Het meest opvallend was de Engelse Magna Carta van 1215, een contract tussen de vorst en de (welgestelde) burgers die een 'parlamentium' (praathuis) vormden. Veel later kwamen de Bill of Rights (1689) en de erkenning van ieder persoon voor de wet in de Engelse habeas corpus (1679).
Burgerrechten en politieke rechten
Integriteitsrechten (bescherming van de persoon en van zijn of haar privacy, huis en familieleven, martelverbod); Vrijheidsrechten (vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en levensovertuiging, van vereniging).
Klassieke grondrechten: de burgerlijke en politieke rechten. Dit zijn onder andere het kiesrecht, vrijheid van meningsuiting, recht op privacy, godsdienstvrijheid en het discriminatieverbod. Sociale grondrechten: de economische, sociale en culturele rechten.
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) is opgesteld door de Commissie voor Mensenrechten van de Verenigde Naties. Vooral Eleanor Roosevelt (1884-1962), de weduwe van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, heeft de verklaring gepromoot.
Een factor achter de ontwikkeling van mensenrechten is het streven naar vrijheid in de zin van emancipatie voor groepen als burgers, werknemers, vrouwen en tot slaaf gemaakten. Er is ook het streven naar vastlegging in wetten, zoals in internationale wetten tegen wreedheden zoals slavernij, marteling en gevangenschap.
Theorieën over mensenrechten worden onderzocht, waaronder morele theorie, sociale rechtvaardigheidstheorie en gestructureerde theorie . Burgerlijke en politieke rechten, evenals sociale, economische en culturele rechten worden gedefinieerd.
Op 29 maart 1814 keurde een 'Grote Vergadering representerende de Verenigde Nederlanden ' het door een commissie ontworpen Grondwet goed. Deze ontwerp-Grondwet was gemaakt door een commissie onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp.
In totaal staan er 30 rechten beschreven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een document dat in 1948 door de Verenigde Naties werd ondertekend.
De Volkenbond, voorloper van de Verenigde Naties, schreef in 1924 in Genève het eerste officiële kinderrechtendocument: de Verklaring van de Rechten van het Kind. Deze verklaring benoemde onder meer het recht op voedsel en gezondheidszorg en het recht op bescherming tegen uitbuiting.
Artikel 28 geeft burgers het recht op rechtssystemen en organisaties, nationaal en internationaal, waardoor mensenrechten ook daadwerkelijk worden beschermd. Binnen staten zelf, maar ook door samenwerking tussen staten wereldwijd.
Mensenrechten omvatten het recht op leven en vrijheid, vrijheid van slavernij en marteling, vrijheid van mening en expressie, het recht op werk en onderwijs , en nog veel meer. Iedereen heeft recht op deze rechten, zonder discriminatie.
Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
Het Eerste Amendement wordt algemeen beschouwd als het belangrijkste onderdeel van de Bill of Rights. Het beschermt de fundamentele rechten van het geweten, de vrijheid om verschillende ideeën te geloven en te uiten, op verschillende manieren.
De mens bezit het recht op leven, vrijheid en veiligheid, het recht op eigendom en vrije meningsuiting: ieder individu heeft universele rechten. Deze onvervreemdbare rechten mogen alleen worden ingeperkt als de nationale of openbare orde in gevaar is (zoals in geval van oorlog of burgeroorlog).
De oudste nog geldende grondwet ter wereld is die van de Verenigde Staten uit 1789. De strijd om de tweede plaats wordt nipt door Nederland gewonnen; we waren er in 1814 zo'n anderhalve maand eerder bij dan de Noren.
De Staatsregeling voor het Bataafsche Volk van 1 mei 1798 is te beschouwen als de eerste Grondwet van Nederland. Voor het eerst was er sprake van een eenheidsstaat, van burgerrechten en -plichten, en van een gekozen volksvertegenwoordiging.
In 1848 ondertekent Willem II een Grondwet die zijn koninklijke macht sterk inperkt. Minder macht voor de koning en meer macht voor kabinet en parlement: de Grondwet van 1848 wordt het begin van de Nederlandse democratie genoemd. Maar de geschiedenis van onze Grondwet gaat verder terug.
Mensenrechten berusten op moreel universalisme en het geloof in het bestaan van een werkelijk universele morele gemeenschap die alle mensen omvat. Moreel universalisme veronderstelt het bestaan van rationeel identificeerbare transculturele en transhistorische morele waarheden.
De eerste generatie mensenrechten zijn de burgerrechten en politieke rechten, de tweede generatie mensenrechten zijn de sociaaleconomische en culturele rechten, en de derde generatie mensenrechten omvat collectieve rechten of ‘solidariteitsrechten’.
Als we het over mensenrechten hebben, moeten we dat streven voor ogen houden: de menselijke waardigheid van allen, niet de individuele vrijheid. Mensenrechten zijn daardoor ook zelden absoluut. Ze kunnen wel degelijk beperkt worden als dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld in het algemeen belang.
Behalve Saudi-Arabië stemden de landen met een moslimmeerderheid vóór: Afghanistan, Egypte, Iran, Irak, Jemen, Syrië, Indonesië en Turkije. Later hebben alle landen van de wereld de UVRM bevestigd.
De wortels liggen in eerdere tradities en documenten van vele culturen. De oorsprong van mensenrechten is idealiter vastgesteld op het jaar 539 v.Chr. Toen de troepen van Cyrus de Grote Babylon veroverden.Cyrus bevrijdde de slaven, verklaarde dat alle mensen het recht hadden om hun eigen religie te kiezen en vestigde raciale gelijkheid.
Het tegenovergestelde daarvan zijn negatieve rechten, wat inhoudt dat men het recht heeft onbelemmerd zijn gang te gaan, bijvoorbeeld, de vrijheid van meningsuiting, religie, drukpers, en dergelijke.