Op 28 juni 1914 werd de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, de prins Frans Ferdinand, doodgeschoten in Sarajevo, Bosnië en Herzegovina. De dader heette Gavrilo Princip en was een aanhanger van een Servische nationalistische beweging. Deze gebeurtenis wordt als aanleiding van de Eerste Wereldoorlog gezien.
Het wilde Duitsland als bescherming tegen het communisme, een “Balance of Powers” in Europa, en was voor terugbetaling van de kredieten aan de Verenigde Staten aangewezen op de herstelbetalingen door Duitsland.
Op 6 april 1917 raakten de Amerikanen bij de oorlog betrokken. In 1915 bracht een Duitse onderzeeër het Amerikaanse passagiersschip Lusitania tot zinken. Bijna 1200 opvarenden kwamen om het leven. Dit leidde bijna tot een oorlogsverklaring van de Verenigde Staten.
Tijdens de 19e en 20e eeuw werd Europa een broeinest van militarisme. Competitie tussen landen leidde tot een wapenwedloop, waarbij elk land probeerde een groter en sterker leger te hebben dan zijn buren. Dit leidde uiteindelijk tot de Eerste Wereldoorlog, een verwoestende oorlog die miljoenen mensen het leven kostte.
Militarisme
Groot-Brittannië en Duitsland hebben in deze periode hun marines flink uitgebreid. Bovendien begon het militaire establishment in Duitsland en Rusland een grotere invloed te krijgen op het overheidsbeleid . Deze toename van het militarisme hielp de betrokken landen in oorlog te duwen.
Het nationalisme heeft een erg grote rol gespeeld in de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog, zowel direct als indirect. De directe oorzaak was de moord op aartshertog Frans-Ferdinand.Deze moord werd gepleegd vanuit nationalistische opvattingen.
Nadat de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije Frans Ferdinand en zijn vrouw gravin Sophie Chotek op zondag 28 juni 1914 in Sarajevo waren doodgeschoten door de Bosnisch-Servische nationalist Gavrilo Princip, stelde keizer Frans Jozef van Oostenrijk-Hongarije, met steun van zijn bondgenoot het Duitse Keizerrijk, voor het ...
De Eerste Wereldoorlog is de eerste grote oorlog waar wereldwijd miljoenen soldaten en burgers bij betrokken raken. In dit conflict staan de 'centralen' (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk) tegenover de 'geallieerden' (Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland).
De Nederlandse krijgsmacht was te zwak om een van die mogendheden in een conflict te kunnen weerstaan. Daarom hechtte Nederland sterk aan neutraliteit en aan het internationaal recht, om de status quo te behouden. In die jaren bezat Nederland nog zijn koloniën, waaronder Suriname en het uitgestrekte Nederlands-Indië.
Het grootste deel van de verantwoordelijkheid ligt bij de Duitse regering. De Duitse heersers maakten een Balkanoorlog mogelijk door Oostenrijk-Hongarije aan te sporen Servië binnen te vallen , goed begrijpend dat zo'n conflict zou kunnen escaleren. Zonder Duitse steun is het onwaarschijnlijk dat Oostenrijk-Hongarije zo drastisch zou hebben gehandeld.
Wilhelm II zou de geschiedenis ingaan als de laatste Duitse keizer (Kaiser) en koning van Pruisen van 15 juni 1888 tot 9 november 1918.
Militarisme en wapenwedloop
Om dit te kunnen bereiken werd in 1898 de eerste vlootwet aangenomen, deze wet zorgde ervoor dat er meer oorlogsschepen gebouwd werden. Engeland, dat van oudsher de sterkste vloot had, voelde zich bedreigd en ging daarom ook de oorlogsvloot uitbreiden.
Duitsland had volgens de overwinnaars de Alleinschuld aan de oorlog. Het werd veroordeeld tot het betalen van torenhoge herstelbetalingen en raakte een zevende deel van het Duitse grondgebied kwijt. Het vredesverdrag van Versailles van 1919 werd in Duitsland als zeer onrechtvaardig ervaren.
Op 28 juni 1914 werd de Oostenrijkse troonopvolger aartshertog Franz-Ferdinand samen met zijn vrouw in de Bosnische hoofdstad Sarajevo vermoord. De moord werd gepleegd door de Bosnisch-Servische student Gavrilo Princip.
Directe aanleiding voor de Tweede Wereldoorlog
Aanval van de SMS Schleswig-Holstein op het Poolse schiereiland Westerplatte. De directe aanleiding voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa was de invasie van Polen door nazi-Duitsland, op 1 september 1939.
Op 28 juni 1914 wordt de Oostenrijkse troonopvolger aartshertog Franz-Ferdinand in de Bosnische hoofdstad Sarajevo vermoord door een Servische nationalist. Na een ultimatum verklaart Oostenrijk Servië de oorlog.
Toen na de moord op Frans Ferdinand van Oostenrijk de Eerste Wereldoorlog uitbrak, bleef Italië echter neutraal. Groot-Brittannië en Frankrijk hadden graag Italië als bondgenoot, en zeiden dat Italië veel gebied kreeg als het met hen meedeed. Dat gaf de doorslag.
Duitsland en Japan zijn al verenigd in het anti-komminternpact (het anti-communistisch verdrag). Japan bemoeit zich niet met het Europese front. Als de Italianen in 1943 het regime van Mussolini omverwerpen en zich aansluiten bij de geallieerden, komt het Duitse leger in Italië tegenover de geallieerden te staan.
Het Verdrag van Versailles, dat na de Eerste Wereldoorlog werd ondertekend, bevatte Artikel 231, algemeen bekend als de ‘oorlogsschuldclausule’, die alle schuld voor het uitbreken van de oorlog bij Duitsland en zijn bondgenoten legde.
De Tweede Wereldoorlog begon in 1939 en duurde tot 1945. Het was een van de meest verwoestende en dodelijke oorlogen in de geschiedenis, met miljoenen slachtoffers. De oorlog werd gekenmerkt door belangrijke gebeurtenissen als de Holocaust, de Slag om Stalingrad en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.
Na de Eerste Wereldoorlog moest Duitsland herstelbetalingen doen aan Frankrijk en België. Men moest ongeveer 269 miljard goudmark (de toenmalige Duitse munteenheid) betalen.
Nationalisme droeg bij aan WOI door concurrentie en spanningen tussen landen te creëren, omdat elk land zijn onafhankelijkheid en macht wilde laten gelden . Dit leidde tot een complex web van allianties en rivaliteiten die bijdroegen aan het uitbreken van de oorlog.
Een natie is in beginsel een gemeenschap van mensen die zich verbonden voelen door gedeelde kenmerken. Het begrip is niet slechts academisch, maar heeft ook een sterke politieke lading en kent dan ook vele definities. Criteria kunnen objectief zijn zoals verwantschap, cultuur, taal of religie.
Militarisme is zowel een grote invloed van het leger op de burgerlijke samenleving als een voorliefde voor militair vertoon, verheerlijking van alles wat met het leger (en oorlog) te maken heeft.