De drie belangrijkste sociale milieus (vaak aangeduid als opvoedingsmilieus) die de ontwikkeling van een individu vormen, zijn:
De vier belangrijkste opvoedingsstijlen zijn autoritair, toegeeflijk (permissief), democratisch (autoritatief) en verwaarlozend (onbetrokken), die verschillen in mate van controle (regels/grenzen) en warmte (steun/responsiviteit). Autoritaire ouders zijn streng maar onwarm, toegeeflijke ouders zijn warm maar geven te veel vrijheid, democratische ouders combineren regels met warmte, en verwaarlozende ouders zijn onbetrokken en stellen weinig eisen.
De 14 voorwaarden voor optimale ontwikkeling
In de basisschoolperiode ontwikkelt een kind zich tot een sociaal wezen dat op een fijne en evenwichtige manier met zichzelf en anderen leert omgaan. De sociaal-emotionele ontwikkeling draait om zelfbewustzijn, een positief zelfbeeld en het aangaan van relaties.
Tertiair opvoedingsmilieu is ontstaan na het verbod op kinderarbeid (begin 20ste eeuw) en nadat men zag dat jongeren op een ongezonde manier die vrije tijd besteedden. Het doel was jongeren zelfdiscipline en verantwoordelijkheid bijbrengen als voorbereiding op het volwassen leven volgens de traditionele rollen.
We kunnen primaire, secundaire en tertiaire socialisatie onderscheiden.
Je moet je kind niet zeggen dat het "stom", "raar" of "een loser" is, want dat labelt het kind zelf, niet het gedrag. Vermijd bedreigingen zoals "wacht maar tot je vader/moeder thuiskomt" en vergelijkingen met broers/zussen of anderen, omdat dit jaloezie en onzekerheid kan veroorzaken. Zeg ook niet zomaar "goed gedaan" of "ik ben trots op je" zonder toelichting, en vermijd "laat maar, ik doe het wel", omdat dit de zelfredzaamheid ondermijnt.
Er zijn verschillende modellen voor de 5 fasen van emotionele ontwikkeling, maar een veelgebruikte indeling is die gebaseerd op Dosen: Adaptatiefase, eerste socialisatiefase, eerste individuatiefase, identificatiefase, en Realiteitsbewustwording, die de basis leggen voor zelfstandigheid, hechting en sociale vaardigheden bij kinderen, met specifieke leeftijdsgrenzen en begeleidingsstijlen.
de 7 HiRO-waarden
Sociaal-emotioneel leren (SEL) is het ontwikkelings- proces waarmee leerlingen fundamentele levensvaardig- heden verwerven. Het gaat om vaardigheden waarmee we onszelf, onze vriendschappen en ons leven effectief en moreel verantwoord kunnen vormgeven.
Het zwaarste is achter de rug.
Rond de leeftijd van 1 jaar heb je de meest intense periode achter de rug – volgens de meeste ouders dan. Nog steeds is je kind klein, schattig en knuffelig, maar de nachtvoedingen zijn in de meeste gevallen verleden tijd.
De vier pedagogische basisdoelen zijn: 1. Emotionele veiligheid bieden, 2. Persoonlijke competenties bevorderen, 3. Sociale competenties bevorderen, en 4. Normen en waarden overdragen. Deze doelen vormen de basis voor pedagogisch handelen in kinderopvang en onderwijs, gericht op het opgroeien van kinderen tot zelfstandige en sociaal vaardige individuen.
Deze regeling is een 2 dagen/2 dagen/5 dagen/5 dagen-versie van een gelijkmatig verdeelde huisvesting = verblijfs-co-ouderschap. Zij beperkt de scheiding tussen het kind en elk van de ouders tot maximum vijf dagen. Dit wordt doorgaans goed verdragen door kinderen van 5 jaar of ouder.
Wat is koala-opvoeding eigenlijk? Denk aan een babykoala die zich stevig vastklampt aan z'n moeder. Dat beeld zegt alles. Koala-ouders zijn warm, betrokken, reageren snel op hun kind en kiezen voor veel lichamelijk contact – zoals huid-op-huid, samen slapen en eindeloos dragen in een draagzak.
De Gordonmethode gaat er van uit dat zowel ouders als kinderen belangrijk zijn. Er wordt gewerkt aan het opbouwen en onderhouden van een goede relatie door open, duidelijk, respectvol en invoelend met elkaar te communiceren.
Ouders gebruiken soms verschillende opvoedingsstijlen. Dit is ook afhankelijk van de situatie en de omgeving. Toch hebben veel ouders één opvoedingsstijl die ze het meest toepassen. Van de vier opvoedingsstijlen is de autoritatieve opvoedingsstijl het beste voor het kind.
Onze vijf leerprincipes
Regels voor feedback
Lesgeven is meer dan alleen voor de klas staan. Een goede docent is communicatief vaardig, flexibel, pedagogisch sterk, enthousiast en bereid om te blijven leren. Door deze eigenschappen te ontwikkelen, maak je niet alleen impact op het leerproces, maar ook op de toekomst van je leerlingen.
Golemans theorie over emotionele intelligentie omvat vijf kerncomponenten: empathie, effectieve communicatie of sociale vaardigheden, zelfbewustzijn, zelfregulatie en motivatie .
Daarom maken we gebruik van verschillende begeleidingsstijlen, waarvan de belangrijkste vier bekend staan als instrueren, overtuigen, participeren en delegeren. Deze vormen van begeleiding in de zorg zijn taakgericht of relatiegericht.
Sociale vaardigheden: voorbeelden en tips
Je mag je kind geen naam geven die bespottelijk, beledigend, aanstootgevend is, te veel uit losse namen bestaat, of een bestaande achternaam is (tenzij het ook een gewone voornaam is, zoals 'Roos'). Voorbeelden van geweigerde namen zijn 'Urine', 'Dienaar van God', 'Maastricht', 'Tsjakkalotte', 'Frans Rolls Royce', 'Nutella' en 'Facebook'.
Een toxische moeder herken je aan manipulatief gedrag, zoals schuldgevoelens opwekken, constante kritiek leveren waardoor je je nooit goed genoeg voelt, en het niet respecteren van jouw grenzen, behoeften en identiteit. Ze legt de focus op haar eigen behoeften, toont weinig empathie, kan niet tegen tegenspraak en gebruikt liefde vaak als middel tot controle, waardoor je onzeker wordt en moeite hebt om jezelf te zijn.
Laat weten dat het je spijt en zeg dat je je best zal doen om dat in het vervolg minder te doen. Vermijd het woord 'maar' – geef toe, je wordt ook gek van die constante 'maar' als je iets vraagt aan je kind(eren) ;-). Je wekt er de indruk mee dat je excuses niet echt gemeend zijn. Erken ook het gevoel van je kind.