In de Nederlandse taal worden 'wie', 'wat, 'welk(e)', 'wiens' en 'wat voor (een)' tot de vragende voornaamwoorden gerekend.
What, which, who, whom en whose zijn de vijf vragende voornaamwoorden in de Engelse taal.
FAQ – vragend voornaamwoord
In de Nederlandse taal worden 'wie', 'wat, 'welk(e)', 'wiens' en 'wat voor (een)' tot de vragende voornaamwoorden gerekend. Hoe herken je een vragend voornaamwoord? Je kind kan een vragend voornaamwoord herkennen aan de zin.
Bezittelijke voornaamwoorden zijn woorden als mijn, jouw, zijn, haar en ons, die een relatie van bezit of herkomst uitdrukken tussen een persoon of zaak en een zelfstandig naamwoord: mijn auto, haar vader. Bezittelijke voornaamwoorden kunnen bijvoeglijk en zelfstandig worden gebruikt.
Spreek je over iemand die je niet kent? Dan kan je die/hen/hun of die/die/diens gebruiken. Een non-binair persoon is geen man of vrouw. Daarom voelt die/hen/hun vaak beter voor hen.
onbepaald voornaamwoord (indefiniet pronomen): iemand, niemand, iets, niets, alle, iedereen.
Vragende voornaamwoorden zijn gerelateerd aan persoon (personen) . Hier enkele van hen "wie", "van wie". Vragende bijwoorden zijn gerelateerd aan plaatsen (zoals - waar), tijd (zoals - wanneer) en manieren (zoals - hoe).
Bijvoeglijke vragende voornaamwoorden
Het woord welk en zijn verbogen vorm welke worden als bijvoeglijk vragend voornaamwoord gebruikt: Welk boek is dat? Welke kinderen lezen het?
De persoonlijk voornaamwoorden in voorwerpsvorm zijn de volgende; mij, me, jou, je, u, hem, haar, het, ons, jullie, u, hun, hen, ze.
Een vragend woord of vraagwoord is een functiewoord dat wordt gebruikt om een vraag te stellen, zoals wat, wanneer, waar, wie, welke, wie, wiens, waarom, of en hoe . Ze worden soms wh-woorden genoemd, omdat de meeste in het Engels beginnen met wh-.
Een vertelzin is een zin waarin je iets vertelt. Een vraagzin is een zin waarin je iets vraagt. Aan het eind van een vertelzin staat een punt. Aan het eind van een vraagzin staat een vraagteken.
Als iemand zich geen man of vrouw voelt, spreken we van non-binair. Non-binaire personen voelen zich een beetje jongen/man en meisje/vrouw, of juist geen van beiden. Of zij voelen zich soms jongen/man en soms meisje/vrouw. Dit heet genderfluïde.
Diens betekent van oudsher 'van hem, van die man'. Het is een vrij formeel woord. Het gewone woord om naar een mannelijke persoon te verwijzen, is zijn.
In het Engels verwijst de term gender-neutral pronouns meestal naar voornaamwoorden van de derde persoon (they/ them), aangezien er geen geslachtsgebonden voornaamwoorden in de eerste of tweede persoon zijn. Soms wordt sie gebruikt als alternatief voor he/she.
Hoofdtelwoorden geven een aantal of nummer; bepaalde hoofdtelwoorden zijn getallen als vijf, miljoen, drieëntwintig. Ook beide is een bepaald hoofdtelwoord; het duidt altijd een tweetal aan. Onbepaalde hoofdtelwoorden zijn veel en weinig en hun trappen van vergelijking (veel - meer - meest en weinig - minder - minst).
Het rijtje ik, jij, hij, zij
Dat zijn de persoonlijke voornaamwoorden die het onderwerp van de zin zijn. Daarom worden ze ook wel de onderwerpsvorm genoemd. De bekendste van dit rijtje zijn 'ik', 'jij', 'hij' en 'zij'.
De bepaalde relatieve voornaamwoorden zijn who, which en that. Whom is de objectieve gevalsvorm van who; whose is de bezittelijke vorm . Bepaalde relatieve voornaamwoorden zijn onderdeel van adjectief relatieve bijzinnen.
Ezelsbruggetje: jouw of jou
Als je het kunt vervangen door het persoonlijk voornaamwoord “hem”, is het “jou”. Als je het kunt vervangen door het bezittelijk naamwoord “zijn”, is het “jouw”.
In de spreektaal en ook wel in de informele schrijftaal (tweets, appjes), wordt me vaak gebruikt als bezittelijk voornaamwoord: me moeder. De gereduceerde vorm van mijn is echter m'n, niet me. Met m'n moeder is dus niets mis.
We gebruiken het bezittelijk voornaamwoord haar om naar vrouwelijke woorden te verwijzen (de regering en haar standpunt) en het bezittelijk voornaamwoord zijn om naar mannelijke en onzijdige woorden te verwijzen (de koning en zijn besluit, het comité en zijn rapport).