De "4 F's" van PTSS (Posttraumatische Stressstoornis) en trauma-respons zijn instinctieve overlevingsmechanismen die het zenuwstelsel activeert bij (dreigend) gevaar. Ze staan bekend als Fight, Flight, Freeze en Fawn: Boom uitgevers +2
Over het algemeen worden de symptomen van PTSS onderverdeeld in vier categorieën: intrusieve herinneringen, vermijdingsgedrag, negatieve veranderingen in denken en stemming, en veranderingen in fysieke en emotionele reacties . De symptomen kunnen in de loop van de tijd variëren of van persoon tot persoon verschillen.
Er zijn twee typen PTSS: Type 1, waarbij het gaat om een eenmalige, niet voorziene gebeurtenis, zoals een ongeluk. Type 2, waar er herhaaldelijk sprake is van vervelende gebeurtenissen gedurende een langere periode, bijvoorbeeld pesten.
De Fight, flight or freeze-reactie komt voor als er iets totaal onverwachts gebeurt, bij plotselinge dreiging of gevaar. In een fractie van een seconde neemt je lichaam het van je over en heb je geen controle over je reactie. De een sprint weg, de ander gaat er gelijk op af, en weer een ander verstijft.
Pete Walkers boek "Complex Trauma: From Surviving to Thriving" onderzoekt de vier F's van complex trauma – vechten, vluchten, bevriezen en zich onderwerpen – om overlevenden te helpen hun copingmechanismen en reacties te begrijpen en te beginnen met het ondernemen van acties die hen beter van dienst kunnen zijn in hun leven en relaties.
Luister naar elkaar: Laat je naaste of partner vertellen en accepteer zijn of haar verhaal als de waarheid. Iemand met PTSS heeft vaak last van schuldgevoelens. Door onvoorwaardelijk te accepteren wat hij of zij zegt, help je je naaste.
De vier typen traumareacties
Elk type traumareactie – vechten, vluchten, bevriezen en zich onderwerpen – heeft eigen kenmerken.
Naast de gebruikelijke reacties zoals vechten, vluchten, bevriezen en zich onderwerpen , zijn er nog een paar andere reacties waar je misschien niet bekend mee bent. Schrik, verstijven en flauwvallen zijn enkele van de minder bekende traumareacties waarover deskundigen op dit gebied theorieën ontwikkelen.
De fawn response wijst op een weerloze reactie, die je hebt ontwikkeld in een tijd van stress. Je gaat niet vechten, je gaat niet vluchten en je gaat niet bevriezen. Nee, je ondergaat het, zogenaamd gewillig. Zogenaamd weerloos.
Technieken voor zelfregulatie. Het oefenen van technieken die de nervus vagus stimuleren, kan het lichaam uit een bevriezingsreactie halen: Bewust diep ademhalen (activeert het parasympathische zenuwstelsel) De Valsalva-manoeuvre (uitademen tegen een gesloten luchtweg om de bloeddruk te reguleren)
Hoe gaat het verder bij posttraumatische stressstoornis (PTSS)? Met behandeling herstellen veel mensen. Maar soms kan PTSS een levenslange impact hebben op je leven. Je kan je soms beter voelen en dan weer slechter als je iets tegenkomt dat je herinnert aan wat je hebt meegemaakt.
Type 1-trauma betreft eenmalige traumatische gebeurtenissen die doorgaans levensbedreigend zijn (bijvoorbeeld een verkeersongeval), terwijl type 2-trauma zich over een langere periode uitstrekt (bijvoorbeeld huiselijk geweld).
Leven met PTSS kan een uitdaging zijn , maar er zijn strategieën die kunnen helpen bij het beheersen van de symptomen en het verbeteren van de levenskwaliteit: Zoek professionele hulp: Aarzel niet om contact op te nemen met een professional in de geestelijke gezondheidszorg.
Trauma Type II, ook wel chronisch of complex trauma genoemd, verwijst naar de ervaring van langdurige of herhaalde blootstelling aan traumatische gebeurtenissen, meestal in interpersoonlijke contexten zoals mishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld.
Herbeleven
Dit is wanneer iemand onvrijwillig en levendig de traumatische gebeurtenis herbeleeft in de vorm van: flashbacks , nachtmerries , herhalende en verontrustende beelden of gewaarwordingen , fysieke gewaarwordingen, zoals pijn, zweten, misselijkheid of trillen .
Psychologen zijn hoogopgeleide en gekwalificeerde professionals, bekwaam in het diagnosticeren en behandelen van diverse psychische problemen, waaronder PTSS . Een psycholoog kan u helpen de factoren die bijdragen aan uw problemen te identificeren en aan te pakken.
Traumareacties omvatten zes verschillende reacties van het zenuwstelsel - vechten, vluchten, bevriezen, terugdeinzen, sussen en flauwvallen - die automatisch worden geactiveerd bij waargenomen bedreigingen. Inzicht in deze patronen maakt effectievere traumatherapie en zelfcompassie in het genezingsproces mogelijk.
De drie meest voorkomende classificaties van trauma zijn acuut trauma (één gebeurtenis), chronisch trauma (herhaalde langdurige stress) en complex trauma (meerdere, gevarieerde, vaak interpersoonlijke gebeurtenissen), met complex trauma dat vaak voortkomt uit jeugdverwaarlozing, misbruik, of langdurige blootstelling aan geweld, resulterend in zwaardere, langdurigere klachten.
Mensen willen graag geloven dat als een verkrachting hen zou overkomen, dat ze vechten, vluchten of zich hevig verzetten. De realiteit bewijst het tegendeel. Veel slachtoffers verstijven van angst tijdens een verkrachting en doen niets. Dit wordt ook wel de 'freeze reactie' genoemd.
Een trigger is een prikkel of een situatie die een sterke emotionele reactie veroorzaakt bij iemand met een trauma. Het kan iets zijn dat een direct verband heeft met het trauma, zoals een geluid, geur of beeld, maar het kan ook een indirecte associatie zijn die de herinneringen aan het trauma oproept.
Trauma kan ook lichamelijke symptomen veroorzaken. Zo kan je een versnelde hartslag en ademhaling krijgen, waardoor je je opgejaagd voelt, zelfs zonder duidelijke reden. Daarnaast kan je last hebben van: flashbacks/nachtmerries.
Emotionele gevolgen: heel overweldigende emoties voelen, geen of weinig emoties voelen, somberheid of depressieve gevoelens hebben, gevoelens van wanhoop en hopeloosheid, angst en paniek ervaren, schaamte- en schuldgevoelens, mensen wantrouwen, onverschillig zijn, boosheid en woede ervaren en prikkelbaar zijn.
Wat maakt PTSS erger? Lang wachten met behandelen is de voornaamste reden voor toename van de PTSS klachten. Hoe langer je wacht, hoe erger de klachten worden. Een slechte leefstijl, waaronder ongezonde voeding, alcohol- of drugsgebruik, is een risicofactor voor toenemende klachten.
Trauma symptomen omvatten vaak herbelevingen (nachtmerries, flashbacks), vermijding, overmatige waakzaamheid (schrikachtig, gespannen), stemmings- en gedragsveranderingen (boosheid, somberheid, prikkelbaarheid) en lichamelijke klachten (vermoeidheid, hartkloppingen), die kunnen leiden tot problemen met concentratie, sociale contacten en dagelijkse functioneren. Deze klachten komen voort uit een heftige gebeurtenis die het brein niet goed heeft kunnen verwerken en kunnen variëren van direct na het trauma tot jaren later, en zowel bij volwassenen als kinderen voorkomen, aldus Thuisarts en PsyQ.
Sinds 2001 zijn sertraline en paroxetine de enige voor PTSS geregistreerde medicijnen. In de praktijk worden echter verschillende andere farmaceutische middelen off-label toegepast. Er blijkt sprake van een afname in het aantal patiënten dat medicatie voor PTSS ontvangt.