Een typische cautie in Nederland is "U hoeft niet te antwoorden, maar..." of "U bent niet tot antwoorden verplicht, maar..." (steeds gevolgd door de eerste vraag van de opsporingsambtenaar).
Vóór het verhoor moet betrokkene erop gewezen worden dat hij dit zwijgrecht heeft. Dit is de zogenaamde cautie. Dit zwijgrecht moet overigens heel letterlijk worden opgevat: betrokkene heeft het recht om te zwijgen, maar niet om leugens te vertellen.
Wat is een cautie? Mededeling aan de verdachte dat hij het recht heeft om te zwijgen.
In art. 29, lid 2 Sv is de cautieplicht vastgelegd. Deze verplichting behelst dat de verhorend ambtenaar de verdachte bij aanvang van het verhoor moet mededelen dat die niet verplicht is op vragen te antwoorden. In lid 3 is vastgelegd dat de cautie in het proces-verbaal van het verhoor wordt opgenomen.
Belang van de cautie
Zonder deze waarschuwing zou een verdachte mogelijk onbewust verklaringen afleggen die tegen hem kunnen worden gebruikt in een strafrechtelijke procedure. Het niet geven van de cautie kan leiden tot de uitsluiting van verklaringen die tijdens het verhoor zijn afgelegd.
Vooropgesteld moet worden dat cautie alleen verplicht is als iemand wordt gehoord. Bij fraude met een benadelingsbedrag van € 340,- of minder is horen niet verplicht. Er bestaat geen zwijgrecht voor zover de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering nog niet is vastgesteld.
In Nederland heeft elke verdachte het recht te zwijgen op vragen van de politie, het OM of een rechter, tijdens verhoor (art. 29 Wetboek van Strafvordering) of het onderzoek ter terechtzitting (art. 273 lid 2 Wetboek van Strafvordering).
Een verdachte hoeft niet aan zijn of haar eigen veroordeling mee te werken. Om die reden heeft een verdachte een zwijgrecht. Tijdens een verhoor zal de verdachte te horen te krijgen dat hij of zij niet tot antwoorden verplicht is. Hiermee krijgt de verdachte de zogenaamde cautie.
Het nemo tenetur-beginsel niemand mag worden gedwongen aan zijn eigen veroordeling mee te werken is een belangrijk strafprocesrechtelijk beginsel. Het ligt ten grondslag aan Nederlandse strafvorderlijke bepalingen zoals het zwijgrecht van art. 29 Sv.
Als u door de politie wordt aangehouden, wordt aan u verteld waarvan u wordt verdacht en u gewezen op uw rechten. Aan u wordt medegedeeld dat u niet tot antwoorden verplicht bent. Dit is de cautie. Er wordt een folder met uw rechten uitgereikt en u mag contact opnemen met een advocaat.
De cautie is een wettelijke waarschuwing die door de politie moet worden gegeven aan een verdachte voordat er vragen worden gesteld over het strafbare feit waarvan hij of zij wordt verdacht. De cautie is bedoeld om de verdachte te informeren over zijn of haar recht om te zwijgen.
U heeft het recht om te weten van welk strafbaar feit u wordt verdacht. U hoeft de vragen niet te beantwoorden (zwijgrecht).
Artikel 27a
1 De verdachte wordt ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit gevraagd naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats.
Het zwijgrecht is wettelijk geregeld in artikel 29 lid 1 Sv. "In alle gevallen waarin iemand als verdachte wordt gehoord, onthoudt de verhoorende rechter of ambtenaar zich van alles wat de strekking heeft eene verklaring te verkrijgen, waarvan niet gezegd kan worden dat zij in vrijheid is afgelegd.
Het betalen van een bedrag om de in beslag genomen auto op te heffen om in vrijheid stelling van de bestuurder te verkrijgen.
Wanneer u wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit buiten heterdaad, dan zal u worden aangehouden door een opsporingsambtenaar op bevel van de officier van justitie. Er moet bij deze verdenking echter wel sprake zijn van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
De grondslag voor de eis van beschikkingsbevoegdheid is de zogeheten 'nemo plus'-regel, ofwel het aloude beginsel dat niemand meer rechten kan overdragen dan hij zelf heeft.
Staat in de wet dat iets niet mag en je doet het toch, dan mag de rechter je straffen.Ten tweede mag de rechter je alleen straffen voor iets dat in de wet staat. Anders gezegd, de rechter mag niet zelf bedenken wat strafbaar is.
Tallon-criterium. Het oordeel dat verdachte niet door een opsporingsambtenaar of andere persoon is gebracht tot het begaan van het strafbare feit, waarbij het hof de omstandigheid heeft betrokken dat geen sprake was van direct contact tussen verdachte en die opsporingsambtenaar of andere persoon, is niet onjuist.
De cautie is de mededeling aan een verdachte dat hij het recht heeft om te zwijgen.
Zitting strafzaak
Als de rechter voldoende weet over uw zaak, geeft hij het woord aan de officier van justitie. Deze zegt nu op zijn beurt wat hij van de zaak vindt. Dat heet het requisitoir. Het requisitoir eindigt met de eis van de officier van justitie.
Het verbod op zelfincriminatie (lees het verbod verplicht te worden zichzelf te beschuldigen) houdt in dat niemand ertoe kan worden gedwongen tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis afte leggen. Het beginsel ligt vervat in de kern van het recht op een eerlijk proces zoals omschreven in art. 6 van het EVRM.
Hoewel liegen op zichzelf geen strafbaar feit is, kan het gebruik van valse informatie wel juridische consequenties hebben. Deze kunnen worden ingedeeld in strafrechtelijke en civielrechtelijke gevolgen.
Tegenwoordig heerst er enige verwarring over wat men nou wel of niet mag zeggen tegen een agent. Een agent is een ambtenaar in functie en in beginsel is het strafbaar om deze te beledigen. Burgers mogen elkaar overigens ook niet beledigen, maar voor het beledigen van een agent geldt een hogere straf.
De Britse Miranda-rechten worden de 'Police Caution' genoemd . Nadat een verdachte is gearresteerd, moet hem of haar de politiewaarschuwing worden voorgelezen, die als volgt luidt: "U hoeft niets te zeggen. Maar het kan uw verdediging schaden als u bij verhoor iets niet noemt waarop u zich later in de rechtbank beroept.